Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-10
ECLI:NL:RBLIM:2026:1408
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
3,612 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:1408 text/xml public 2026-02-20T13:02:05 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-02-10 12074185 CV EXPL 26-530 Uitspraak Kort geding NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:1408 text/html public 2026-02-20T11:23:44 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:1408 Rechtbank Limburg , 10-02-2026 / 12074185 CV EXPL 26-530 Executiegeschil huurovereenkomst ontbinding en ontruiming woonruimte RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12074185 CV EXPL 26-530 Vonnis in kort geding van 10 februari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. L.N. Hermans, tegen DE STICHTING WONEN ZUID , te Roermond, gedaagde partij, hierna te noemen: Wonen Zuid, procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de aanvullende producties van Wonen Zuid zoals ontvangen op 3 februari 2026 - de aanvullende producties van [eiser] zoals ontvangen op 5 februari 2026 - de mondelinge behandeling van 9 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiser] heeft van Wonen Zuid met ingang van 15 mei 2023 de woning gehuurd aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning). 2.2. In de zaak met zaaknummer 11990738 CV EXPL 25-995 heeft de kantonrechter bij vonnis van 24 december 2025 de huurovereenkomst ontbonden en [eiser] veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, betaling van de huurachterstand ter hoogte van € 2.814,89 (huurachterstand tot en met november 2025), vermeerderd met de wettelijke rente daarover, € 704,16 per maand vanaf 1 december 2025 tot en met het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, en de proceskosten. Tegen dit vonnis is door [eiser] geen appel ingesteld. De appeltermijn is nog niet verstreken. 2.3. Het vonnis is bij exploot van 21 januari 2026 aan [eiser] betekend. In dit exploot is aangekondigd dat de ontruiming zal gaan plaatsvinden op 11 februari 2026 om 15.00 uur. 2.4. [eiser] heeft ook de huurpenningen over de maanden december 2025 tot en met februari 2026 onbetaald gelaten. 3 Het geschil 3.1. [eiser] vordert - samengevat - om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: primair I. de tenuitvoerlegging van het vonnis van 24 december 2025 te verbieden dan wel de ontruiming te schorsen (in afwachting van de uitkomst van de toekenning en uitbetaling van de bijstandsuitkering); II. Wonen Zuid te veroordelen om een dwangsom aan [eiser] te betalen van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder I voldoet; subsidiair III. Wonen Zuid te veroordelen de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten voor een door de kantonrechter te bepalen termijn; in alle gevallen IV. Wonen Zuid te veroordelen in de proceskosten. 3.2. [eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Het vonnis berust op een juridische en/of feitelijke misslag en het ontruimen van de woning doet een noodsituatie ontstaan. 3.3. Wonen Zuid voert verweer. Wonen Zuid concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling spoedeisend belang 4.1. Dit kort geding betreft een executiegeschil. Het spoedeisend belang bij het gevorderde volgt uit de aard daarvan. toetsingskader 4.2. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op een door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. [eiser] heeft geen hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 24 december 2025. Omdat de appeltermijn nog niet is verstreken, zal de kantonrechter toch dit beoordelingskader toepassen. 4.3. De kantonrechter heeft het vonnis van 24 december 2025 uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter heeft deze beslissing niet gemotiveerd. In dat geval moet worden aangenomen dat nog geen afweging van de belangen van partijen heeft plaatsgevonden aan de hand van de daarvoor van belang zijnde feiten en omstandigheden. De kanonrechter in dit kort geding moet deze afweging daarom alsnog maken. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het hoger beroep moet buiten beschouwing worden gelaten. Wel kan de kantonrechter in haar oordeelsvorming betrekken of het ten uitvoer te leggen vonnis berust op een kennelijke (feitelijke of juridische) misslag. kennelijke misslag 4.4. Een kennelijke juridische of feitelijke misslag in een gewezen vonnis wordt niet lichtvaardig aangenomen. Dat geldt des te meer als het, zoals in dit geval, een op tegenspraak gewezen vonnis betreft. Van een dergelijke misslag kan slechts sprake zijn als de vergissing in het recht of in de feiten zó in het oog springt dat daarover geen redelijke twijfel kan bestaan of in het geval dat de motivering van de bewijsbeslissing onbegrijpelijk en/of inhoudelijk tegenstrijdig is. Vaststaat nog altijd dat de huurachterstand op het moment van dagvaarden vier maanden bedroeg (en daarna alleen maar verder is opgelopen). Een en ander is naar vaste rechtspraak in beginsel (meer dan) voldoende voor een ontbinding en ontruiming. Daarbij komt dat [eiser] in afwachting was (en nog altijd is) van een uitbetaling van zijn uitkering en dat niet kon (en nog steeds niet kan) aangeven wanneer hij in staat zal zijn om de lopende huur en de huurachterstand te betalen. De door [eiser] bij antwoord aangevoerde perikelen omtrent de bijstandsuitkering zijn aldus wel door de kantonrechter meegewogen. Een ander verweer is niet gevoerd. De vraag of de kantonrechter het standpunt van [eiser] juist heeft gewaardeerd, dient in een eventueel hoger beroep aan de orde te komen. Dat zou immers neerkomen op een verkapt appel. De conclusie van het voorgaande is dat geen sprake is van een kennelijke misslag. 4.5. De kantonrechter merkt wel op dat er een omissie in het vonnis is geslopen in de zin dat het niet handelt om de “[straat 1]” maar de “[straat 2]”. Het spreekt voor zich dat in het vonnis moet worden gelezen de “[straat 2]” (maar een verbetering is door geen van partijen verzocht; de kantonrechter verwacht ook geen executieproblemen). belangenafweging 4.6. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ontbonden vanwege een huurachterstand die ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding vier maandtermijnen bedroeg. Toen het vonnis was uitgesproken bedroeg de huurachterstand vijf maanden. De kantonrechter heeft aldus overwogen dat de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. Ontbinding van een huurovereenkomst heeft tot gevolg dat de huurder dient te ontruimen. Na ontbinding wordt de woning immers zonder recht of titel bewoond. Reeds om die reden heeft Wonen Zuid belang bij de tenuitvoerlegging van de eveneens toegewezen ontruiming. 4.7. Wonen Zuid heeft ook nog andere belangen aangevoerd. Zij heeft gesteld dat zij een toegelaten instelling in de zin van de Woningwet is en dat er een wachtlijst is voor mensen die in aanmerking willen komen voor woonruimte. Als [eiser] de woning verlaat, kan Wonen Zuid deze woning aanbieden aan iemand anders op de wachtlijst die wel de huur betaalt. 4.8.
Volledig
Wonen Zuid heeft er ook geen vertrouwen in dat [eiser] in de toekomst wel aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen. Wonen Zuid heeft op de mondelinge behandeling gesteld en onderbouwd dat Wonen Zuid al op 23 augustus 2025 (en niet eerst in 22 januari 2026 zoals [eiser] veronderstelt) bij de gemeente een melding in het kader van de vroegsignalering heeft gedaan, maar dat [eiser] toen had aangegeven het zelf te willen oplossen. Verder heeft Wonen Zuid onweersproken gesteld dat [eiser] maandelijks aanmaningsbrieven heeft gekregen en de gemeente automatisch van de betalingsachterstanden op de hoogte wordt gesteld. De gemeente gaat dan actief bij de mensen aan de deur langs. [eiser] deed evenwel niet open en belde ook niet terug. Afspraken bij Wonen Zuid werden afgezegd. Wonen Zuid heeft gesteld en onderbouwd dat ook mevrouw [naam] (Van de Kredietbank Limburg waar [eiser] vrijwillig budgetbeheer heeft of had) in november 2025 heeft aangegeven dat het budgetbeheer en de schuldhulpverlening om dezelfde redenen zouden worden stopgezet. 4.9. De kantonrechter is van oordeel dat Wonen Zuid met het voorgaande voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij de ontruiming van de woning door [eiser] , zodat zij de woning kan aanbieden aan een andere woningzoekende die wel de huur betaalt. Met name het feit dat [eiser] ondanks de diverse aanmaningen en de aanhangig gemaakte ontbindingsprocedure de huurachterstand alleen maar heeft laten oplopen (inmiddels zeven maanden), weegt naar het oordeel van de kantonrechter zeer zwaar. 4.10. Gelet op het zwaarwegende belang van Wonen Zuid bij ontruiming, moeten aan de kant van [eiser] wel zeer zwaarwegende belangen blijken om de door de kantonrechter te maken belangenafweging in zijn voordeel te laten uitvallen. De kantonrechter zal hieronder de door [eiser] aangevoerde belangen bespreken. 4.11. [eiser] stelt dat in geval van ontruiming een noodtoestand ontstaat. Hij stelt in dit verband dat sprake is van psychische problemen, maar niet is toegelicht of uitgelegd waarom dit maakt dat hij is aangewezen op behoud van de woning. [eiser] heeft ook geen bewijsstuk overgelegd waaruit de psychische problemen blijken. Het enkele feit dat [eiser] als gevolg van de ontruiming mogelijk op straat zal komen te staan, is onvoldoende om een noodtoestand aan zijn zijde aan te kunnen nemen. Dit gevolg is immers inherent aan een ontruiming. Daarbij is op de mondelinge behandeling naar voren gekomen dat zijn moeder - aan wie hij mantelzorg verleent en die volgens hem niet alleen kan blijven (en om welke reden hij zou zijn vrijgesteld van de sollicitatieplicht) - huurt van Wonen Zuid (en tijdelijk in een verzorgingsinstelling verblijft) en dat hij daar feitelijk terecht kan, maar dat hij om hem moverende redenen daar niet voor openstaat. Op de vraag van de kantonrechter of hij niet tijdelijk bij zijn moeder terecht kan, heeft hij immers slechts geantwoord dat hij “ook zijn rust wil”. De kantonrechter vermag ook niet in te zien waarom het behoud van de woning noodzakelijk is om mantelzorg te kunnen verlenen (en dit ligt ook niet in de risicosfeer van Wonen Zuid). Van een noodsituatie is geen sprake. 4.12. De kantonrechter acht het ook onbegrijpelijk dat [eiser] niet eerder zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, nu de uitkering al in mei 2025 is stopgezet en hij eerst in september 2025 kenbaar is begonnen met de aanvraag voor een nieuwe uitkering. Dit terwijl de huurschuld steeds verder oploopt. De uitleg die [eiser] daarvoor heeft gegeven, waarbij hij – ook weer volstrekt niet onderbouwd - de volledige schuld legt bij de wijze waarop de gemeente Kerkrade de post verstuurt, komt de kantonrechter niet aannemelijk voor. In combinatie met de berichten van de budgetbeheerder dat de schuldhulpverlening en het budgetbeheer worden gestopt omdat [eiser] geen afspraken nakomt en de schuldhulpverlening van de gemeente Kerkrade die meldt dat [eiser] het zelf wil oplossen, lijkt het er sterk op dat [eiser] zelf ook een aandeel heeft in het ontstaan van de huidige situatie, waar al maanden geen inkomen binnenkomt en er inmiddels een huurachterstand is van zeven maanden. Dat [eiser] een gedupeerde is van falend overheidshandelen en zelf geen enkele blaam treft, is dan ook onvoldoende gebleken. 4.13. Op de mondelinge behandeling is door de gemachtigde van [eiser] alsmaar benadrukt dat [eiser] aanstaande woensdag een gesprek zou hebben met de wethouder van de gemeente, maar [eiser] heeft vervolgens verklaard dat hij ook (pas) eerst vorige week om dit gesprek heeft verzocht. Overigens is ook van deze afspraak en hetgeen daar besproken gaat worden, geen enkel bewijs ingebracht. Daarbij staat allerminst vast - zoals Wonen Zuid ook heeft aangevoerd - dat dit gesprek tot toekenning van een uitkering zal leiden, laat staan met terugwerkende kracht. [eiser] verwacht dit wel, maar hij legt geen bewijsstukken over om deze verwachtingen te onderbouwen. 4.14. De kantonrechter is gelet op dit alles van oordeel dat van Wonen Zuid niet gevergd kan worden om het gesprek met de gemeente op 11 februari 2026 af te wachten. conclusie 4.15. De kantonrechter is op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat Wonen Zuid een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot zo spoedig mogelijke tenuitvoerlegging van het vonnis. De door [eiser] aangevoerde belangen prevaleren niet boven de belangen van Wonen Zuid. De primaire vordering van [eiser] wordt dan ook afgewezen. De subsidiaire vordering, inhoudende dat de executie wordt opgeschort, deelt hetzelfde lot. 4.16. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat Wonen Zuid zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde, maar zich heeft laten vertegenwoordigen door twee medewerkers, wordt volstaan met het toekennen van het forfaitaire bedrag aan reis- en verletkosten van € 50,00 voor het bijwonen van de zitting. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van [eiser] af, 5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026. Productie 4 bij dagvaarding Nagezonden productie Wonen Zuid Artikel 238 lid 1 Rv