Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-11
ECLI:NL:RBLIM:2026:2165
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,041 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBLIM:2026:2165 text/xml public 2026-03-23T15:39:24 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-11 10603508 \ CV EXPL 23-3209 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2165 text/html public 2026-03-23T15:39:05 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2165 Rechtbank Limburg , 11-03-2026 / 10603508 \ CV EXPL 23-3209 Non-conformiteit auto. Duits recht van toepassing. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 10603508 \ CV EXPL 23-3209 Vonnis van 11 maart 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats 1] (Duitsland), eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. P.D. Bosma, tegen [gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf 1] , handelend onder de naam [bedrijf 1] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De verdere procedure 1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 3 april 2024 - het tussenvonnis van 30 april 2025 - het deskundigenbericht van 24 november 2025 - de akte van [eiser] . 1.2. Vervolgens heeft de kantonrechter opnieuw vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling rechtsmacht en toepasselijk recht 2.1. De kantonrechter stelt voorop dat nu [eiser] in Duitsland woont en [gedaagde] in Nederland, de rechtsverhouding tussen partijen een internationaal karakter heeft. Op grond van artikel 4 en artikel 18 lid 1 Verordening (EG), nr. 1215/2012 (Brussel I-bis) kan [eiser] als eiser en consument zijn vordering instellen voor het gerecht van de woonplaats van gedaagde [gedaagde] . Gelet op de woonplaats van [gedaagde] in Nederland is de Nederlandse rechter bevoegd om van de zaak kennis te nemen. Relatief bevoegd is, gelet op de woonplaats van [gedaagde] te [plaats 2] , de kantonrechter te Roermond. 2.2. [eiser] heeft in de dagvaarding betoogd dat op de tussen partijen gesloten koopovereenkomst Duits recht van toepassing is. 2.3. Vast staat dat er sprake is van een consumentenovereenkomst en dat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt. Het op de overeenkomst toepasselijke recht moet daarom worden vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 1, van de Rome I-verordening. Daarin is bepaald dat de overeenkomst gesloten door een natuurlijke persoon voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd (‘de consument’) met een andere persoon die handelt in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep (‘de verkoper’), wordt beheerst door het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, op voorwaarde dat: a. a) de verkoper zijn commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, of b) dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op dat land of op verscheidene landen, met inbegrip van dat land, en de overeenkomst onder die activiteiten valt. 2.4. Als onweersproken staat vast dat [gedaagde] commerciële of beroepsactiviteiten op Duitsland richt (via de website mobilie.de) en dat de tussen partijen gesloten overeenkomst valt onder die activiteiten. Naar het oordeel van de kantonrechter is op de overeenkomst daarom Duits recht van toepasing. inhoudelijk 2.5. De kantonrechter verwijst naar de tussenvonnissen van respectievelijk 3 april 2024 en 30 april 2025 en volhardt bij de inhoud daarvan. Aangezien de bij tussenvonnis van 3 april 2024 benoemde deskundige had verzuimd een deskundigenrapport in te dienen, heeft de kantonrechter een andere deskundige aangezocht. In het tussenvonnis van 30 april 2025 heeft de kantonrechter de heer [deskundige] , verbonden aan [bedrijf 2] te [plaats 3] , tot deskundige benoemd. De deskundige is bevolen een onderzoek te verrichten ter beantwoording van de volgende vragen: 1. Gegeven de voor het aanduiden van de staat waarin oldtimers verkeren gangbare indeling in vijf klassen, en gezien: - de diverse foto’s van de hier aan de orde zijnde oldtimer ten tijde van de levering (productie 5 zijdens [eiser] ) - het TUV-bericht d.d. 1 juli 2022 (productie 4 zijdens [eiser] ) - en de eventuele overige door [eiser] of [gedaagde] aan u verstrekte stukken betreffende de feitelijke staat van de oldtimer ten tijde van de levering, welke klasse-aanduiding past naar uw oordeel bij deze oldtimer ten tijde van de levering? 2. Gezien de onder 1. genoemde foto’s en stukken: wat was naar uw beste inschatting de marktwaarde van de oldtimer ten tijde van de levering? 3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling? 2.6. De kantonrechter overweegt dat het aan het rapport ten grondslag liggende onderzoek door de deskundige geheel inzichtelijk is gemaakt en heeft geresulteerd in een deugdelijk gemotiveerd rapport. 2.7. Vast staat dat [eiser] op 24 juni 2022 van [gedaagde] een oldtimer heeft gekocht van het merk Alfa Romeo, type 1750, bouwjaar 1969, voor een koopsom van € 13.250,00. In de advertentie die [gedaagde] op Ebay had geplaatst stond vermeld ‘Dieses Auto ist fahrbereit und bereit, davon zu geniessen, es muss nichts mehr getan werden. Nur Inspektion.’ De auto werd dus gepresenteerd als ‘rijklaar’ waaraan niets meer gedaan hoefde te worden. 2.8. Aangezien de auto niet meer voor inspectie beschikbaar was, heeft de deskundige zijn onderzoek verricht aan de hand van de stukken die aan hem ter beschikking zijn gesteld. De deskundige stelt vast dat de auto inderdaad rijklaar was, maar dat de staat van de carrosserie verre van perfect was. Op de foto’s zijn er tal van aanwijzingen die duiden op sporen van eerder herstel en afwijkende naden. Ook de blaasjes in de laklaag laten zien dat er onder de mooie laklaag ongerechtigheden aanwezig waren, aldus de deskundige. De deskundige is van oordeel dat de auto ten tijde van de verkoop in klasse 4 (‘matig’) diende te worden ingedeeld. Volgens de deskundige was de auto ten tijde van de verkoop € 7.500,00 waard. 2.9. [gedaagde] heeft niet op het deskundigenrapport gereageerd. [eiser] heeft dit wel gedaan. 2.10. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] [eiser] verkeerd geïnformeerd door de auto aan te prijzen als ‘rijklaar’ waar niets meer aan gedaan hoefde te worden. De opmerkingen die de deskundige maakt ten aanzien van de laklaag, hadden voor [gedaagde] als verkoper aanleiding moeten zijn om zelf de auto te onderzoeken. Als hij besluit dit niet te doen, is dat voor zijn risico. De kantonrechter is het niet eens met de opmerking van de deskundige dat [eiser] zelf een onderzoek had moeten laten verrichten ten tijde van de koop. De waarschuwingsplicht van de verkoper als professional gaat in dit geval voor de onderzoeksplicht van [eiser] als consument. De conclusie is dan ook dat de auto niet beantwoordde aan de overeenkomst nu de auto, mede gelet op de aard en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezat die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. 2.11. De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van de deskundige dat de auto ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst een waarde had van € 7.500,00. [eiser] vordert een vergoeding van de koopsom minus de werkelijke waarde op het moment van levering van de auto. Naar het oordeel van de kantonrechter is een bedrag van (€ 13.250,00 -/- € 7.500,00 =) € 5.750,00 toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente ex § 286 BGB jo. § 288 BGB. 2.12. [eiser] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gemachtigde van [eiser] heeft diverse buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht, waaronder inhoudelijke correspondentie met [gedaagde] en het doen uitvoeren van vertalingen van diverse stukken en correspondentie. De door [eiser] gevorderde kosten voor deze werkzaamheden komen op grond van § 280 BGB jo. § 286 BGB voor rekening van [gedaagde] . De incassokosten zijn toewijsbaar over de toegewezen hoofdsom van € 5.750,00 en bedragen conform de tarieventabel uit het Rechtsanwaltsvergütungsgesetz € 627,13 inclusief Mehrwertsteuer (MwSt). 2.13.