Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-19
ECLI:NL:RBLIM:2026:1533
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,485 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBLIM:2026:1533 text/xml public 2026-04-08T12:23:25 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-19 12087268 \ EZ VERZ 26-26 Uitspraak Beschikking NL Roermond Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0142 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0142 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1533 text/html public 2026-03-04T11:22:44 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1533 Rechtbank Limburg , 19-02-2026 / 12087268 \ EZ VERZ 26-26 Machtiging tot verwerping aan in Nederland wonend ouder van een minderjarige. Overledene laatste woon- of verblijfplaats in Bulgarije. RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 12087268 \ EZ VERZ 26-26 Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 19 februari 2026 Naar aanleiding van het verzoek van: [verzoekster] , te [plaats 1] , verzoekster, in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige: [minderjarige] , geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2020. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 16 januari 2026 ter griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen. 1.2. Vervolgens heeft de kantonrechter beschikking bepaald. 2 De feiten 2.1. Op 29 oktober 2025 is de heer [overledene] , geboren te [plaats 2] op [datum 2] 1992, in [plaats 3] (Bulgarije) overleden (hierna te noemen: de overledene). De overledene had geen bekende woon- of verblijfplaats in Bulgarije. 2.2. Verzoekster is de zus van de overledene. Zij heeft het voornemen (haar aandeel in) de nalatenschap van de overledene te verwerpen. 3 Het verzoek 3.1. Verzoekster vraagt de kantonrechter op grond van artikel 4:193 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) machtiging te verlenen om de nalatenschap van de overledene namens de minderjarige te mogen verwerpen. 4 De beoordeling 4.1. Uit de overgelegde stukken leidt de kantonrechter af dat de overledene reeds in 2024 naar het buitenland is vertrokken. Niet is gebleken dat hij nadien nog een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gehad. Vaststaat dat hij is overleden in Bulgarije. Gelet hierop gaat de kantonrechter ervan uit dat de laatste woon- of verblijfplaats van de overledene zich in Bulgarije bevond. Nu de overledene zijn laatste woon- of verblijfplaats in Bulgarije had en de minderjarige in Nederland woont, moet de kantonrechter eerst beoordelen of hij bevoegd is om het verzoek te behandelen en aan de hand van welk recht het verzoek dient te worden beoordeeld. 4.2. De kantonrechter kwalificeert het verzoek van de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige als een maatregel betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder b van de Verordening Brussel II-ter en niet als een maatregel inzake erfopvolging in de zin van artikel 1, lid 4, onder f van deze verordening. Op grond van artikel 7 van de Verordening Brussel II-ter is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige te beoordelen, omdat de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op grond van artikel 15 en 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 dient de Nederlandse rechter vervolgens, bij de beoordeling van dat verzoek, het Nederlands recht voor de machtiging tot verwerping van nalatenschappen toe te passen. 4.3. Op grond van artikel 4:193 lid 1 BW kan een wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam voor deze niet zuiver aanvaarden en heeft hij om te kunnen verwerpen een machtiging van de kantonrechter nodig. De kantonrechter moet toetsen of verwerping van de nalatenschap in het belang van de minderjarige is. 4.4. Uit de overgelegde stukken en de door verzoekster gegeven schriftelijke toelichting is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat de nalatenschap negatief is. Het verlenen van de gevraagde machtiging acht de kantonrechter dan ook in het belang van de minderjarige. Daarnaast is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten. 4.5. De kantonrechter wijst erop dat met het verlenen van de gevraagde machtiging het aandeel van de minderjarige in deze nalatenschap nog niet is verworpen! Daartoe dient verzoekster zo spoedig mogelijk een daartoe strekkend verzoek te doen aan de districtsrechtbank in Bulgarije. Inschrijving van de keuze tot verwerpen is ook mogelijk in het boedelregister dat bij deze rechtbank wordt gehouden. Verzoekster kan dan een verklaring afleggen bij de (Centrale Balie van de) rechtbank Limburg, locatie Roermond . Daarvoor moet een apart formulier ‘Verklaring nalatenschap’ worden ingevuld waarbij een kopie van deze machtiging van de kantonrechter moet worden bijgevoegd. Verzoekster wordt aangeraden deze verklaring zo spoedig mogelijk af te leggen. In dat geval dient verzoekster de Bulgaarse districtsrechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen over de erfopvolging, binnen de termijn die daarvoor in het Bulgaarse recht is bepaald, ervan in kennis te stellen dat inschrijving in het boedelregister bij de rechtbank Limburg heeft plaatsgevonden. Voor zover nodig of gewenst, moet verzoekster zich over de keuze van de plaats waar de nalatenschap kan worden verworpen (in Nederland of Bulgarije) en de termijn waarbinnen dit moet gebeuren, nader (juridisch) laten adviseren. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. verleent [verzoekster] machtiging om namens de minderjarige - [minderjarige] , geboren te [plaats 2] op [datum 1] 2020, de nalatenschap van de heer [overledene] te verwerpen. Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026. Artikel 13 Europese erfrechtverordening, in verbinding met artikel 2 lid 2 Uitvoeringswet Verordening erfrecht Zie www.rechtspraak.nl zie preambule 32 van de Europese erfrechtverordening en tevens het arrest van het EHvJ van 2 juni 2022, ECLI:EU:C:2022:426, rov. 48 en 49