Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-03-25
ECLI:NL:RBLIM:2026:2035
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
6,734 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2035 text/xml public 2026-04-14T08:13:20 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 11888960 CV EXPL 25-3718 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2035 text/html public 2026-04-10T12:43:10 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2035 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / 11888960 CV EXPL 25-3718 Huurovereenkomts woonruimte. Afwijzing ontbinding en ontruiming na afweging omstandigheden. Huurster woont met twee minderjarige kinderen in de woning en is door het plots wegvallen van inkomen in betalingsonmacht komen te verkeren. Verhuurder heeft niet voldaan aan haar verplichting tot vroegsignalering. Huurster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hierdoor haar huurachterstand nog verder is opgelopen. Huurster staat inmiddels onder bewind, heeft weer een vast inkomen en betaalt de huur weer op tijd. Ook is de achterstand deels ingelopen. Deze omstandigheden tezamen maken dat de kantonrechter van oordeel is dat huurachterstand van onvoldoende gewicht is om de gevorderde ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11888960 \ CV EXPL 25-3781 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van STICHTING WELLER WONEN , te Heerlen, eisende partij, hierna te noemen: Weller Wonen, gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen [bewindvoerder] , H.O.D.N. [bewindvoerderskantoor] , IN DE HOEDANIGHED VAN BEWINDVOERDER VAN [huurster] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, gemachtigde: mr. J.G. van Ek. De zaak in het kort Weller Wonen vordert betaling van de huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand wel betaald moet worden, maar ontbindt de huurovereenkomst niet. Huurster woont met twee minderjarige kinderen in de woning en is door het plots wegvallen van inkomen in betalingsonmacht komen te verkeren. Weller Wonen heeft niet voldaan aan haar verplichting tot vroegsignalering. Huurster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hierdoor haar huurachterstand nog verder is opgelopen. Huurster staat inmiddels onder bewind, heeft weer een vast inkomen en betaalt de huur weer op tijd. Ook is de achterstand deels ingelopen. Deze omstandigheden tezamen maken dat de kantonrechter van oordeel is dat huurachterstand van onvoldoende gewicht is om de gevorderde ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. De buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente worden afgewezen, omdat die zijn gebaseerd op bedingen in de algemene voorwaarden die vanwege hun oneerlijke karakter worden vernietigd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - het bericht van 3 december 2025 met productie(s) van de bewindvoerder - het bericht van 10 februari 2026 met productie(s) van Weller Wonen - de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Weller Wonen verhuurt met ingang van 1 juli 2020 aan [huurster] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 634,27 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [huurster] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Tot en met september 2025 bedroeg de achterstand € 2.856,51. 2.3. Bij beschikking van 25 november 2025 zijn de goederen van [huurster] onder bewind gesteld, met benoeming van de bewindvoerder als zodanig. Deze procedure, aanhangig gemaakt tegen [huurster] bij dagvaarding van 16 september 2025 wordt sindsdien op naam van de bewindvoerder voortgezet. 3 Het geschil 3.1. Weller Wonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.856,51 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Weller Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurster] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Weller Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. De bewindvoerder voert verweer. De bewindvoerder voert aan dat er inderdaad een huurachterstand is ontstaan die betaald moet worden. De bewindvoerder verzet zich echter tegen de gevorderde ontbinding en ontruiming. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). 4.2. De voor de vordering relevante bedingen in artikel 20.2 en 20.4 (het rentebeding en het incassokostenbeding) van de algemene voorwaarden zijn getoetst en oneerlijk bevonden. Dat betekent dat de kantonrechter deze bedingen zal vernietigen. Wat dit betekent voor (onderdelen van) de vordering wordt hieronder uiteengezet. 4.3. Vast staat dat de huurachterstand (die na het uitbrengen van de dagvaarding is verminderd) berekend tot en met februari 2026 € 2.222,24 bedraagt. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen. 4.4. Weller Wonen wil ook dat de bewindvoerder wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 634,27, te rekenen vanaf de maand 1 oktober 2025 tot het moment dat de bewindvoerder het gehuurde ontruimt. Omdat in het door de bewindvoerder te betalen bedrag de huurachterstand tot en met februari 2026 is meegenomen, wordt deze vordering toegewezen met ingang van 1 maart 2026. 4.5. Omdat het rentebeding in artikel 20.2 van de algemene voorwaarden is vernietigd, wordt de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand afgewezen. Weller Wonen kan immers ook geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dat volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. 4.6. Weller Wonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het incassokostenbeding in artikel 20.4 van de algemene voorwaarden wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten die zonder dit beding (dwingend) zou gelden. Het beding is daarom onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW en oneerlijk in de zin van de Richtlijn en wordt om die reden vernietigd. Weller Wonen kan ook in dit geval geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dat volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen. 4.7. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. Deze belangenafweging leidt er in het onderhavige geval toe dat de gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen. De kantonrechter zal hieronder uitleggen hoe zij tot dat oordeel is gekomen. 4.7.1. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 4,5 maanden.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2035 text/xml public 2026-04-14T08:13:20 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-03-25 11888960 CV EXPL 25-3718 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2035 text/html public 2026-04-10T12:43:10 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2035 Rechtbank Limburg , 25-03-2026 / 11888960 CV EXPL 25-3718 Huurovereenkomts woonruimte. Afwijzing ontbinding en ontruiming na afweging omstandigheden. Huurster woont met twee minderjarige kinderen in de woning en is door het plots wegvallen van inkomen in betalingsonmacht komen te verkeren. Verhuurder heeft niet voldaan aan haar verplichting tot vroegsignalering. Huurster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hierdoor haar huurachterstand nog verder is opgelopen. Huurster staat inmiddels onder bewind, heeft weer een vast inkomen en betaalt de huur weer op tijd. Ook is de achterstand deels ingelopen. Deze omstandigheden tezamen maken dat de kantonrechter van oordeel is dat huurachterstand van onvoldoende gewicht is om de gevorderde ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 11888960 \ CV EXPL 25-3781 Vonnis van 25 maart 2026 in de zaak van STICHTING WELLER WONEN , te Heerlen, eisende partij, hierna te noemen: Weller Wonen, gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders, tegen [bewindvoerder] , H.O.D.N. [bewindvoerderskantoor] , IN DE HOEDANIGHED VAN BEWINDVOERDER VAN [huurster] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, gemachtigde: mr. J.G. van Ek. De zaak in het kort Weller Wonen vordert betaling van de huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand wel betaald moet worden, maar ontbindt de huurovereenkomst niet. Huurster woont met twee minderjarige kinderen in de woning en is door het plots wegvallen van inkomen in betalingsonmacht komen te verkeren. Weller Wonen heeft niet voldaan aan haar verplichting tot vroegsignalering. Huurster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hierdoor haar huurachterstand nog verder is opgelopen. Huurster staat inmiddels onder bewind, heeft weer een vast inkomen en betaalt de huur weer op tijd. Ook is de achterstand deels ingelopen. Deze omstandigheden tezamen maken dat de kantonrechter van oordeel is dat huurachterstand van onvoldoende gewicht is om de gevorderde ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. De buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente worden afgewezen, omdat die zijn gebaseerd op bedingen in de algemene voorwaarden die vanwege hun oneerlijke karakter worden vernietigd. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald - het bericht van 3 december 2025 met productie(s) van de bewindvoerder - het bericht van 10 februari 2026 met productie(s) van Weller Wonen - de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Weller Wonen verhuurt met ingang van 1 juli 2020 aan [huurster] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 634,27 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [huurster] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Tot en met september 2025 bedroeg de achterstand € 2.856,51. 2.3. Bij beschikking van 25 november 2025 zijn de goederen van [huurster] onder bewind gesteld, met benoeming van de bewindvoerder als zodanig. Deze procedure, aanhangig gemaakt tegen [huurster] bij dagvaarding van 16 september 2025 wordt sindsdien op naam van de bewindvoerder voortgezet. 3 Het geschil 3.1. Weller Wonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.856,51 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Weller Wonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurster] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Weller Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. De bewindvoerder voert verweer. De bewindvoerder voert aan dat er inderdaad een huurachterstand is ontstaan die betaald moet worden. De bewindvoerder verzet zich echter tegen de gevorderde ontbinding en ontruiming. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). 4.2. De voor de vordering relevante bedingen in artikel 20.2 en 20.4 (het rentebeding en het incassokostenbeding) van de algemene voorwaarden zijn getoetst en oneerlijk bevonden. Dat betekent dat de kantonrechter deze bedingen zal vernietigen. Wat dit betekent voor (onderdelen van) de vordering wordt hieronder uiteengezet. 4.3. Vast staat dat de huurachterstand (die na het uitbrengen van de dagvaarding is verminderd) berekend tot en met februari 2026 € 2.222,24 bedraagt. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen. 4.4. Weller Wonen wil ook dat de bewindvoerder wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 634,27, te rekenen vanaf de maand 1 oktober 2025 tot het moment dat de bewindvoerder het gehuurde ontruimt. Omdat in het door de bewindvoerder te betalen bedrag de huurachterstand tot en met februari 2026 is meegenomen, wordt deze vordering toegewezen met ingang van 1 maart 2026. 4.5. Omdat het rentebeding in artikel 20.2 van de algemene voorwaarden is vernietigd, wordt de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand afgewezen. Weller Wonen kan immers ook geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dat volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. 4.6. Weller Wonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het incassokostenbeding in artikel 20.4 van de algemene voorwaarden wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten die zonder dit beding (dwingend) zou gelden. Het beding is daarom onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW en oneerlijk in de zin van de Richtlijn en wordt om die reden vernietigd. Weller Wonen kan ook in dit geval geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding. Dat volgt uit vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen. 4.7. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. Deze belangenafweging leidt er in het onderhavige geval toe dat de gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen. De kantonrechter zal hieronder uitleggen hoe zij tot dat oordeel is gekomen. 4.7.1. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 4,5 maanden.
Volledig
De bewindvoerder heeft de afgelopen tijd huur betaald en de huurachterstand is inmiddels 3,5 maanden. De hoogte van de huurachterstand is meer dan drie maanden en rechtvaardigt in beginsel toewijzing van de gevorderde ontbinding. 4.7.2. [huurster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de betalingsachterstand niet is ontstaan door betalingsonwil, maar door betalingsonmacht. Zij was zzp-er in de zorg en haar opdrachten vielen weg en daarmee kwam zij plots zonder inkomsten te zitten. Zij heeft contact opgenomen met de gemeente, maar kreeg daar telefonisch te horen dat zij niet in aanmerking zou komen voor een bijstandsuitkering. Die heeft zij daarom niet aangevraagd. Daardoor heeft zij nog langer zonder inkomen gezeten en liep de achterstand nog meer op. 4.7.3. [huurster] heeft zelf een verzoek gedaan om onder bewind gesteld te worden. De bewindvoerder is momenteel bezig met een inventarisatie van de schulden en heeft de betaling van de vaste lasten op zich genomen. [huurster] heeft inmiddels ook een baan in loondienst en is meer uren gaan werken om haar financiële problemen snel op te kunnen lossen. De huurachterstand is ook minder dan toen de dagvaarding werd uitgebracht en de lopende huur wordt voldaan. Er bestaat momenteel onvoldoende aanleiding om te vrezen dat de huur in de nabije toekomst niet wordt voldaan. Een ontruiming van de woning zal er niet toe leiden dat Weller Wonen de huurachterstand eerder betaald zal krijgen. Sterker nog, een gedwongen ontruiming zal op het nakomen van een betalingsregeling eerder een negatief effect hebben. 4.7.4. Daarnaast weegt mee dat Weller Wonen de huurachterstand niet bij de gemeente heeft gemeld in het kader van de vroegsignalering op grond van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Eén van de doelen van dat Besluit is om door vroegsignalering ontruiming van woningen als gevolg van schulden te voorkomen. Weller Wonen heeft terecht aangevoerd dat de wet geen sanctie stelt op het niet voldoen aan de meldplicht en dat de verhuurder de mogelijkheid houdt om aan de rechter om ontbinding van de huurovereenkomst te vragen. Dat laat onverlet dat de rechter, gelet op het in r.o. 4.6. weergegeven toetsingskader, bij de afweging of ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen is, kan meewegen of aan het bepaalde in dit Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening is voldaan. [huurster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat vroegsignalering van schulden en hulp bij de financiën in haar geval zeker van meerwaarde had kunnen zijn. Gebleken is dat zij open stond voor hulpverlening en zij is vermoedelijk door de gemeente verkeerd geïnformeerd over haar rechten op een uitkering. Als Weller Wonen tijdig had voldaan aan de op haar rustende meldplicht, was de hulpverlening vermoedelijk eerder op gang gekomen en was de huurachterstand mogelijk niet zo hoog opgelopen. 4.7.5. Ten slotte speelt mee dat een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning in dit geval niet alleen negatieve gevolgen heeft voor [huurster] , maar ook voor haar twee minderjarige kinderen in de leeftijd van zeven en negen jaar, waarvoor zij als alleenstaande moeder de zorg heeft. Zij hebben baat bij een rustige en stabiele thuisbasis. Hun belangen wegen op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind zwaar mee in de afweging of tot ontruiming moet worden overgegaan. Dat betekent overigens niet dat een huurovereenkomst met een huurder met een minderjarig kind niet mag worden ontbonden, maar de belangen van de kinderen worden in de belangenafweging wel meegewogen. 4.8. De conclusie is dat gelet op alle specifieke omstandigheden, tezamen bezien, in dit geval de belangen van [huurster] (en haar minderjarige kinderen) bij voortzetting van de huurovereenkomst zwaarder wegen dan het belang van Weller Wonen bij ontbinding en ontruiming. De hierop gerichte vorderingen van Weller Wonen worden dan ook afgewezen. 4.9. Omdat [huurster] ten tijde van dagvaarden wel een aanzienlijke huurachterstand had, die wordt toegewezen, geldt de bewindvoerder als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij. Zij moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.201,95 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt de bewindvoerder om te betalen aan Weller Wonen: - € 2.222,24 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, - € 634,27 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 5.2. veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.201,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Artikel 6:265 BW. HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)
Volledig
De bewindvoerder heeft de afgelopen tijd huur betaald en de huurachterstand is inmiddels 3,5 maanden. De hoogte van de huurachterstand is meer dan drie maanden en rechtvaardigt in beginsel toewijzing van de gevorderde ontbinding. 4.7.2. [huurster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de betalingsachterstand niet is ontstaan door betalingsonwil, maar door betalingsonmacht. Zij was zzp-er in de zorg en haar opdrachten vielen weg en daarmee kwam zij plots zonder inkomsten te zitten. Zij heeft contact opgenomen met de gemeente, maar kreeg daar telefonisch te horen dat zij niet in aanmerking zou komen voor een bijstandsuitkering. Die heeft zij daarom niet aangevraagd. Daardoor heeft zij nog langer zonder inkomen gezeten en liep de achterstand nog meer op. 4.7.3. [huurster] heeft zelf een verzoek gedaan om onder bewind gesteld te worden. De bewindvoerder is momenteel bezig met een inventarisatie van de schulden en heeft de betaling van de vaste lasten op zich genomen. [huurster] heeft inmiddels ook een baan in loondienst en is meer uren gaan werken om haar financiële problemen snel op te kunnen lossen. De huurachterstand is ook minder dan toen de dagvaarding werd uitgebracht en de lopende huur wordt voldaan. Er bestaat momenteel onvoldoende aanleiding om te vrezen dat de huur in de nabije toekomst niet wordt voldaan. Een ontruiming van de woning zal er niet toe leiden dat Weller Wonen de huurachterstand eerder betaald zal krijgen. Sterker nog, een gedwongen ontruiming zal op het nakomen van een betalingsregeling eerder een negatief effect hebben. 4.7.4. Daarnaast weegt mee dat Weller Wonen de huurachterstand niet bij de gemeente heeft gemeld in het kader van de vroegsignalering op grond van het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Eén van de doelen van dat Besluit is om door vroegsignalering ontruiming van woningen als gevolg van schulden te voorkomen. Weller Wonen heeft terecht aangevoerd dat de wet geen sanctie stelt op het niet voldoen aan de meldplicht en dat de verhuurder de mogelijkheid houdt om aan de rechter om ontbinding van de huurovereenkomst te vragen. Dat laat onverlet dat de rechter, gelet op het in r.o. 4.6. weergegeven toetsingskader, bij de afweging of ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen is, kan meewegen of aan het bepaalde in dit Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening is voldaan. [huurster] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat vroegsignalering van schulden en hulp bij de financiën in haar geval zeker van meerwaarde had kunnen zijn. Gebleken is dat zij open stond voor hulpverlening en zij is vermoedelijk door de gemeente verkeerd geïnformeerd over haar rechten op een uitkering. Als Weller Wonen tijdig had voldaan aan de op haar rustende meldplicht, was de hulpverlening vermoedelijk eerder op gang gekomen en was de huurachterstand mogelijk niet zo hoog opgelopen. 4.7.5. Ten slotte speelt mee dat een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning in dit geval niet alleen negatieve gevolgen heeft voor [huurster] , maar ook voor haar twee minderjarige kinderen in de leeftijd van zeven en negen jaar, waarvoor zij als alleenstaande moeder de zorg heeft. Zij hebben baat bij een rustige en stabiele thuisbasis. Hun belangen wegen op grond van het bepaalde in artikel 3 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind zwaar mee in de afweging of tot ontruiming moet worden overgegaan. Dat betekent overigens niet dat een huurovereenkomst met een huurder met een minderjarig kind niet mag worden ontbonden, maar de belangen van de kinderen worden in de belangenafweging wel meegewogen. 4.8. De conclusie is dat gelet op alle specifieke omstandigheden, tezamen bezien, in dit geval de belangen van [huurster] (en haar minderjarige kinderen) bij voortzetting van de huurovereenkomst zwaarder wegen dan het belang van Weller Wonen bij ontbinding en ontruiming. De hierop gerichte vorderingen van Weller Wonen worden dan ook afgewezen. 4.9. Omdat [huurster] ten tijde van dagvaarden wel een aanzienlijke huurachterstand had, die wordt toegewezen, geldt de bewindvoerder als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij. Zij moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.201,95 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt de bewindvoerder om te betalen aan Weller Wonen: - € 2.222,24 aan achterstallige huur tot en met februari 2026, - € 634,27 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 5.2. veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 1.201,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026. Artikel 6:265 BW. HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)