Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-18
ECLI:NL:RBLIM:2026:1497
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Bodemzaak
3,117 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:1497 text/xml public 2026-05-15T12:11:24 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-18 C/03/346113 / HA ZA 25-434 Uitspraak Bodemzaak NL Maastricht Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1497 text/html public 2026-05-15T12:11:12 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1497 Rechtbank Limburg , 18-02-2026 / C/03/346113 / HA ZA 25-434 Vonnis in incident. Artikelen 194 en 195 Rv. Eiseres heeft belang bij de gevraagde informatie omdat zij daarmee haar rechts- en verhaalspositie ten opzichte van gedaagden kan beoordelen. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: C/03/346113 / HA ZA 25-434 Vonnis in incident bij vervroeging van 18 februari 2026 in de zaak van de vennootschap naar Belgische recht KBC BANK N.V. , te Brussel (België), eisende partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: KBC, advocaat: mr. C.F.W.A. Hamm, tegen 1 [leningnemer 1] , te [plaats] , 2. [leningnemer 2] , te [plaats] , gedaagde partijen in de hoofdzaak, verwerende partijen in het incident, hierna samen te noemen: [leningnemers] , advocaat: mr. M.M.J.F. Sijben. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 t/m 14, de conclusie van antwoord, de conclusie houdende de incidentele vordering ex artikelen 194 en 195 Rv met producties 15 t/m 19, de conclusie van antwoord in het incident. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2 De feiten in het incident 2.1. KBC heeft op 19 september 2017 een krediet van € 70.000,00 verstrekt aan de vennootschap naar Duits recht Siano GmbH. [leningnemers] zijn de aandeelhouders en bestuurders van Siano GmbH. 2.2. Op de kredietovereenkomst zijn de Allgemeine Geschäftsbedingungen für Kredite van KBC van toepassing (hierna: de algemene voorwaarden). In de algemene voorwaarden is in artikel 2.j. bepaald: “Die Kreditnehmer und die Garantiegeber werden für die Kreditlaufzeit darauf achten, dass ihr Vermögen oder ein Teil davon nicht mit einer Sicherheit belegt wird (ausgenommen die im Kreditvertrag vorgesehenen und aufgrund des Kreditvertrags zugelassenen Sicherheiten).” 2.3. [leningnemers] hebben zich als borg gesteld en zich verplicht tot terugbetaling van het krediet, tot een maximum van € 70.000,00. 2.4. Op 5 juli 2024 heeft KBC de kredietovereenkomst opgezegd. De resterende schuld van Siano GmbH bedroeg op dat moment € 58.352,88. [leningnemers] zijn op 5 juli 2024 over de kredietopzegging geïnformeerd. 2.5. Op 8 augustus 2024 en op 27 september 2024 zijn [leningnemers] als borgen gesommeerd om hun betalingsverplichtingen onder de borgtocht na te komen. 2.6. Op 23 januari 2025 hebben [leningnemers] een geldlening afgesloten bij ABN Amro Bank ter zekerheid waarvan een eerste hypotheekrecht is gevestigd op hun woning in [plaats] . 2.7. Op 3 juni 2025 is Siano GmbH ontbonden. 2.8. Op 20 augustus 2025 zijn [leningnemers] gesommeerd het openstaande bedrag te voldoen, waarna - na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter - KBC conservatoir beslag heeft laten leggen op de woning van [leningnemers] in [plaats] . 3 Het geschil in de hoofdzaak 3.1. Volgens KBC zijn [leningnemers] op grond van de borgtochtovereenkomst gehouden de vordering in hoofdsom van € 55.351,77 te voldoen. De vordering op [leningnemers] wordt daarbij vermeerderd met de contractuele rente van 15,25% per jaar vanaf 8 augustus 2024 (artikel 8.3 lid 3 van de algemene voorwaarden), alsook de interne kosten van KBC (artikel 14 algemene voorwaarden) groot € 3.072,60. KBC maakt verder aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de beslagkosten. 3.2. Op grond van het voorgaande vordert KBC dat de rechtbank [leningnemers] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijk, dat als de één betaalt, de ander daarvan zal zijn bevrijd, veroordeelt tot betaling van: € 55.351,77, te vermeerderen met de contractuele rente van 15,25% per jaar vanaf 8 augustus 2024 tot aan de dag van volledige voldoening, althans vanaf de dag van dagvaarding, € 3.072,60 aan eigen (juridische) kosten en € 1.328,52 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening, de proceskosten en de beslagkosten. 3.3. [leningnemers] voeren verweer. in het incident 3.4. KBC stelt dat [leningnemers] in strijd met artikel 2.j. van de algemene voorwaarden na het maken van de kredietafspraken een eerste recht van hypotheek gevestigd hebben op hun woning tegen gunste van ABN Amro. Dat heeft gevolgen voor de rechts- en verhaalspositie van KBC ten opzichte van [leningnemers] Mogelijk is er sprake van paulianeus handelen door [leningnemers] en kan de vestiging van het hypotheekrecht vernietigd worden op grond van artikel 3:45 BW. 3.5. KBC is van mening dat de hypotheekakte onduidelijk is over de hoogte van de schuld van [leningnemers] aan ABN Amro. Enerzijds staat in de akte op pagina 1 dat aan [leningnemers] een geldlening is verstrekt van € 69.000,00 en anderzijds staat op pagina 3 dat [leningnemers] als schuld € 1.785.000,00 (€ 1.275.000,00 + 510.000,00) aan ABN Amro schuldig zijn. KBC stelt recht en belang te hebben bij afgifte van de stukken die betrekking hebben op de geldlening en het hypotheekrecht om de geldigheid van het hypotheekrecht te kunnen beoordelen, alsook de omvang van de schuld waarvoor dit recht gevestigd zou zijn, én of KBC door die geldlening en het hypotheekrecht wordt benadeeld in haar verhaalsmogelijkheden en deze kan vernietigen. Ondanks herhaald verzoek en toezegging daartoe hebben [leningnemers] de gevraagde informatie/stukken niet aan KBC toegezonden. Volgens KBC is aan alle vereisten van artikel 194 Rv voldaan. 3.6. KBC vordert gelet op het voorgaande dat [leningnemers] hoofdelijk worden veroordeeld om binnen één week na het te wijzen vonnis in incident aan KBC een afschrift te verstrekken van: een kopie van de geldleningsovereenkomst tussen [leningnemers] en ABN Amro op grond waarvan het hypotheekrecht is gevestigd; een bewijs van de hoogte van de schuld van [leningnemers] aan ABN Amro op 23 januari 2025 en per heden en van het verloop van die schuld in de tussenliggende periode; een overzicht/verantwoording (inclusief bewijsstukken) van wat er is gebeurd met het door [leningnemers] van ABN Amro geleende geld; en alle correspondentie tussen ABN Amro en [leningnemers] over het aangaan van de geldlening en de verstrekking van het hypotheekrecht; op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of deel daarvan dat niet aan die veroordeling wordt voldaan, met een maximum van € 50.000,00 en met veroordeling van [leningnemers] in de proceskosten in het incident. 3.7. [leningnemers] voeren verweer. Zij stellen dat KBC de kredietovereenkomst met Siano GmbH onrechtmatig heeft opgezegd. In 2024 kon Siano GmbH niet meer aan haar verplichtingen uit de kredietovereenkomst voldoen. KBC is toen niet in gesprek gegaan met [leningnemers] KBC heeft de kredietrelatie met een zeer korte opzegtermijn van 30 dagen abrupt beëindigd. Vanwege die onrechtmatige opzegging heeft KBC geen recht en belang bij inzage in de nadien door [leningnemers] gesloten (geldlenings)overeenkomsten. KBC heeft de ontstane situatie zelf in de hand gewerkt. [leningnemers] maken verder bezwaar tegen de door KBC gevorderde termijn voor het overleggen van de gevraagde bescheiden, alsook tegen de gevorderde dwangsommen, die onevenredig hoog en zodoende onnodig punitief zijn. 3.8. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan. 4 De beoordeling in het incident 4.1. In artikel 195 lid 1 Rv is bepaald dat de rechter op verzoek van de partij die daar op grond van artikel 194 lid 1 Rv recht op heeft, de wederpartij kan bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. 4.2.
Volledig
Op grond van artikel 194 lid 1 Rv komt het recht op inzage, afschrift of uittreksel van a) bepaalde gegevens toe aan b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij c) daarbij voldoende belang heeft en d) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikt. Degene die inzage, afschrift of uittreksel verzoekt, moet zijn belang daarbij duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen. 4.3. KBC heeft gemotiveerd gesteld dat er sprake is van a) bepaalde gegevens, b) een rechtsbetrekking en d) [leningnemers] beschikking hebben over de gevraagde informatie. [leningnemers] hebben dit niet betwist, zodat de rechtbank daarvan uitgaat. [leningnemers] betwisten dat voldaan is aan voorwaarde c). Zij vinden dat KBC onvoldoende belang heeft bij de gegevens. De rechtbank volgt [leningnemers] niet in dit betoog. KBC kan aan de hand van de gevraagde bescheiden haar rechts-en verhaalspositie ten opzichte van [leningnemers] vaststellen. Die vaststelling houdt rechtstreeks verband met de vordering uit hoofde van de borgtochtovereenkomst. De beantwoording van de vraag of, zoals [leningnemers] stellen, KBC de kredietovereenkomst onrechtmatig heeft opgezegd, is voorbehouden aan de rechter in de hoofdzaak. In dit incident kan daarop niet vooruitgelopen worden. 4.4. De slotsom is, gelet op het voorgaande, dat de incidentele vordering van KBC tot het verstrekken van de gevraagde gegevens zal worden toegewezen. De rechtbank wijst partijen volledigheidshalve op het bepaalde in artikel 194 lid 1, tweede zin: “De partij die om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens verzoekt, draagt de kosten die voor de verstrekking daarvan moeten worden gemaakt.” 4.5. De rechtbank acht termen aanwezig de termijn waarbinnen [leningnemers] de gevraagde bescheiden dienen over te leggen, te bepalen op veertien dagen na betekening van dit vonnis. 4.6. Aangezien [leningnemers] niet eerder, ondanks herhaald verzoek daartoe door KBC, zijn overgegaan tot het verstrekken van de gevraagde bescheiden, is naar het oordeel van de rechtbank een dwangsom als prikkel tot nakoming op zijn plaats. De gevorderde dwangsom zal evenwel worden gematigd tot € 250,00 per dag of dagdeel met een maximum van € 10.000,00. 4.7. [leningnemers] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident. De proceskosten van KBC worden begroot op: salaris advocaat € 653,00 (1 punt x tarief II) nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) totaal € 842,00. 5 De beslissing in het incident 5.1. beveelt [leningnemers] hoofdelijk om binnen veertien (14) dagen na betekening van dit vonnis aan KBC een afschrift te verstrekken van: een kopie van de geldleningsovereenkomst tussen [leningnemers] en ABN Amro op grond waarvan het hypotheekrecht is gevestigd; een bewijs van de hoogte van de schuld van [leningnemers] aan ABN Amro op 23 januari 2025 en per heden en van het verloop van die schuld in de tussenliggende periode; een overzicht/verantwoording (inclusief bewijsstukken) van wat er is gebeurd met het door [leningnemers] van ABN Amro geleende geld; en alle correspondentie tussen ABN Amro en [leningnemers] over het aangaan van de geldlening en de verstrekking van het hypotheekrecht, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag of deel daarvan dat [leningnemers] niet aan deze veroordeling voldoen, met een maximum van € 10.000,00, 5.2. veroordeelt [leningnemers] hoofdelijk, dat als de één betaalt, de ander daarvan zal zijn bevrijd, in de proceskosten van € 842,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [leningnemers] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af, in de hoofdzaak 5.5. verstaat dat een mondelinge behandeling is gepland op 31 maart 2026 van 13.30 tot 16.30 uur, 5.6. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026. Productie 1 dagvaarding Productie 2 dagvaarding Productie 3 dagvaarding Productie 4 dagvaarding Productie 5 dagvaarding Productie 6 en 7 dagvaarding Productie 15 conclusie incidentele vordering Productie 9 dagvaarding Productie 12 en 13 dagvaarding Productie 17,18, 19 conclusie incidentele vordering