Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-23
ECLI:NL:RBLIM:2026:1754
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,025 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBLIM:2026:1754 text/xml public 2026-03-06T09:16:37 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-23 C/03/349132 / KG ZA 26-32 Uitspraak Kort geding NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1754 text/html public 2026-03-05T10:48:27 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1754 Rechtbank Limburg , 23-02-2026 / C/03/349132 / KG ZA 26-32 Kort geding tussen buren. Contactverbod. Onrechtmatige hinder. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/349132 / KG ZA 26-32 Vonnis in kort geding van 23 februari 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , en 2. [eiser 2] , beiden wonende te [plaats] , eisers, advocaat: mr. K.D. Regter, tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [plaats] , advocaat: mr. E.H.C.K. Reijans, 2. [gedaagde 2] , wonende te [plaats] , verschenen zonder advocaat, gedaagden. Partijen zullen hierna [eisers] (afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] ) en [gedaagden] (afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ) genoemd worden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met de producties 1 tot en met 7, - de akte depot van de usb-stick met beeldmateriaal van [eisers] , - de producties 1 tot en met 6 van [gedaagde 1] , - de producties 9 en 10 van [eisers] , - de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, - de wijziging van eis van mr. Regter, - de spreekaantekeningen van mr. Regter, - de spreekaantekeningen van mr. Reijans. 1.2. Vervolgens is het vonnis bepaald op vandaag. 2. De feiten 2.1. [eisers] en [gedaagde 1] zijn buren van elkaar. [eisers] wonen aan [adres 1] en [gedaagde 1] aan [adres 2] . [gedaagde 2] heeft een relatie met [gedaagde 1] en hij verblijft regelmatig in haar woning. [eisers] en [gedaagde 1] huren hun woningen van stichting Woonpunt. 2.2. Partijen hebben sinds een aantal jaren een conflict met elkaar, omdat zij over en weer (geluids)overlast van elkaar ervaren. 2.3. [eisers] hebben de door hen ervaren overlast aangekaart bij stichting Woonpunt. [eiser 1] heeft verder jegens [gedaagde 1] twee aangiftes van bedreiging en een aangifte van vernieling gedaan. [gedaagde 1] heeft jegens [eiser 1] aangifte van belediging gedaan nadat hij een klacht over haar had ingediend bij haar werkgever. Het Openbaar Ministerie heeft besloten om niet tot vervolging over te gaan. 2.4. De advocaat van [eisers] heeft [gedaagde 1] bij brief van 22 mei 2025 gesommeerd om het veroorzaken van overlast te staken en gestaakt te houden. In de brief is beschreven dat de overlast bestaat uit voortdurende en/of herhaalde vernielingen, bedreigingen, gescheld, geluidsoverlast, bedreiging, met een bromfiets hard over de stoep rijden en met piepende banden tot stilstand komen of veel lawaai, rook en stank veroorzaken met die bromfiets in de achtertuin en het vernielen van de haag. 2.5. Medio 2025 heeft stichting Woonpunt [eisers] en [gedaagde 1] een officiële waarschuwing gegeven en hen beiden erop gewezen dat zij zich als een goed huurder moeten gedragen. 2.6. Bij brief van 6 januari 2026 heeft de advocaat van [eisers] opnieuw gesommeerd om het wangedrag te staken en gestaakt te houden. 2.7. [gedaagden] hebben niet op de sommaties gereageerd. 3 Het geschil 3.1. [eisers] vorderen, na wijziging van eis, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagden] verbiedt om in persoon, telefonisch, per post, per e-mail, of ander elektronisch medium, of op welke wijze dan ook, in contact te (doen) treden met [eiser 1] en/of [eiser 2] , althans een zodanige voorziening te treffen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie mag vernemen te behoren, II. [gedaagden] verbiedt om gedurende vijf jaren na betekening van dit vonnis om enige overlast door geluid en/of (ander) gedrag te veroorzaken en/of rommel/afval/blaadjes op het terrein van [eiser 1] en/of [eiser 2] te gooien/vegen/brengen althans (telkens) een zodanige voorziening te treffen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie mag vernemen te behoren, III. een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per keer met een maximum van € 25.000,00, althans een zodanig bedrag en een zodanig maximum dat de voorzieningenrechter in goede justitie mag vernemen te behoren, IV. met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure. 3.2. [gedaagden] voeren verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Eiswijziging 4.1. [eisers] hebben met instemming van [gedaagden] hun vorderingen gewijzigd tijdens de mondelinge behandeling. De voorzieningenrechter heeft deze eiswijziging toegelaten en zal recht doen op basis van de gewijzigde eis. Spoedeisend belang 4.2. [eisers] stellen dat zij een spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen, omdat er sprake is van voortdurende, ernstige overlast. De incidenten met het vuurwerk rond de jaarwisseling waren voor [eisers] de druppel die de emmer deed overlopen. 4.3. [gedaagde 1] betwist dat [eisers] een spoedeisend belang hebben. 4.4. [eisers] hebben naar het oordeel van de voorzieningenrecht gemotiveerd toegelicht dat zij de overlast als zodanig ernstig ervaren, dat zij op zoek zijn naar een nieuwe woning en [eiser 2] door de ervaren spanningen met [gedaagden] inmiddels onder behandeling is bij een psycholoog. Gelet op de impact die de huidige burenrelatie op [eisers] heeft, is het spoedeisend belang bij een vordering in kort geding voldoende aangetoond. Contactverbod en verbod (geluids)overlast Standpunten partijen 4.5. [eisers] stellen zich op het standpunt dat zij voortdurend overlast hebben van [gedaagden] . De overlast blijft ook na de aangiftes bij de politie en de melding bij stichting Woonpunt voortduren. Volgens [eisers] is de overlast zodanig ernstig dat deze als onrechtmatig kan worden aangemerkt. De overlast bestaat enerzijds uit bedreigingen en gescheld en anderzijds uit voortdurende en/of herhaalde vernielingen, geluidsoverlast van de bromfiets van de zoon van [gedaagde 1] , met een bromfiets of fatbike hard over de stoep rijden en met piepende banden tot stilstand komen of veel lawaai, rook en stank veroorzaken met die bromfiets in de achtertuin, met een ladder over de schutting kijken en het gooien en/of vegen van rommel/afval/bladeren op hun perceel. Ter onderbouwing van deze stelling hebben [eisers] camerabeelden overgelegd. 4.6. [gedaagden] hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard geen bezwaar te hebben tegen het contactverbod, omdat zij zelf geen contact met [eisers] willen. Wel betwisten zij de noodzaak van dwangsommen. [gedaagde 1] betwist dat er sprake is van dermate ernstige overlast dat deze als onrechtmatig kan worden gezien. [gedaagden] betwisten dat zij [eisers] hebben uitgescholden en dat zij bladeren en/of vuurwerk op het perceel van [eisers] hebben gegooid. [gedaagde 1] heeft verklaard dat alleen een enkele keer sprake is geweest van geluidsoverlast van de bromfiets van haar zoon doordat hij een “burn-out” maakte. Ook erkent zij dat ze een keer met een ladder over de schutting heeft gekeken om foto’s te maken van de camera’s, bevestigd aan de woning van [eisers] , die op haar perceel gericht stonden. Rechtsvraag 4.7. Tussen partijen is in geschil of de ondervonden overlast zodanig ernstig van aard is dat die overlast als onrechtmatig moet worden beschouwd, en of, gelet op de ernst van de overlast, een contactverbod op straffe van een dwangsom gerechtvaardigd is. Contactverbod 4.8. Vooropgesteld wordt dat een contactverbod alleen kan worden toegewezen als sprake is van handelingen van dermate ernstige aard dat deze als onrechtmatig aangemerkt kunnen worden en er gevaar is voor herhaling daarvan. Bij de beoordeling van de vraag of een contactverbod gerechtvaardigd is, moet de voorzieningenrechter alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen. Het is daarbij aan [eisers] om het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagden] en het gevaar voor herhaling daarvan aannemelijk te maken. 4.9.