Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-03-05
ECLI:NL:RBLIM:2026:2081
RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/349209 / KG ZA 26-36 Vonnis in kort geding van 5 maart 2026 in de zaak van 1 [eisende partij 1] , te [plaats] ,2. [eisende partij 2] , te [plaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: de ouders, advocaat: mr. S.L.T.A. Scheepers, tegen [gedaagde partij] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de Voetbalvereniging, advocaat: mr. S.C. Grippo. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met 12 producties (waaronder audio-opnamen);- de conclusie van antwoord met 30 producties;- de mondelinge behandeling van 19 februari 2026;- de pleitnota van de ouders;- de pleitnota van de Voetbalvereniging. 2 De feiten 2.1. De ouders hebben kinderen, [kind 1] (9 jaar) en [kind 2] (7 jaar), die beiden lid zijn van de Voetbalvereniging. 2.2. In de eerste fase van het seizoen 2025/2026, dat eind augustus 2025 is gestart, is binnen het team van [kind 1] gewerkt met een roulatiesysteem, in die zin dat de kinderen op verschillende posities speelden. In de tweede fase, vanaf oktober 2025, werd er met vastere posities gewerkt. 2.3. De trainers van [kind 1] hebben er op dat moment voor gekozen om [kind 1] samen met een andere teamgenoot, [teamgenoot] , tijdens de wedstrijden afwisselend te laten keepen. Van de vier kwartieren die een wedstrijd duurt, keepten beide jongens één helft en speelden ze vervolgens een kwart wedstrijd in het veld, waarna zij ook één kwart werden gewisseld. 2.4. De keeperspositie van [kind 1] leidde tot veel discussie tussen de ouders en de trainers. De ouders hebben aan de trainers laten weten dat [kind 1] het keepen niet leuk vindt en dat hij niet langer wil keepen. De trainers hebben daarom op enig moment besloten dat de keepers, [kind 1] en [teamgenoot] , de ene helft moeten keepen en de andere helft volledig (in de positie van spits) in het veld mogen blijven. In tegenstelling tot hun andere teamgenoten, die altijd één speelkwartier op de bank zitten, mogen de keepers aldus de hele wedstrijd spelen. 2.5. De ouders hebben hierna meermaals met de trainers gesproken over de keeperskwestie. 2.6. Op 21 november 2025 heeft er op verzoek van de ouders een gesprek plaatsgevonden hierover. Naast de ouders waren de trainers, een jeugdcommissielid en een bestuurslid van de Voetbalvereniging aanwezig. De moeder van [kind 1] heeft zonder toestemming van dit gesprek een audio-opname gemaakt. Op initiatief van de aanwezigen van de Voetbalvereniging is - nadat de moeder hiervan melding had gemaakt - het gesprek beëindigd. 2.7. Op 25 november 2025 hebben de ouders van [kind 1] aan het bestuur van de Voetbalvereniging onder meer laten weten dat zij het bestuur verzoeken om aan hen te bevestigen dat [kind 1] niet verplicht wordt om te keepen en dat bij uitblijven van een reactie eventueel juridische stappen genomen worden. 2.8. Bij brief van 28 november 2025 heeft de voorzitter van de Voetbalvereniging aan de ouders laten weten op advies van de KNVB een gesprek te willen organiseren tussen partijen in aanwezigheid van een mediator. Aan de ouders wordt gevraagd om hun verhinderdata op te geven. 2.9. Op 29 november 2025 heeft er een incident plaatsgevonden tijdens een uitwedstrijd. [kind 1] heeft tijdens het keepen gehuild. De vader van [kind 1] heeft hiervan video-opnamen gemaakt. 2.10. Op diezelfde dag hebben de ouders van [kind 1] (onder meer) aan de voorzitter en leden van de jeugdcommissie van de Voetbalvereniging laten weten dat [kind 1] opnieuw verplicht moest keepen, terwijl hij uitdrukkelijk heeft aangegeven dit niet te willen. De ouders hebben verder bericht dat [kind 1] huilend aan het keepen was en dat zij daarvan beeldmateriaal hebben gemaakt. Daarnaast geven de ouders onder meer aan dat zij niet langer met de Voetbalvereniging in gesprek wensen te gaan, omdat gemaakte afspraken niet worden nageleefd. De ouders wensen uitsluitend nog schriftelijk te communiceren. De ouders hebben hun bericht op navolgende wijze De Voetbalvereniging verzoekt om de producties 7 tot en met 12 buiten beschouwing te laten. Wat betreft de producties 7 tot en met 10 zijn deze binnen de geldende termijn van 24 uur voor de zitting ingediend, maar hadden deze eerder ingediend kunnen worden volgens de Voetbalvereniging. De producties 11 en 12 zijn te laat ingediend en dienen daarom buiten beschouwing gelaten te worden, aldus de Voetbalvereniging. De ouders hebben ter zitting uitgelegd waarom de laatste producties te laat zijn ingediend. Na ontvangst van de conclusie van antwoord hebben zij, ter betwisting van stellingen in die conclusie, zo snel mogelijk de laatste twee producties ingediend. 4.2. Voor de beantwoording van de vraag of de producties al dan niet bij de beoordeling kunnen worden betrokken, is doorslaggevend of de Voetbalvereniging in haar procesbelang zou worden geschaad als deze producties bij de beoordeling worden betrokken. Dat is niet het geval. Voor zover door de ouders ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op de producties een beroep is gedaan, heeft de Voetbalvereniging daarop deugdelijk kunnen reageren. De voorzieningenrechter ziet dus geen aanleiding deze producties buiten beschouwing te laten. Algemeen toetsingskader 4.3. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de ouders daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. Keepen Voorzieningenrechter niet bevoegd omtrent geschil keepen 4.4. Volgens de ouders is het verplicht keepen in strijd met het verenigingsrecht. Daarnaast handelt de Voetbalvereniging onrechtmatig (in de zin van artikel 6:162 BW) door [kind 1] verplicht te laten keepen. De Voetbalvereniging is het niet eens met de ouders zowel op inhoudelijke alsook op formele gronden. Wat betreft dit laatste (formele gronden), voert de Voetbalvereniging aan dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is. Volgens de Voetbalvereniging is de KNVB Arbitragecommissie bevoegd om kennis te nemen van dit geschil met uitsluiting van de gewone rechter. De voorzieningenrechter volgt de Voetbalvereniging hierin en legt dit als volgt uit. 4.5. Artikel 1022 Rv bepaalt dat de rechter, bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd verklaart, indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van deze overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is. Artikel 1020 leden 5 en 6 Rv bepalen dat onder de overeenkomst tot arbitrage mede wordt begrepen een arbitraal beding dat is opgenomen in de partijen bindende statuten of reglementen. Een arbitragereglement, waarnaar in een overeenkomst tot arbitrage wordt verwezen, wordt geacht deel van die overeenkomst uit te maken. 4.6. De Voetbalvereniging beroept zich op – kort gezegd – het binnen de KNVB geldende arbitragebeding. Over de positie van partijen in de sfeer van de KNVB wordt het volgende overwogen. 4.6.1. Artikel 8 lid 3 sub a. van de Statuten bepaalt dat geschillen tussen leden van de KNVB onderling, voor zover deze samenhangen met de voetbalsport in de ruimste zin van het woord, met uitsluiting van de burgerlijke rechter door arbitrage worden beslecht, zulks met inachtneming van het daartoe in het Arbitragereglement bepaalde. Artikel 7 lid 1 sub a. van de Statuten bepaalt, voor zover hier van belang, dat leden van de KNVB verplicht zijn de Statuten en de reglementen van de KNVB na te leven. Artikel 6 van de Statuten regelt wie lid van de KNVB kan zijn. Dit zijn kort gezegd voetbalclubs en natuurlijke personen. 4.6.2. Artikel 1 lid 1 van het Arbitragereglement luidt als volgt: “Met uitsluiting van de burgerlijke rechter, zijn aan arbitrage op de voet van dit reglement onderworpen alle geschillen, indien en voorzover deze samenhangen met de voetbals