Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-09-17
ECLI:NL:RBLIM:2025:9067
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,658 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11558703 \ CV EXPL 25-1062
Vonnis van 17 september 2025
in de zaak van
FREELANCEFACTORING.COM B.V. t.h.o.d.n. O2FACTORING,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: FreelanceFactoring,
gemachtigde: TeRecht deurwaarders,
tegen
[gedaagde] (m).h.o.d.n. [handelsnaam],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 juli 2025- het e-mailbericht van de gemachtigde van FreelanceFactoring van 11 juli 2025 met de mededeling dat FreelanceFactoring meermaals contact heeft gezocht met Diversifyo, echter zonder resultaat. Daarom zal FreelanceFactoring geen bewijsstukken aanleveren.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
FreelanceFactoring heeft geen bewijsstukken aangeleverd en is aldus niet geslaagd in haar bewijsopdracht. Als gevolg hiervan is niet komen vast te staan dat Diversifyo en [gedaagde] een “marketing en branding overeenkomst” hebben gesloten, dat Diversifyo in dat kader werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht, daarvoor facturen aan [gedaagde] heeft gestuurd en dat [gedaagde] met de betaling daarvan in verzuim is.
2.2.
Het voorgaande betekent de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom ter hoogte van € 9.104,04 niet in rechte is komen vast te staan, zodat deze vordering dient te worden afgewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente liggen dan ook voor afwijzing gereed.
2.3.
FreelanceFactoring is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. De kantonrechter heeft [gedaagde] ter mondelinge behandeling erop gewezen dat, indien de vorderingen van FreelanceFactoring worden afgewezen, [gedaagde] dan een bedrag van € 50,00 krijgt toegewezen per keer dat hij aanwezig is geweest in de rechtbank. [gedaagde] heeft toen aangevoerd dat zijn daadwerkelijke kosten veel hoger zijn dan dat omdat hij tijdelijk in Rotterdam woont. Aan [gedaagde] is medegedeeld dat hij bewijsstukken van zijn kosten dient te overleggen indien hij een hogere proceskostenvergoeding wil dan het vaste tarief van € 50,00 per zitting. [gedaagde] heeft geen bewijsstukken ten aanzien van zijn kosten in het geding gebracht. De proceskosten worden dan ook begroot aan de hand van het vaste tarief en dat betekent dat de proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 100,00 (2 x € 50,00) aan verletkosten.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van FreelanceFactoring af,
3.2.
veroordeelt FreelanceFactoring in de proceskosten van € 100,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.
SH
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11558703 \ CV EXPL 25-1062
Vonnis van 17 september 2025
in de zaak van
FREELANCEFACTORING.COM B.V. t.h.o.d.n. O2FACTORING,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: FreelanceFactoring,
gemachtigde: TeRecht deurwaarders,
tegen
[gedaagde] (m).h.o.d.n. [handelsnaam],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 juli 2025- het e-mailbericht van de gemachtigde van FreelanceFactoring van 11 juli 2025 met de mededeling dat FreelanceFactoring meermaals contact heeft gezocht met Diversifyo, echter zonder resultaat. Daarom zal FreelanceFactoring geen bewijsstukken aanleveren.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
FreelanceFactoring heeft geen bewijsstukken aangeleverd en is aldus niet geslaagd in haar bewijsopdracht. Als gevolg hiervan is niet komen vast te staan dat Diversifyo en [gedaagde] een “marketing en branding overeenkomst” hebben gesloten, dat Diversifyo in dat kader werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht, daarvoor facturen aan [gedaagde] heeft gestuurd en dat [gedaagde] met de betaling daarvan in verzuim is.
2.2.
Het voorgaande betekent de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom ter hoogte van € 9.104,04 niet in rechte is komen vast te staan, zodat deze vordering dient te worden afgewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente liggen dan ook voor afwijzing gereed.
2.3.
FreelanceFactoring is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. De kantonrechter heeft [gedaagde] ter mondelinge behandeling erop gewezen dat, indien de vorderingen van FreelanceFactoring worden afgewezen, [gedaagde] dan een bedrag van € 50,00 krijgt toegewezen per keer dat hij aanwezig is geweest in de rechtbank. [gedaagde] heeft toen aangevoerd dat zijn daadwerkelijke kosten veel hoger zijn dan dat omdat hij tijdelijk in Rotterdam woont. Aan [gedaagde] is medegedeeld dat hij bewijsstukken van zijn kosten dient te overleggen indien hij een hogere proceskostenvergoeding wil dan het vaste tarief van € 50,00 per zitting. [gedaagde] heeft geen bewijsstukken ten aanzien van zijn kosten in het geding gebracht. De proceskosten worden dan ook begroot aan de hand van het vaste tarief en dat betekent dat de proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 100,00 (2 x € 50,00) aan verletkosten.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van FreelanceFactoring af,
3.2.
veroordeelt FreelanceFactoring in de proceskosten van € 100,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.
SH