Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-25
ECLI:NL:RBLIM:2026:3074
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,077 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3074 text/xml public 2026-04-14T09:30:51 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 11968019 \ CV EXPL 25-4729 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3074 text/html public 2026-04-10T13:18:58 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3074 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / 11968019 \ CV EXPL 25-4729 Ontbinding van huurovereenkomst wegens bedrijfsmatige activiteiten in de gehuurde woning (honden trimsalon 'het hondenkoekje') en een huurachterstand. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11968019 \ CV EXPL 25-4729 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van STICHTING WELLER WONEN , te Heerlen , eisende partij, hierna te noemen: Weller Wonen, gemachtigde: mr. R.W. Janssen, tegen 1 [gedaagde 1] , te [plaats] , 2. voorheen genaamd [gedaagde 2] , thans [naam] , te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] , gemachtigde: mr. P.J.C. Bolton. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de akte vermeerdering van eis zijdens Weller Wonen van 19 maart 2026 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.3. Gedaagde sub 2, [gedaagde 2] , is zich gaandeweg deze procedure [naam] gaan noemen, en als zodanig wordt ook door partijen zelf aan hem gerefereerd. [gedaagde 2] / [naam] wordt als zodanig ook onder die laatste naam, herkenbaar met foto, vermeld op de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] opgetuigde [website] (productie 12 bij dagvaarding). Deze naamswijziging wordt ook vermeld door de betreffende deurwaarder, die de als productie 27 bij dagvaarding gevoegde dagvaarding in kort geding heeft betekend. De kantonrechter heeft deze tenaamstelling overgenomen, ofschoon de aard en achtergrond van deze wijziging, ook desgevraagd aan de gemachtigden van partijen, onduidelijk is gebleven. 2 De feiten 2.1. Weller Wonen verhuurt met ingang van 13 januari 2025 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 657,40 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] hebben middels een bord aan hun woning, flyers en een website geadverteerd ten bate van een honden trimsalon ‘het hondenkoekje, met inschrijving bij de kamer van koophandel, prijslijsten en een verwijzing naar het adres van het gehuurde. 2.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] hebben daarnaast een huurachterstand tot en met maart 2026 van vier maanden laten ontstaan. 3 Het geschil 3.1. Weller Wonen vordert na vermeerdering van eis – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.629,60 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Weller Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] oefenen in strijd met de van toepassing zijnde voorwaarden in de door hen gehuurde woning een bedrijf uit (een honden trimsalon). Daarnaast hebben zij een betalingsachterstand laten ontstaan van inmiddels vier maanden. Beide gronden rechtvaardigen volgens Weller Wonen elk op zich al de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] voeren verweer. Zij betwisten een bedrijf uit te oefenen in het gehuurde. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Weller Wonen heeft haar stelling dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] een honden trimsalon onder de naam ‘ [handelsnaam] ’ drijven vanuit de door hen gehuurde woning onderbouwd met producties. Zo wijst zij onder meer op bebording aan de woning met een prijslijst (productie 4 bij dagvaarding), een kopie van de website met prijslijst (gedateerd 19 mei 2025) [website] (productie 12 bij dagvaarding), op welke website ook naar het adres van het gehuurde wordt verwezen, en een flyer (productie 25 bij dagvaarding) met prijslijst en eveneens een verwijzing naar het adres van het gehuurde. 4.2. Per e-mail van 25 maart 2025 wijst mw. [consulent] , consulent wijken en buurten bij Weller Wonen, huurders er op dat het drijven van een honden trimsalon in het gehuurde niet toegestaan is (productie 3 bij dagvaarding). In haar brief van 16 mei 2025 (productie 5 bij dagvaarding) sommeert Weller Wonen vervolgens haar huurders formeel de bedrijfsactiviteiten te staken. 4.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] reageren in de correspondentie wisselend op de berichten van Weller Wonen. Zij geven aan te stoppen met de honden trimsalon, dan wel stellen dat zij helemaal geen bedrijfje uitoefenen in het gehuurde, om uiteindelijk aan te geven dat er sprake zou zijn van ‘slechts’ een hobby clubje, waar tegen kostprijs honden gewassen worden. De toonzetting van hun verschillende berichten is bijtend en agressief. 4.4. Ook in de procedure betwisten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] formeel de stellingen van Weller Wonen. Zij betwisten het bewijs, spreken van een ‘overreactie’ van Weller op hun hobbymatige activiteiten, en achten het vorderen van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde een veel te zwaar middel. Zij verklaren zich bereid om tijdens de mondelinge behandeling een en ander toe te lichten en open te staan voor een oplossing. 4.5. In weerwil van deze aankondiging en anders dan hun gemachtigde, verschijnen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] beiden echter niet bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter zal dit niet verschijnen in hun nadeel laten meewegen in de zin van art. 88 tweede lid Rv. Het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] beperkt zich verder in essentie slechts tot een blote ontkenning van de door Weller Wonen aangevoerde en onderbouwde stellingen. Gezien deze uitgebreide onderbouwing door Weller hadden zij hiermee echter niet kunnen volstaan. Daarmee komt naar het oordeel van de kantonrechter vast te staan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] gedurende langere tijd en ondanks sommaties zijdens Weller Wonen dit te staken, in weerwil van de huurovereenkomst bedrijfsmatige activiteiten hebben ontplooid vanuit de door hen gehuurde woning. 4.6. De afweging of de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege deze activiteiten buitenproportioneel zouden zijn, kan verder achterwege blijven, nu deze vorderingen reeds gerechtvaardigd worden door een (niet weersproken) inmiddels ontstane huurachterstand tot en met maart 2026 van vier maanden. De kantonrechter zal deze vorderingen dan ook toewijzen, alsook de gevorderde betaling van die achterstand met nevenvorderingen. 4.7. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,43 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 126,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 689,43 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] , 5.2. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Weller Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Weller Wonen, 5.3. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] om te betalen aan Weller Wonen een bedrag van € 2.629,60 aan achterstallige huur tot en met maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening, 5.4.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3074 text/xml public 2026-04-14T09:30:51 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 11968019 \ CV EXPL 25-4729 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3074 text/html public 2026-04-10T13:18:58 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3074 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / 11968019 \ CV EXPL 25-4729 Ontbinding van huurovereenkomst wegens bedrijfsmatige activiteiten in de gehuurde woning (honden trimsalon 'het hondenkoekje') en een huurachterstand. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11968019 \ CV EXPL 25-4729 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van STICHTING WELLER WONEN , te Heerlen , eisende partij, hierna te noemen: Weller Wonen, gemachtigde: mr. R.W. Janssen, tegen 1 [gedaagde 1] , te [plaats] , 2. voorheen genaamd [gedaagde 2] , thans [naam] , te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] , gemachtigde: mr. P.J.C. Bolton. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de akte vermeerdering van eis zijdens Weller Wonen van 19 maart 2026 - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.3. Gedaagde sub 2, [gedaagde 2] , is zich gaandeweg deze procedure [naam] gaan noemen, en als zodanig wordt ook door partijen zelf aan hem gerefereerd. [gedaagde 2] / [naam] wordt als zodanig ook onder die laatste naam, herkenbaar met foto, vermeld op de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] opgetuigde [website] (productie 12 bij dagvaarding). Deze naamswijziging wordt ook vermeld door de betreffende deurwaarder, die de als productie 27 bij dagvaarding gevoegde dagvaarding in kort geding heeft betekend. De kantonrechter heeft deze tenaamstelling overgenomen, ofschoon de aard en achtergrond van deze wijziging, ook desgevraagd aan de gemachtigden van partijen, onduidelijk is gebleven. 2 De feiten 2.1. Weller Wonen verhuurt met ingang van 13 januari 2025 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 657,40 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] hebben middels een bord aan hun woning, flyers en een website geadverteerd ten bate van een honden trimsalon ‘het hondenkoekje, met inschrijving bij de kamer van koophandel, prijslijsten en een verwijzing naar het adres van het gehuurde. 2.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] hebben daarnaast een huurachterstand tot en met maart 2026 van vier maanden laten ontstaan. 3 Het geschil 3.1. Weller Wonen vordert na vermeerdering van eis – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.629,60 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Weller Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] oefenen in strijd met de van toepassing zijnde voorwaarden in de door hen gehuurde woning een bedrijf uit (een honden trimsalon). Daarnaast hebben zij een betalingsachterstand laten ontstaan van inmiddels vier maanden. Beide gronden rechtvaardigen volgens Weller Wonen elk op zich al de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] voeren verweer. Zij betwisten een bedrijf uit te oefenen in het gehuurde. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Weller Wonen heeft haar stelling dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] een honden trimsalon onder de naam ‘ [handelsnaam] ’ drijven vanuit de door hen gehuurde woning onderbouwd met producties. Zo wijst zij onder meer op bebording aan de woning met een prijslijst (productie 4 bij dagvaarding), een kopie van de website met prijslijst (gedateerd 19 mei 2025) [website] (productie 12 bij dagvaarding), op welke website ook naar het adres van het gehuurde wordt verwezen, en een flyer (productie 25 bij dagvaarding) met prijslijst en eveneens een verwijzing naar het adres van het gehuurde. 4.2. Per e-mail van 25 maart 2025 wijst mw. [consulent] , consulent wijken en buurten bij Weller Wonen, huurders er op dat het drijven van een honden trimsalon in het gehuurde niet toegestaan is (productie 3 bij dagvaarding). In haar brief van 16 mei 2025 (productie 5 bij dagvaarding) sommeert Weller Wonen vervolgens haar huurders formeel de bedrijfsactiviteiten te staken. 4.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] reageren in de correspondentie wisselend op de berichten van Weller Wonen. Zij geven aan te stoppen met de honden trimsalon, dan wel stellen dat zij helemaal geen bedrijfje uitoefenen in het gehuurde, om uiteindelijk aan te geven dat er sprake zou zijn van ‘slechts’ een hobby clubje, waar tegen kostprijs honden gewassen worden. De toonzetting van hun verschillende berichten is bijtend en agressief. 4.4. Ook in de procedure betwisten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] formeel de stellingen van Weller Wonen. Zij betwisten het bewijs, spreken van een ‘overreactie’ van Weller op hun hobbymatige activiteiten, en achten het vorderen van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde een veel te zwaar middel. Zij verklaren zich bereid om tijdens de mondelinge behandeling een en ander toe te lichten en open te staan voor een oplossing. 4.5. In weerwil van deze aankondiging en anders dan hun gemachtigde, verschijnen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] beiden echter niet bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter zal dit niet verschijnen in hun nadeel laten meewegen in de zin van art. 88 tweede lid Rv. Het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] beperkt zich verder in essentie slechts tot een blote ontkenning van de door Weller Wonen aangevoerde en onderbouwde stellingen. Gezien deze uitgebreide onderbouwing door Weller hadden zij hiermee echter niet kunnen volstaan. Daarmee komt naar het oordeel van de kantonrechter vast te staan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] gedurende langere tijd en ondanks sommaties zijdens Weller Wonen dit te staken, in weerwil van de huurovereenkomst bedrijfsmatige activiteiten hebben ontplooid vanuit de door hen gehuurde woning. 4.6. De afweging of de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege deze activiteiten buitenproportioneel zouden zijn, kan verder achterwege blijven, nu deze vorderingen reeds gerechtvaardigd worden door een (niet weersproken) inmiddels ontstane huurachterstand tot en met maart 2026 van vier maanden. De kantonrechter zal deze vorderingen dan ook toewijzen, alsook de gevorderde betaling van die achterstand met nevenvorderingen. 4.7. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,43 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 126,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 689,43 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] , 5.2. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Weller Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Weller Wonen, 5.3. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] / [naam] om te betalen aan Weller Wonen een bedrag van € 2.629,60 aan achterstallige huur tot en met maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening, 5.4.