Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-03-05
ECLI:NL:RBLIM:2025:8653
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,493 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/320535 / HA ZA 23-332
Vonnis van 5 maart 2025
in de zaak van
RAYSOL EUROPE B.V.,
te Eindhoven,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Raysol,
advocaat mr. F.G. van der Geld,
tegen
NIEUWEZON ENERGY FUND I B.V.,
te Maastricht,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: NieuweZon,
advocaat mr. L.A. van Driel.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 13 november 2024,
de akte uitlating 27 Fw van NieuweZon van 11 december 2024,
de brief van mr. L.A. van Geel, namens de curator in het faillissement van Raysol, ter griffie ontvangen op 20 december 2024,
het B16-formulier waarbij NieuweZon verzoekt om ontslag van instantie ex artikel 27 lid 2 Fw, ter griffie ontvangen op 15 januari 2025,
de brief van mr. L.A. van Geel, namens de curator in het faillissement van Raysol, ter griffie ontvangen op 24 januari 2025.
1.2.
Daarop is de zaak verwezen naar de rol van vandaag voor vonnis.
Beoordeling
2.1.
Door de akte van NieuweZon van 11 december 2024 met het verzoek tot schorsing ex artikel 27 Faillissementswet (hierna: Fw) en door raadpleging daarna van het Centraal Insolventieregister, is de rechtbank ermee bekend geworden dat op 15 oktober 2024 het faillissement van Raysol is uitgesproken met benoeming van mr. N. Vinke te Eindhoven tot curator.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat de faillietverklaring is uitgesproken nadat de zaak al naar de rol verwezen was voor vonnis. Ten tijde van het wijzen van het tussenvonnis van 13 november 2024 waren de artikelen 25 lid 2 en 27-29 Fw op grond van artikel 30 lid 1 Fw niet toepasselijk. Nadat het vonnis van 13 november 2024 is uitgesproken, zijn de artikelen 27-29 Fw weer toepasselijk, zo bepaalt artikel 30 lid 2 Fw.
in conventie
2.3.
NieuweZon heeft bij akte het verzoek gedaan om deze procedure conform artikel 27 lid 1 Fw te schorsen om de curator op te roepen het geding over te nemen. De curator heeft daarna bericht dat hij de procedure niet zal overnemen.
2.4.
NieuweZon heeft vervolgens, gelet op het bepaalde in artikel 27 lid 2 Fw, ontslag van instantie verzocht. De curator heeft zich bij brief, ontvangen op 24 januari 2025, vervolgens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.5.
Het vorenstaande brengt met zich dat het verzoek om ontslag van instantie voor toewijzing gereed ligt, met veroordeling van Raysol in de kosten van deze procedure, die tot heden begroot worden op:
griffierecht € 676,00
salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten x € 614,00)
nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in dictum)
totaal € 2.082,00
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
2.7.
In reconventie vordert NieuweZon – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Raysol veroordeelt tot betaling aan NieuweZon van € 144.506,00 in totaal, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf 1 maart 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Raysol in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
2.8.
Op grond van het bepaalde in artikel 29 Fw dient de rechter, zodra hij op de hoogte komt van het faillissement, de rechtsvordering ambtshalve te schorsen wanneer sprake is van een verifieerbare vordering. Het door NieuweZon gevorderde betreft verifieerbare vorderingen. De rechtbank heeft in rov. 4.37. van haar vonnis van 13 november 2024 overwogen dat de vordering van NieuweZon tot betaling van kosten ter grootte van € 47.706,00 zal worden afgewezen. Voor wat betreft de resterende vordering van NieuweZon, zal de procedure ambtshalve worden geschorst. De schorsing geldt vanaf het moment van de uitspraak van het vonnis van 13 november 2024.
Dictum
De rechtbank
in conventie
3.1.
ontslaat NieuweZon van de instantie,
3.2.
veroordeelt Raysol in de proceskosten van NieuweZon tot op heden begroot op € 2.082,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Raysol niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Raysol € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.3.
veroordeelt Raysol tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart beslissingen 3.2. en 3.3. uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
3.5.
verstaat dat de procedure vanaf het moment van de uitspraak van het vonnis van 13 november 2024 van rechtswege is geschorst op grond van het bepaalde in artikel 29 Fw, om alleen te worden voortgezet indien de verificatie van de vorderingen wordt betwist.
Deze beslissing is gegeven door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.
AH