Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-09-22
ECLI:NL:RBLIM:2025:9142
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening+bodemzaak
2,334 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/2080
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
22 september 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam] , uit Beek, verzoeker
en
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, het college
(gemachtigden: mr. J. Janssen en M.J. Broen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beek (vergunninghouder) (gemachtigde: H.F.E. Meulenberg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit op bezwaar van 1 september 2025 van het college waarbij verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en gelijktijdig om een voorlopige voorziening gevraagd.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigden van het college en de gemachtigde van vergunninghouder.
1.2.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
3. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:86 van de Awb (kortsluiting), nu de wettelijke termijn voor het aanvullen van de beroepsgronden nog niet is verstreken. Dat betekent dat de voorzieningenrechter alleen op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening beslist.
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Geschil
6. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het bestreden besluit niet onrechtmatig, gelet op het volgende.
6.1.
Het college heeft verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat het college vindt dat verzoeker geen belanghebbende is bij het besluit van 11 juni 2025 waarbij aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning voor het opzettelijk verstoren en het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) ten behoeve van de sloop van een gebouw aan de [adres] te Spaubeek is verleend (hierna: de omgevingsvergunning).
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college op juiste gronden verzoekers bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft daartoe op juiste gronden overwogen dat de afstand tussen verzoekers woning, aan de [adres] te Beek en de [adres] te Spaubeek hemelsbreed ongeveer 1,5 kilometer is en dat dit dusdanig groot is dat ruimtelijke uitstraling van de handelingen op de woon- en leefomgeving van verzoeker niet aanwezig is. Het college heeft daaraan op juiste gronden de conclusie verbonden dat verzoeker daardoor geen belang heeft dat rechtstreeks bij de verleende omgevingsvergunning van 11 juni 2025 is betrokken, zodat verzoeker niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij de omgevingsvergunning van 11 juni 2025 kan worden aangemerkt en zijn bezwaar niet-ontvankelijk is. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit niet onrechtmatig is en dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
8. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025 door mr. G.J. Krens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. van der Genugten, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 23 september 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/2080
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
22 september 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam] , uit Beek, verzoeker
en
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, het college
(gemachtigden: mr. J. Janssen en M.J. Broen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Beek (vergunninghouder) (gemachtigde: H.F.E. Meulenberg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit op bezwaar van 1 september 2025 van het college waarbij verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en gelijktijdig om een voorlopige voorziening gevraagd.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigden van het college en de gemachtigde van vergunninghouder.
1.2.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
3. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:86 van de Awb (kortsluiting), nu de wettelijke termijn voor het aanvullen van de beroepsgronden nog niet is verstreken. Dat betekent dat de voorzieningenrechter alleen op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening beslist.
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Geschil
6. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het bestreden besluit niet onrechtmatig, gelet op het volgende.
6.1.
Het college heeft verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat het college vindt dat verzoeker geen belanghebbende is bij het besluit van 11 juni 2025 waarbij aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning voor het opzettelijk verstoren en het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) ten behoeve van de sloop van een gebouw aan de [adres] te Spaubeek is verleend (hierna: de omgevingsvergunning).
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college op juiste gronden verzoekers bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft daartoe op juiste gronden overwogen dat de afstand tussen verzoekers woning, aan de [adres] te Beek en de [adres] te Spaubeek hemelsbreed ongeveer 1,5 kilometer is en dat dit dusdanig groot is dat ruimtelijke uitstraling van de handelingen op de woon- en leefomgeving van verzoeker niet aanwezig is. Het college heeft daaraan op juiste gronden de conclusie verbonden dat verzoeker daardoor geen belang heeft dat rechtstreeks bij de verleende omgevingsvergunning van 11 juni 2025 is betrokken, zodat verzoeker niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij de omgevingsvergunning van 11 juni 2025 kan worden aangemerkt en zijn bezwaar niet-ontvankelijk is. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit niet onrechtmatig is en dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
8. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025 door mr. G.J. Krens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. van der Genugten, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 23 september 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.