Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-25
ECLI:NL:RBLIM:2026:2384
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,779 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2384 text/xml public 2026-04-14T09:28:50 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 12028567 \ CV EXPL 25-5937 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2384 text/html public 2026-04-10T13:13:18 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2384 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / 12028567 \ CV EXPL 25-5937 Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde in verband met huurachterstand. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12028567 \ CV EXPL 25-5937 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van STICHTING KRIJTLAND WONEN , te Vaals, eisende partij, hierna te noemen: Stichting Krijtland Wonen, gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen [huurder] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de (mondelinge) conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de mondelinge behandeling van 12 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - gedaagde noch zijn (aangekondigde) bewindvoerder zijn verschenen bij de mondelinge behandeling. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Stichting Krijtland Wonen verhuurt met ingang van 17 december 2015 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 737,63 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.2. [huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Stichting Krijtland Wonen heeft [huurder] aangemaand op 27 augustus 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 3 Het geschil 3.1. Stichting Krijtland Wonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 8.381,66 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Stichting Krijtland Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Stichting Krijtland Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] erkent de huurachterstand. Hij heeft inmiddels bewindvoering aangevraagd. De lopende huur wordt inmiddels weer betaald. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. [huurder] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is die tot en met tot en met december 2025 berekend is op een bedrag van € 8.381,66. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen, evenals de daarover gevorderde wettelijke rente. Ook de gevorderde reeds vervallen rente ten belope van € 9,64 wordt toegewezen met dien verstande dat daarover geen wettelijke rente wordt toegewezen, gezien het bepaalde in art. 6:119 lid 2 BW. 4.2. Stichting Krijtland Wonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Stichting Krijtland Wonen heeft aan [huurder] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 960,84 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. 4.3. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Stichting Krijtland Wonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.4. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. 4.5. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand veel meer dan drie maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. 4.6. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen. 4.7. Stichting Krijtland Wonen wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 737,63, te rekenen vanaf de maand januari 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen. 4.8. [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Krijtland Wonen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 559,00 - salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten × € 360,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.568,45 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres], 5.2. veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stichting Krijtland Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Stichting Krijtland Wonen, 5.3. veroordeelt [huurder] om te betalen aan Stichting Krijtland Wonen: - € 8.381,66 aan achterstallige huur tot en met tot en met december 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf 9 december 2026 tot de dag van volledige betaling, - € 737,63 per maand vanaf 1 januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 5.4. veroordeelt [huurder] om aan Stichting Krijtland Wonen te betalen een bedrag van € 960,84 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 9 december 2026, tot de dag van volledige betaling, 5.5. veroordeelt [huurder] om aan Stichting Krijtland Wonen te betalen een bedrag van € 9,64 aan reeds vervallen wettelijke rente, 5.6. veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.568,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.8. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Artikel 6:265 BW.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2384 text/xml public 2026-04-14T09:28:50 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 12028567 \ CV EXPL 25-5937 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2384 text/html public 2026-04-10T13:13:18 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2384 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / 12028567 \ CV EXPL 25-5937 Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde in verband met huurachterstand. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12028567 \ CV EXPL 25-5937 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van STICHTING KRIJTLAND WONEN , te Vaals, eisende partij, hierna te noemen: Stichting Krijtland Wonen, gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen [huurder] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de (mondelinge) conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - de mondelinge behandeling van 12 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - gedaagde noch zijn (aangekondigde) bewindvoerder zijn verschenen bij de mondelinge behandeling. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Stichting Krijtland Wonen verhuurt met ingang van 17 december 2015 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 737,63 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.2. [huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Stichting Krijtland Wonen heeft [huurder] aangemaand op 27 augustus 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 3 Het geschil 3.1. Stichting Krijtland Wonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 8.381,66 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Stichting Krijtland Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Stichting Krijtland Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] erkent de huurachterstand. Hij heeft inmiddels bewindvoering aangevraagd. De lopende huur wordt inmiddels weer betaald. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. [huurder] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is die tot en met tot en met december 2025 berekend is op een bedrag van € 8.381,66. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen, evenals de daarover gevorderde wettelijke rente. Ook de gevorderde reeds vervallen rente ten belope van € 9,64 wordt toegewezen met dien verstande dat daarover geen wettelijke rente wordt toegewezen, gezien het bepaalde in art. 6:119 lid 2 BW. 4.2. Stichting Krijtland Wonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Stichting Krijtland Wonen heeft aan [huurder] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 960,84 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. 4.3. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Stichting Krijtland Wonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.4. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. 4.5. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand veel meer dan drie maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. 4.6. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen. 4.7. Stichting Krijtland Wonen wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 737,63, te rekenen vanaf de maand januari 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen. 4.8. [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Krijtland Wonen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 559,00 - salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten × € 360,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.568,45 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres], 5.2. veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stichting Krijtland Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Stichting Krijtland Wonen, 5.3. veroordeelt [huurder] om te betalen aan Stichting Krijtland Wonen: - € 8.381,66 aan achterstallige huur tot en met tot en met december 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf 9 december 2026 tot de dag van volledige betaling, - € 737,63 per maand vanaf 1 januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 5.4. veroordeelt [huurder] om aan Stichting Krijtland Wonen te betalen een bedrag van € 960,84 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 9 december 2026, tot de dag van volledige betaling, 5.5. veroordeelt [huurder] om aan Stichting Krijtland Wonen te betalen een bedrag van € 9,64 aan reeds vervallen wettelijke rente, 5.6. veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.568,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.8. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Artikel 6:265 BW.