Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-04-08
ECLI:NL:RBLIM:2026:3256
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11992613 \ CV EXPL 25-5046 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van WATERLEIDING MAATSCHAPPIJ LIMBURG N.V., H.O.D.N. WML , te Maastricht, eisende partij, hierna te noemen: WML, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven, tegen [gedaagde] , in de [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het exploot van dagvaarding d.d. 24 november 2025;- de schriftelijke weergave van het antwoord van [gedaagde] ; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Met ingang van 1 juni 2007 levert WML drinkwater aan [gedaagde] voor het pand aan [adres] (hierna: het pand). Op de overeenkomst zijn de Algemene voorwaarden drinkwater 2012 (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. 2.2. WML stuurt hiertoe facturen aan [gedaagde] . De betalingstermijn van deze facturen is, zoals opgenomen in de algemene voorwaarden, veertien dagen. [gedaagde] heeft een betalingsachterstand laten ontstaan van € 715,83. 2.3. Op 15 januari, 3 juni, en 11 september 2024 is een medewerker van WML bij [gedaagde] langs geweest. De medewerker heeft [gedaagde] op de hoogte gesteld van de betalingsachterstand en uitgelegd wat de mogelijke gevolgen van het niet betalen zijn, waaronder afsluiting van het drinkwater. 2.4. Op 4 maart en 24 juni 2024 heeft WML [gedaagde] per brief gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen over te gaan en gewezen op de gevolgen van het uitblijven van betaling. 2.5. WML heeft het pand op 11 september 2024 van buitenaf afgesloten van waterlevering. 2.6. Op 6 mei en 17 september 2025 heeft WML [gedaagde] per brief gesommeerd om tot betaling van de openstaande facturen over te gaan. 2.7. WML heeft [gedaagde] aangemeld bij schuldhulpverlening. 3 Het geschil 3.1. WML vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst tot levering van water, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 864,90, bestaande uit € 715,83 aan hoofdsom, € 101,94 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 47,13 aan rente, vermeerderd met de wettelijke rente; veroordeling van [gedaagde] om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een afspraak te maken met WML om de waterlevering te onderbreken; voor het geval [gedaagde] niet binnen drie werkdagen aan de veroordeling tot het maken van een afspraak met WML voldoet, te bepalen dat WML gerechtigd is om de onderbreking van de waterlevering uit te voeren alsmede [gedaagde] te veroordelen om hiertoe het pand gedeeltelijk en/of tijdelijk te ontruimen en de werkzaamheden van WML toe te laten; veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de werkzaamheden tot onderbreking van de waterlevering; veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten. 3.2. WML legt aan de vordering het volgende ten grondslag. WML heeft drinkwater geleverd aan [gedaagde] en [gedaagde] heeft de facturen hiervoor tot op heden niet betaald. 3.3. [gedaagde] voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling (Pre)contractuele informatieverplichtingen 4.1. WML baseert haar vordering op een met [gedaagde] gesloten overeenkomst. WML is een handelaar en [gedaagde] is een consument. De kantonrechter moet daarom in beginsel ambtshalve toetsen of WML bij het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen. doch zal in afwijking hiervan in deze zaak niet ambtshalve toetsen of WML heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen. WML heeft op grond van de met [gedaagde] gesloten overeenkomst tegen betaling drinkwater geleverd. De overheid heeft (indirect) de eig [gedaagde] heeft, nadat het pand in 2024 van buitenaf is afgesloten van waterlevering, ook nooit zelf contact met WML gezocht om het water opnieuw aan te sluiten en haalt naar eigen zeggen water bij zijn buurman. Verder heeft WML onweersproken gesteld dat zij voldaan heeft aan de regels uit de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater en het nodige heeft geprobeerd om [gedaagde] tot betaling te bewegen. WML heeft [gedaagde] betalingsherinneringen gestuurd waarin zij heeft gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening, heeft aangeboden om [gedaagde] daarbij aan te melden en heeft gewezen op de gevallen waarin geen afsluiting zal plaatsvinden. Gelet op het bovenstaande ziet de kantonrechter dan ook geen beletsel voor afsluiting van het drinkwater. 4.6. Om het pand volledig af te sluiten van waterlevering moet ook de watertoevoer in het pand worden afgesloten. De kantonrechter bepaalt daarom dat [gedaagde] binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis een afspraak met WML moet maken om deze werkzaamheden te laten uitvoeren. Als [gedaagde] hieraan niet voldoet bepaalt de kantonrechter dat WML gerechtigd is de onderbreking van de waterlevering aan het pand uit te voeren en dat [gedaagde] dit moet toelaten en hiertoe het pand gedeeltelijk en/of tijdelijk moet ontruimen. Bijkomende kosten afsluiting 4.7. De vordering ‘te bepalen dat alle kosten van verwijdering, afkoppeling en/of verzegeling van de watermeter voor rekening van [gedaagde] dienen te komen’ wordt reeds afgewezen als zijnde te onbepaald, nu deze (toekomstige) kosten niet nader zijn onderbouwd en vooraf niet kan worden beoordeeld of deze in redelijkheid worden gemaakt. Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten 4.8. WML vordert betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. 4.9. De kantonrechter stelt vast dat de algemene voorwaarden in artikel 15.6 een beding bevat op grond waarvan WML aanspraak kan maken op vergoeding van wettelijke rente. Het beding wijkt niet ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die zonder het beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van de wettelijke rente in de weg. Nu [gedaagde] tegen de gevorderde wettelijke rente tot 24 november 2025 van € 47,13 geen verweer heeft gevoerd en hij in verzuim verkeert, zal die worden toegewezen. Dat geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 24 november 2025. Deze zal echter worden toegewezen over een bedrag van € 715,83, omdat voor toewijzing van rente over een hoger bedrag geen grondslag aanwezig is. 4.10. Verder stelt de kantonrechter vast dat de algemene voorwaarden in artikel 15.6 een beding bevat op grond waarvan WML aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. Het beding verwijst voor wat betreft de hoogte van de verschuldigde vergoeding naar een ‘tarievenregeling’. Daarmee is voor de consument niet duidelijk waar hij aan toe is, ook omdat de tarieven eenzijdig en zonder de consument over die wijzigingen te informeren kunnen worden gewijzigd. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van gedaagde partij. Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Proceskosten 4.11. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de procesko