Rechtspraak Rechtbank Limburg 2025-09-23
ECLI:NL:RBLIM:2025:9277
RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Familie en jeugd Zaaknummer: C/03/344379 / BZ RK 25/1568 Beroep op grond van artikel 10:7 lid 1 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) inzake beslissing van de Regionale Klachtencommissie Wvggz Limburg van 18 juni 2025 Beschikking van 23 september 2025 van de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg op het ingediende verzoekschrift van: DE ROOYSE WISSEL, gevestigd aan de Wanssumseweg 12 A, 5807 EA in Oostrum, hierna te noemen: verzoekster, ter verkrijging van een beslissing over een klacht van: [persoon 1] ; [persoon 2] ; [persoon 3] ; [persoon 4] ; [persoon 5] ; [persoon 6] ; [persoon 7] ; hierna te noemen: verweerders, bijgestaan door mr. C.W.M. Verberne, advocaat, kantoorhoudende in Eindhoven, ingediend bij de Regionale Klachtencommissie Wvggz op 21 mei 2025 en 22 mei 2025, hierna te noemen: de klachtencommissie. 1 Het procesverloop 1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift ex artikel 10:7 lid 1 Wvggz met bijlagen, bij de griffie van deze rechtbank ontvangen op 30 juli 2025; het verweerschrift, bij de griffie van deze rechtbank ontvangen op 2 september 2025; de pleitnota van verzoekster met bijlagen, overhandigd ter zitting op 9 september 2025. 1.2. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 september 2025 bij De Rooyse Wissel in Oostrum. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: mr. I.A.G. Lenssen, namens De Rooyse Wissel; [persoon 1] , verweerder; [persoon 2] , verweerder; [persoon 3] , verweerder; [persoon 4] , verweerder; [persoon 6] , verweerder; [persoon 7] , verweerder; de advocaat van verweerders. [persoon 5] , een van de verweerders, is hoewel op de juiste wijze opgeroepen niet ter zitting verschenen. De advocaat heeft mede namens hem het woord gevoerd. 1.3. Verweerders hebben gezamenlijk verweer gevoerd, waardoor de rechtbank één beschikking zal afgeven in plaats van afzonderlijke beschikkingen voor iedere verweerder. 2 De feiten 2.1. Verweerders zijn allemaal opgenomen bij de Rooyse Wissel in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) en verblijven op een afdeling met beveiligingsniveau 3. Verweerder [persoon 5] verblijft hier in het kader van een zorgmachtiging op grond van de Wvggz en de overige verweerders zijn opgenomen in het kader van een forensische titel of veroordeling tot TBS met voorwaarden. 2.2. Aan verweerders is per 1 mei 2025 in verband met personeelskrapte een addendum op de huisregels opgelegd, inhoudende dat aan artikel 1.6 van de huisregels van de FPK, genaamd “Slaap- en rusttijden” , wordt toegevoegd het hierna schuingedrukte, rode deel: “Wij gaan uit van een nachtrust tussen 22:00 en 08:15 uur. Het is dan stil op de afdeling en er wordt verwacht dat u op uw kamer verblijft en geen overlast veroorzaakt. Lukt u dit niet, dan kan de deur worden afgesloten. Onder bepaalde omstandigheden wordt binnen de FPK met een aangepast programma gewerkt. Dit houdt in dat er lange dan de hierboven genoemde tijden wordt verwacht dat u op uw kamer blijft en geen overlast veroorzaakt. Voor zover mogelijk, wordt van tevoren kenbaar gemaakt wanneer met een aangepast programma wordt gewerkt, welke praktische gevolgen dit zal hebben en hoelang dat zal duren. In geval van nood kunt u een oproep doen via het intercomsysteem van uw kamer. De nachtdienst zal dan te woord staan en uw hulpvraag beantwoorden. Indien nodig vindt nachtelijke controle plaats via het luikje; ook al is uw deur open.” In de begeleidende brief van 24 april 2025 van de Algemeen Directeur van de instelling staat het volgende: “ U ontvangt deze brief bij het addendum op de huisregels van 1 mei 2025. Met het addendum wordt een wijziging van de huisregels doorgevoerd. Deze wijziging ziet op de tijden waarop u op uw kamer dient te verblijven. Binnen de Rooyse Wissel (op verschillende beveiligingsniveaus) hebben we, net als andere zorginstellingen, te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Hier Verweerders voeren een preliminair verweer en vragen verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren nu het verzoek niet door een advocaat is ingediend en ondertekend, terwijl dit op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) wel had gemoeten. Verweerders hebben daarbij aangegeven dat het preliminair verweer de inhoudelijke behandeling niet in de weg hoeft te staan. Een inhoudelijke behandeling is echt noodzakelijk. Zij wensen wel een beslissing op het preliminair verweer bij beschikking van de rechtbank. 4.2. Verweerders persisteren in hun klachten en hebben verzocht het verzoek van de Rooyse Wissel af te wijzen en de beslissing tot aanpassing van de huisregels zoals neergelegd in het addendum te vernietigen. Verweerders zijn van mening dat de klachtencommissie een zeer goed gemotiveerd en uitgebreid toegelicht juist oordeel heeft gegeven en dat dit oordeel om diverse redenen gehandhaafd dient te blijven. 4.3. Ter zitting hebben verweerders, samengevat, nog het volgende aangevuld. De klachtencommissie heeft een goed gemotiveerde beslissing genomen. Dat verzoekster een probleem heeft door personeelstekort is begrijpelijk. De huisregels zijn er echter niet om dit probleem op te lossen; daar zijn andere wegen voor. Het op slot doen van de deur is een individuele beslissing en daar zijn andere wettelijke mogelijkheden voor. De beperking die de huisregels met zich meebrengen is heel ingrijpend, daar was de klachtencommissie het ook mee eens. Daar stapt verzoekster wel heel makkelijk overheen. Als je in het weekend niet op verlof kunt gaan of aan je doelen kunt werken is dat een forse beperking met grote gevolgen. Ook het bellen vanaf de kamer is duurder dan in de gemeenschappelijke ruimtes, wat een behoorlijke inbreuk is op het budget van betrokkenen, die doorgaans een beperkt budget hebben. Verweerders benadrukken dat er, ten opzichte van de behandeling bij de klachtencommissie, niets nieuws door verzoekster naar voren is gebracht. 4.4. De aanwezige verweerders hebben ter zitting individueel toegelicht wat de toepassing van de nieuwe huisregel voor hen zou betekenen. 5 De beoordeling De bevoegdheid 5.1. De rechtbank acht zich bevoegd om over deze klacht te oordelen op grond van artikel 10:7 Wvggz, als het gaat om verweerder [persoon 5] , en op grond van artikel 9:1 lid 2 Wvggz, als het gaat om de overige hierboven vermelde verweerders die bij de Rooyse Wissel verblijven op basis van een strafrechtelijke of forensische titel. De ontvankelijkheid 5.2. Op grond van artikel 10:7 Wvggz kan een betrokkene, de vertegenwoordiger, de zorgaanbieder of een nabestaande van betrokkene, binnen zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de verzoeker is meegedeeld, een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift indienen bij de rechter ter verkrijging van een beslissing over de klachten. Het verzoek is tijdig ontvangen. Het preliminair verweer 5.3. De advocaat van verweerders heeft, bij wege van een preliminair verweer, verzocht verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren nu het verzoek niet door een advocaat is ingediend en ondertekend, terwijl dat op grond van het Rv verplicht is. Verweerder heeft gesteld dat ondertekening van een verzoekschrift niet verplicht is. De rechtbank wijst allereerst op de uitspraak van de Hoge Raad van 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2096, waarin onder nummer 2.3 het volgende is overwogen: “ Art. 6:1 lid 10 Wvggz bepaalt dat in aanvulling op hetgeen uit de Wvggz voortvloeit, de regels inzake de verzoekschriftprocedure uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing zijn. Deze bepaling ziet evenwel op de procedure inzake de zorgmachtiging en is in art. 10:8 lid 2 Wvggz niet van overeenkomstige toepassing verklaard op een verzoek als bedoeld in art. 10:7 lid 1 Wvggz. Aangenomen moet worden dat op dit punt sprake is van een omissie. Het moet daarom ervoor worden gehouden dat de regels inzake de verzoekschriftprocedure uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvor