Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-03-12
ECLI:NL:RBLIM:2025:8662
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,957 tokens
Inleiding
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/307244 / HA ZA 22-308
Vonnis van 12 maart 2025
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
ACADEMISCH ZIEKENHUIS MAASTRICHT,
zetelend te Maastricht,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: AZM,
advocaat: mr. K. Mous,
tegen
1 [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] ,
pro se,
wonend te [woonplaats] ,2. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1],
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] ,wonend te [woonplaats] ,3. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3],
pro se,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagden in conventie,
eiseressen in reconventie,
hierna gezamenlijk te noemen: [gedaagde in conventie, eiseressen in reconventie] ,
of afzonderlijk [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] (pro se) en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] ,
advocaat: mr. L.H.G. Pelzer.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 februari 2025
- de e-mail van de rechtbank aan partijen van 12 februari 2025 met kostenbegroting van de deskundige
- de akte uitlaten van AZM- de akte uitlaten van [gedaagde in conventie, eiseressen in reconventie]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Dr. F. Groenendaal heeft de rechtbank op 30 januari 2025 per e-mail bericht dat hij bereid is om als deskundige in deze zaak op te treden en dat het hem ook vrijstaat om dat te doen. Hij heeft kenbaar gemaakt zich bij zijn onderzoek te laten bijstaan door kinderneuroloog dr. W.C.G. Overweg-Plandsoen. Hij heeft de kosten voor het opstellen van het rapport, inclusief de kosten van dr. Overweg-Plandsoen, begroot op € 22.911,35 inclusief btw.
2.2.
Partijen hebben de rechtbank bij akten uitlaten bericht geen bezwaar te maken tegen de begrote kosten.
2.3.
De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op € 22.911,35 (inclusief btw). In het vonnis van 13 december 2023 is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald.
2.4.
Het deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.5.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.6.
De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Is er sprake van een medische eindtoestand bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] ?
Zo nee, verwacht u een belangrijke verbetering of verslechtering bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] (welke?) en op welke termijn verwacht u dat er sprake is van een medische eindsituatie?
Is er sprake van (een) blijvende ontwikkelingsstoornis(sen) bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] ?
4. Zo ja, van welk type ontwikkelingsstoornis(sen) is sprake? Gaat het om dezelfde ontwikkelingsstoornis(sen) als in 2008 of gaat het (ook) om andere ontwikkelingsstoornis(sen)?
5. A) Mocht u (ook) andere ontwikkelingsstoornis(sen) bij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] vaststellen dan [naam] in 2008 heeft gedaan, heeft de magnesiumoverdosering bijgedragen aan die ontwikkelingsstoornissen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] ? En als dat het geval is, in welke mate?B) Deelt u, gelet op eventuele door u vastgestelde ontwikkelingsstoornis(sen) van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] , alle nieuwe wetenschappelijke onderzoeksresultaten sinds 2008 en eventuele door partijen nieuw aangereikte medische informatie met betrekking tot [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] waarover [naam] mogelijk in 2008 niet beschikte, de opvatting van [naam] zoals verwoord in zijn rapport uit 2008 dat de magnesiumoverdosering voor circa 50% heeft bijgedragen aan de ontwikkelingsstoornissen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] en de extreme pre-dysmaturiteit voor de andere 50%? Zo nee, van welk percentage gaat u uit en waarom?C) Wilt u aangeven of het door u berekende percentage van toepassing is op alle door u vastgestelde stoornissen of dat (ook) sprake is van ontwikkelingsstoornissen die niet verband houden met de overdosering en waarop het door u bekende percentage dus niet van toepassing is?
U wordt verzocht uw antwoorden zo veel mogelijk te motiveren aan de hand van studies die betrekking hebben op het ontstaan van ontwikkelingsstoornissen bij vroeggeboortes met een laag geboortegewicht en andere studies die u relevant acht.
6. Is voor u inzichtelijk hoe [naam] is gekomen tot zijn conclusie dat de kans op ontwikkelingsstoornissen toe is genomen van 39% naar 77,8%?Zo ja, wilt u zijn benadering nader toelichten?
7. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
Dr. F. Groenendaal, kinderarts-neonatoloog,
correspondentieadres: [adres] ,
telefoon: [telefoonnummer] ,
e-mailadres: [e-mailadres] ,
en verstaat dat hij zich in zijn onderzoek mag laten bijstaan door dr. W.C.G. Overweg-Plandsoen, kinderneuroloog,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 22.911,35 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat AZM het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat AZM het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.8.
bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiseressen in reconventie] cd-roms uit 2012, 2013 en 2017 met beeldmateriaal van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] aan de deskundige ter beschikking moet stellen, met gelijktijdige verstrekking van een kopie aan AZM,
3.9.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.10.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
3.11.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.12.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.13.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van haar inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 onder b BW en, als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] als eerste kennis wil nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] (eventueel onder gesloten couvert via haar advocaat) moet toesturen en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of zij gebruik wil maken van haar blokkeringsrecht (waarbij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] zich van commentaar op het concept moet onthouden),
- als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] binnen die termijn meedeelt gebruik te maken van haar blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk staakt en dit aan de rechtbank meedeelt,
- als [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3] geen gebruik maakt van haar inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen stuurt, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.14.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.15.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvo