Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-02-18
ECLI:NL:RBLIM:2026:1540
RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/340154 / HA ZA 25-120 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van [eisende partij] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , advocaat: mr. K.A.M.J. Horsch, tegen [ gedaagde partij] , te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [ gedaagde partij] , advocaat: mr. L.H.J. Somers. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met bijlagen 1 tot en met 54, - de conclusie van antwoord met bijlagen 1 tot en met 33, - de dagbepaling van de mondelinge behandeling, - de bijlagen 55 tot en met 73 van [eisende partij] , - de akte met bijlagen 34 tot en met 39 van [ gedaagde partij] , - de akte met bijlage 40 van [ gedaagde partij] , - de bijlagen 74 en 75 van [eisende partij] , - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 oktober 2025, - de spreekaantekeningen van partijen, - de reactie van [ gedaagde partij] op het proces-verbaal van 4 november 2025, - de brief van de rechtbank van 13 november 2025 aan [ gedaagde partij] met als inhoud dat het proces-verbaal niet zal worden aangepast en de reactie van 4 november 2025 zal worden toegevoegd aan het dossier. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eisende partij] is lid van vereniging [ gedaagde partij] . 2.2. Op 23 september 2024 heeft de algemene ledenvergadering van [ gedaagde partij] nieuwe bestuursleden gekozen. Binnen [ gedaagde partij] is vervolgens discussie ontstaan of de wijze waarop de stemming heeft plaatsgevonden, toegestaan was volgens de statuten. [eisende partij] behoort tot een groep van leden die van mening is dat het nieuwe bestuur niet rechtsgeldig is gekozen. [eisende partij] heeft aan het nieuwe bestuur uiting gegeven aan zijn ongenoegen hierover. 2.3. Op 19 november 2024 heeft het bestuur van [ gedaagde partij] aan [eisende partij] een schriftelijke aanzegging gestuurd van zijn voornemen hem te ontzetten uit het lidmaatschap van [ gedaagde partij] . Als reden voor dit voornemen is, kort gezegd, genoemd het voortdurende grensoverschrijdende gedrag en de respectloze communicatie van [eisende partij] sinds 2022, waarbij ernstige schade is toegebracht aan de sfeer en de bedrijfsvoering in de vereniging. Dit gedrag is volgens het bestuur in strijd met de statuten en het huishoudelijk reglement. Het bestuur van [ gedaagde partij] heeft [eisende partij] uitgenodigd voor een overleg in het kader van hoor en wederhoor op 20 of 21 november 2024. 2.4. [eisende partij] heeft [ gedaagde partij] op 20 november 2024 laten weten de voorbereidingstijd voor het gesprek te kort te achten. 2.5. Diezelfde dag heeft het bestuur van [ gedaagde partij] besloten [eisende partij] per direct te ontzetten uit het lidmaatschap. In de formele kennisgeving van dit besluit is vermeld dat [eisende partij] binnen een maand na ontvangst van het besluit schriftelijk beroep kan aantekenen bij de Commissie van Beroep van [ gedaagde partij] . 2.6. [eisende partij] heeft op 9 december 2024 beroep ingesteld bij deze Commissie van Beroep. Na een hoorzitting op 11 januari 2025 heeft de Commissie van Beroep op 20 januari 2025 het bestuursbesluit van 20 november 2024 vernietigd en als nieuwe beslissing [eisende partij] geschorst voor de duur van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, onder de bijzondere voorwaarde dat [eisende partij] zich in 2025 en 2026 tot 20 november 2026 zal onthouden van iedere bemoeienis met het beleid van het bestuur, commissieleden en andere vrijwilligers, zowel verbaal als in mail of ander geschrift. Verder heeft de Commissie van Beroep bepaald dat [eisende partij] op 20 mei 2025 weer wordt toegelaten tot het complex van de golfbaan van [ gedaagde partij] . 3 Het geschil 3.1. [eisende partij] vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I Primair: voor recht verklaart dat het besluit van het bestuur van [ gedaagde partij] genomen in de vergadering van 20 no Ook het huishoudelijk reglement vermeldt dat leden die zich niet houden aan de statuten en dit reglement kunnen worden gestraft met een berisping, boete, ontzegging van een deel van de rechten, waarschuwing, schorsing, opzegging lidmaatschap en ontzetting lidmaatschap. 4.8. Het huishoudelijk reglement bevat een beschrijving van de werkwijze van de Commissie van Beroep en bepaalt over de uitspraak: De uitspraak bevat: een uitspraak over de al dan niet ontvankelijkheid, een opsomming van relevante momenten van het onderzoek, zoals de gevoerde gesprekken van hoor en wederhoor, de feiten zoals die door de commissie na het onderzoek en na het hoor en wederhoor zijn vastgesteld, de overwegingen van de commissie die tot de uitspraak geleid hebben. De uitspraak van de commissie van beroep kan bevatten: het in stand laten van het besluit van het bestuur, de sanctie van het bestuur matigen, maar nooit verzwaren, het besluit van het bestuur onjuist/ongeldig verklaren c.q. vernietigen. De primaire vordering onder I van [eisende partij] Stemmen op groepen 4.9. [eisende partij] is van mening dat het bestuur niet rechtsgeldig gekozen is op 23 september 2024, omdat er in strijd is gehandeld met de statuten. Tijdens de algemene ledenvergadering is er, ondanks dat [eisende partij] zich daartegen verzet heeft, bij de verkiezing van het nieuwe bestuur gestemd op groepen (groepjes leden die alleen als groep een bestuur willen vormen en niet individueel verkiesbaar zijn) in plaats van op individuele leden. Volgens [eisende partij] is die wijze van stemmen niet beschreven in artikel 9 lid 2 en 4 en artikel 16 van de statuten en daarom niet geldig. Het gevolg is dat het bestuur niet rechtsgeldig gekozen is, en daarmee is ieder besluit van het gekozen bestuur, ook het besluit tot ontzetting van hem als lid, nietig, aldus [eisende partij] . 4.10. [ gedaagde partij] voert aan dat de wet en de statuten zich niet verzetten tegen het stemmen op groepen. 4.11. De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 2:37 BW het bestuur benoemd wordt uit de leden en benoeming geschiedt door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders regelen. In de statuten van [ gedaagde partij] is niet afgeweken van de hoofdregel in de wet. Bepaald is dat bestuursleden gekozen en benoemd worden door de algemene ledenvergadering uit door het bestuur en/of leden gestelde kandidaten, lid van de vereniging. Stemmingen over personen geschieden volgens de statuten uitsluitend schriftelijk bij gesloten briefjes. De wijze van kandidaatstelling van bestuursleden wordt nader geregeld in het huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement bepaalt dat het bestuur zorgdraagt voor het stellen van een kandidaat ter vervanging van een aftredend bestuurslid. Ook leden kunnen met inachtneming van bepaalde voorwaarden kandidaten voor het bestuur voordragen. 4.12. Gelet op wat bepaald is in artikel 2:37 BW, de statuten en het huishoudelijk reglement van [ gedaagde partij] verwerpt de rechtbank het betoog van [eisende partij] dat tijdens de verkiezing van het bestuur niet op een groep leden gestemd mocht worden. Nergens is bepaald dat alleen gestemd mag worden op individuele leden en niet op een groepje leden dat kenbaar gemaakt heeft alleen als collectief het bestuur te willen vormen. Een stem op een groep leden staat gelijk aan het stemmen op alle individuele leden die deel uitmaken van dat groepje. 4.13. De conclusie is dat de rechtbank de stelling van [eisende partij] verwerpt dat het bestuur niet rechtsgeldig gekozen is, omdat er tijdens de verkiezing van het nieuwe bestuur op 23 september 2024 op een groep leden is gestemd. Termijn voordracht bestuur 4.14. [eisende partij] is verder van mening dat het bestuur niet rechtsgeldig is gekozen, omdat het bestuur niet tenminste drie weken voor de algemene ledenvergadering kandidaten voor het bestuur voorgesteld heeft. Hij verwijst daarbij naar artikel 19 lid 4 van het huishoudelijk reglement. 4.15. [ gedaagde partij] wijst erop dat de ter