Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-03
ECLI:NL:RBLIM:2026:3122
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,667 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3122 text/xml public 2026-04-15T14:47:34 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-03 ROE 24/4684 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Roermond Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3122 text/html public 2026-04-15T14:47:08 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3122 Rechtbank Limburg , 03-04-2026 / ROE 24/4684 Eiseres ervaart lichtoverlast van lichtbeeldschermen die bij de ingang van het Corio Center in Heerlen hangen. Deze procedure ziet echter op een vergunning die niet op die lichtbeeldschermen ziet maar op andere aanpassingen aan de ingang van het Corio Center. Daarom kan in dit beroep niet gaan over die lichtbeeldschermen en de overlast daarvan is het beroep kennelijk ongegrond. RECHTBANK LIMBURG Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/4684 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen Samenvatting 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 17 oktober 2024. In dit besluit verleent het college MV Flex III B.V. (MV Flex) een vergunning om bij het Corio Center in Heerlen onder andere twee nieuwe luifels met verlichting uit te bouwen en de ‘storefronts’ en kleur te wijzigen. Eiseres is het daar niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. 1.1. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Het beroep is kennelijk ongegrond omdat de gronden van eiseres zich enkel richten tegen twee lichtschermen die in een eerdere vergunning zijn vergund. Die vergunning kan in deze procedure niet meer ter discussie staan. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt. Procesverloop 2. Op 15 december 2024 heeft het college een vergunning afgegeven om de ingang van het Corio Center aan de Saroleastraat aan te passen. Het college heeft dat besluit op 24 januari 2024 gepubliceerd in het gemeenteblad. Eiseres is daartegen in bezwaar gegaan. Met het bestreden besluit van 17 oktober 2024 is het college bij zijn besluit gebleven, maar is er wel een aanvullende voorwaarde aan de vergunning gekoppeld. 3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dat besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Beoordeling door de rechtbank Wat is er aan deze zaak vooraf gegaan? 4. In 2018 heeft het college een vergunning afgegeven waarna onder meer twee grote lichtschermen zijn geplaatst bij de ingang van het Corio Center in Heerlen. Dat besluit is onherroepelijk. Eiseres is eigenaar van een pand tegenover de ingang van het Corio Center. Eiseres heeft dat pand na het overlijden van haar vader in 2020 geërfd. Ze realiseerde zich daardoor pas daarna dat de vergunde lichtschermen veel lichtoverlast veroorzaken in de woning. Waar gaat deze zaak over en wat vinden partijen? 5. Met het besluit van 17 oktober 2024 heeft de gemeente een vergunning verleend om de ingang van het Corio Center aan te passen. Het gaat onder andere om het uitbouwen van twee luifels en het aanpassen van de storefront en de kleur. Op de luifels komen verlichte letters te staan. Eiseres komt op tegen deze vergunning. Eiseres ervaart overlast van de intense en flitsende lichtbeeldschermen die bij de ingang van het Corio Center hangen en wil handhaving van de verlichtingsnormen van de NSVV. . 6. Er is overleg geweest tussen MV Flex en eiseres. Daarbij heeft MV Flex aangegeven dat er een technische oplossing komt waardoor de verlichting op de luifels uitgeschakeld zal worden wanneer het Corio Center gesloten is. Het college vindt dat daarmee is tegemoetgekomen aan de bezwaren van eiseres. Het college heeft het bezwaar daarom ongegrond verklaard, maar heeft als aanvullende voorwaarde aan de vergunning verbonden dat de verlichting op de luifels na sluitingstijd uitgeschakeld moet worden. 7. Eiseres vindt het onbegrijpelijk dat het college niet in gaat op haar verzoek om de normen van de NSVV te handhaven. Eiseres vindt het uitschakelen van de beeldschermen na sluitingstijd ook geen passende oplossing. Er is niet vastgesteld wanneer die oplossing geïmplementeerd moet zijn en eiseres zal nog steeds lichtoverlast ervaren gedurende de openingstijden van het Corio Center. Omvang van de procedure 8. Artikel 8:69, eerste lid, van de Awb bepaalt dat uitspraak wordt gedaan op grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. Hierbij is het uitgangspunt dat dit alles moet blijven binnen de grenzen van het besluit dat aan de rechtbank is voorgelegd. 9. De rechtbank stelt vast dat de gronden van eiseres in beroep alleen zien op de lichtoverlast van de beeldschermen. Deze beeldschermen zijn echter geen onderdeel van het onderhavige besluit omdat deze vergund zijn in 2018. De beeldschermen en de bezwaren van eiseres daartegen vallen dan ook buiten deze procedure. Ditzelfde geldt voor de vraag of het college tegen de beeldschermen handhavend op moet treden. In de beroepsprocedure tegen het besluit van 17 oktober 2024 kan het alleen gaan over dit onderhavige besluit en de daaraan ten grondslag liggende vergunning van 15 december 2023. Dat betekent dat het in dit beroep in beginsel kan gaan over de vergunde luifels, de verlichting daarop, en de verandering van de storefronts en de kleur. De rechtbank stelt vast dat eiseres in bezwaar wel gronden heeft aangevoerd die zien op de nieuwe verlichting op de luifels (wat wel onderdeel is van het onderhavige besluit), maar in beroep voert zij daar echter niets meer over aan. Nu in beroep geen gronden zijn aangevoerd die zien op het onderhavige besluit, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat het bestreden besluit onjuist is. 10. De rechtbank merkt ten overvloede op dat eiseres op 15 mei 2024 een handhavingsverzoek heeft ingediend ten aanzien van de overlast van de lichtintensiteit van de in 2018 vergunde beeldschermen. Bij de beoordeling van dat verzoek moet het college in beginsel beoordelen of er aanleiding is om handhavend op te treden tegen de overlast die eiseres ervaart van die beeldschermen. Conclusie en gevolgen 11. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk ongegrond is. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten en krijgt ook het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr.A.W.C.M. Frings, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026 . griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 3 april 2026 Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3122 text/xml public 2026-04-15T14:47:34 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-03 ROE 24/4684 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Roermond Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3122 text/html public 2026-04-15T14:47:08 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3122 Rechtbank Limburg , 03-04-2026 / ROE 24/4684 Eiseres ervaart lichtoverlast van lichtbeeldschermen die bij de ingang van het Corio Center in Heerlen hangen. Deze procedure ziet echter op een vergunning die niet op die lichtbeeldschermen ziet maar op andere aanpassingen aan de ingang van het Corio Center. Daarom kan in dit beroep niet gaan over die lichtbeeldschermen en de overlast daarvan is het beroep kennelijk ongegrond. RECHTBANK LIMBURG Bestuursrecht zaaknummer: ROE 24/4684 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen Samenvatting 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 17 oktober 2024. In dit besluit verleent het college MV Flex III B.V. (MV Flex) een vergunning om bij het Corio Center in Heerlen onder andere twee nieuwe luifels met verlichting uit te bouwen en de ‘storefronts’ en kleur te wijzigen. Eiseres is het daar niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. 1.1. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Het beroep is kennelijk ongegrond omdat de gronden van eiseres zich enkel richten tegen twee lichtschermen die in een eerdere vergunning zijn vergund. Die vergunning kan in deze procedure niet meer ter discussie staan. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt. Procesverloop 2. Op 15 december 2024 heeft het college een vergunning afgegeven om de ingang van het Corio Center aan de Saroleastraat aan te passen. Het college heeft dat besluit op 24 januari 2024 gepubliceerd in het gemeenteblad. Eiseres is daartegen in bezwaar gegaan. Met het bestreden besluit van 17 oktober 2024 is het college bij zijn besluit gebleven, maar is er wel een aanvullende voorwaarde aan de vergunning gekoppeld. 3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dat besluit. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Beoordeling door de rechtbank Wat is er aan deze zaak vooraf gegaan? 4. In 2018 heeft het college een vergunning afgegeven waarna onder meer twee grote lichtschermen zijn geplaatst bij de ingang van het Corio Center in Heerlen. Dat besluit is onherroepelijk. Eiseres is eigenaar van een pand tegenover de ingang van het Corio Center. Eiseres heeft dat pand na het overlijden van haar vader in 2020 geërfd. Ze realiseerde zich daardoor pas daarna dat de vergunde lichtschermen veel lichtoverlast veroorzaken in de woning. Waar gaat deze zaak over en wat vinden partijen? 5. Met het besluit van 17 oktober 2024 heeft de gemeente een vergunning verleend om de ingang van het Corio Center aan te passen. Het gaat onder andere om het uitbouwen van twee luifels en het aanpassen van de storefront en de kleur. Op de luifels komen verlichte letters te staan. Eiseres komt op tegen deze vergunning. Eiseres ervaart overlast van de intense en flitsende lichtbeeldschermen die bij de ingang van het Corio Center hangen en wil handhaving van de verlichtingsnormen van de NSVV. . 6. Er is overleg geweest tussen MV Flex en eiseres. Daarbij heeft MV Flex aangegeven dat er een technische oplossing komt waardoor de verlichting op de luifels uitgeschakeld zal worden wanneer het Corio Center gesloten is. Het college vindt dat daarmee is tegemoetgekomen aan de bezwaren van eiseres. Het college heeft het bezwaar daarom ongegrond verklaard, maar heeft als aanvullende voorwaarde aan de vergunning verbonden dat de verlichting op de luifels na sluitingstijd uitgeschakeld moet worden. 7. Eiseres vindt het onbegrijpelijk dat het college niet in gaat op haar verzoek om de normen van de NSVV te handhaven. Eiseres vindt het uitschakelen van de beeldschermen na sluitingstijd ook geen passende oplossing. Er is niet vastgesteld wanneer die oplossing geïmplementeerd moet zijn en eiseres zal nog steeds lichtoverlast ervaren gedurende de openingstijden van het Corio Center. Omvang van de procedure 8. Artikel 8:69, eerste lid, van de Awb bepaalt dat uitspraak wordt gedaan op grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. Hierbij is het uitgangspunt dat dit alles moet blijven binnen de grenzen van het besluit dat aan de rechtbank is voorgelegd. 9. De rechtbank stelt vast dat de gronden van eiseres in beroep alleen zien op de lichtoverlast van de beeldschermen. Deze beeldschermen zijn echter geen onderdeel van het onderhavige besluit omdat deze vergund zijn in 2018. De beeldschermen en de bezwaren van eiseres daartegen vallen dan ook buiten deze procedure. Ditzelfde geldt voor de vraag of het college tegen de beeldschermen handhavend op moet treden. In de beroepsprocedure tegen het besluit van 17 oktober 2024 kan het alleen gaan over dit onderhavige besluit en de daaraan ten grondslag liggende vergunning van 15 december 2023. Dat betekent dat het in dit beroep in beginsel kan gaan over de vergunde luifels, de verlichting daarop, en de verandering van de storefronts en de kleur. De rechtbank stelt vast dat eiseres in bezwaar wel gronden heeft aangevoerd die zien op de nieuwe verlichting op de luifels (wat wel onderdeel is van het onderhavige besluit), maar in beroep voert zij daar echter niets meer over aan. Nu in beroep geen gronden zijn aangevoerd die zien op het onderhavige besluit, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat het bestreden besluit onjuist is. 10. De rechtbank merkt ten overvloede op dat eiseres op 15 mei 2024 een handhavingsverzoek heeft ingediend ten aanzien van de overlast van de lichtintensiteit van de in 2018 vergunde beeldschermen. Bij de beoordeling van dat verzoek moet het college in beginsel beoordelen of er aanleiding is om handhavend op te treden tegen de overlast die eiseres ervaart van die beeldschermen. Conclusie en gevolgen 11. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk ongegrond is. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten en krijgt ook het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr.A.W.C.M. Frings, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026 . griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 3 april 2026 Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde.