Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-02-26
ECLI:NL:RBLIM:2025:8650
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,641 tokens
Inleiding
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/327300 / HA ZA 24-71
Vonnis van 26 februari 2025
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,
advocaat: mr. N. Soro,
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] h.o.d.n. Bewindvoering Inspirare, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de bewindvoerder en [naam onderbewindgestelde] ,
advocaat: mr. J.E.A. Hendrix.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de producties 1 t/m 5,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie zonder producties,- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie zonder producties,- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [naam onderbewindgestelde] zijn voormalig echtgenoten. Partijen zijn met elkaar gehuwd op 15 oktober 2019 te Sittard-Geleen.
2.2.
Partijen hebben tijdens de echtscheiding een echtscheidingsconvenant opgesteld onder begeleiding van een mediator.
2.3.
De echtscheidingsbeschikking is op 4 november 2021 uitgesproken door rechtbank Limburg en op 9 november 2021 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. In de beschikking van de rechtbank Limburg is bepaald dat het echtscheidingsconvenant deel uitmaakt van de beschikking.
2.4.
Partijen hebben de door hen gemaakte afspraken betreffende de echtelijke woning (hierna: woning) neergelegd in artikel 2.6 van het echtscheidingsconvenant. In artikel 2.6 staat – voor zover relevant – het volgende:
“2.6
Eigendom echtelijke woning
2.6.1 […]
Ten tijde van het opstellen van het convenant is het voor de man echter nog niet mogelijk om het juridische eigendom te verkrijgen van de woning. Omdat de verwachting is dat de man in de toekomst wel het juridisch eigendom kan verkrijgen (binnen de lid 3 van dit artikel genoemde termijn) hebben partijen afgesproken dat de man het economisch eigendom zal verkrijgen. Het economisch eigendom houdt in dat degene die het economisch eigendom verkrijgt het woongenot heeft, de kosten en lasten betaalt van de woning en belang heeft bij de waardeontwikkeling. De waardeontwikkeling is het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer op het moment van de economische verkrijging en de waarde in het economisch verkeer op het moment waarop het juridisch eigendom wordt verdeeld. Dat kan zowel een waardestijging als een waardedaling zijn.
2.6.2
Het economisch eigendom van de echtelijke woning aan de [adres] , [woonplaats 1] wordt toebedeeld aan de man. […]
2.6.3
De overdracht van het juridisch eigendom vindt plaats, uiterlijk binnen 60 maanden na inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, tenzij partijen schriftelijk een latere datum overeenkomen. Het juridisch eigendom van de echtelijke woning aan de [adres] , [woonplaats 1] wordt dan toebedeeld aan de man onder de verplichting om:
- de aan de woning verbonden hypothecaire geldleningen en overlijdensrisicoverzekeringen op zich te nemen en de vrouw te laten ontslaan uit haar hoofdelijke verbondenheid en te vrijwaren voor iedere aansprakelijkheid.
- de kosten die samenhangen met de overname van de hypothecaire geldleningen voor zijn rekening te nemen.
De kosten voor de notariële akte van verdeling en ontslag hoofdelijke verbondenheid zullen bij helfte worden gedeeld.
2.6.4
De waarde van de woning bedroeg op 16 september 2021 volgens WOZ waarde 01.01.2020 een bedrag van € 189.000,--. Partijen zijn van mening dat de werkelijke waarde hiervan afwijkt en € 205.000,-- bedraagt. De reden voor afwijking is dat vergelijkbare woningen in dezelfde buurt recentelijk voor dit bedrag verkocht zijn. De totale hypothecaire geldlening bedraagt € 199.858,-- bij Hypotrust, onder hypotheeknummer 3113871. Partijen zullen de woning op basis van deze waarde verrekenen. Een eventuele toename of afname van de waarde tot het moment waarop het juridisch eigendom wordt verdeeld bij de notaris wordt niet verrekend. De gehele waardeontwikkeling na de datum waardebepaling derhalve voor 100% aan de man (de partij die in woning blijft) toe. Partijen spreken dit af omdat zij het redelijk en billijk vinden dat degene die de woning overneemt ook de lasten van de woning draagt. Partijen zijn zich ervan bewust dat door deze afspraak sprake kan zijn van over- of onderbedeling. Deze over- of onderbedeling wordt niet meer achteraf verrekend. Indien het een belastbare overbedeling betreft zal de overbedeelde partij hiervan melding doen bij de belastingdienst en draagt deze partij zorg voor de betaling van de verschuldigde belasting.
2.6.5
Indien blijkt dat de man niet binnen de genoemde termijn in staat is naast het economisch eigendom ook het juridisch eigendom van de woning te verkrijgen, zal de woning worden verkocht.
Aangezien bij de afwikkeling van de scheiding uit is gegaan van een toebedeling van de woning aan één partij en de verkoop alleen plaatsvindt indien de woning toch niet kan worden toebedeeld hebben partijen afgesproken dat bij de verdeling van de verkoopopbrengst de verdeling zoals opgenomen in het bovenstaande artikel zoveel als mogelijk wordt aangehouden. Indien de verkoopopbrengst hoger of lager is dan de waarde waarmee partijen hebben gerekend dan zal dat het verschil (dit kan zowel positief als negatief zijn) tussen deze twee bedragen op basis van 50/50 worden verdeeld.
2.6.6
Indien het juridisch eigendom niet binnen de in dit artikel gestelde voorwaarden kan worden overgenomen dan wordt de woning verkocht en overgedragen aan de eerste belangstellende die naar het oordeel van partijen een acceptabel bod uitbrengt. Partijen zullen in overleg treden wat zij een acceptabel bod vinden. Indien het niet lukt om in onderling overleg een afspraak daarover te maken dan geldt als acceptabel bod een bod dat maximaal 10% lager is dan de dan geldende taxatiewaarde.
2.6.7
Wanneer zich één van de navolgende situaties voordoet, dan is dat een reden om tussentijds alsnog over te gaan tot het verdelen van het juridisch eigendom van de echtelijke woning:
[…]
- Indien een van de partijen gaat deelnemen aan enige vorm van al dan niet vrijwillige schuldhulpverlening;”
2.5.
Na de echtscheiding heeft [naam onderbewindgestelde] de woning verlaten. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is in de woning blijven wonen en heeft de lasten van de woning betaald.
2.6.
Bij beschikking van 25 mei 2022 zijn de goederen van [naam onderbewindgestelde] onder bewind gesteld met benoeming van de bewindvoerder tot bewindvoerder.
2.7.
Op 25 mei 2023 beroept de advocaat van [naam onderbewindgestelde] zich per brief op vernietiging van het echtscheidingsconvenant en verzoekt zij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] om over te gaan tot verdeling van de gemeenschap.
2.8.
Op 22 juni 2023 heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan [naam onderbewindgestelde] kenbaar gemaakt dat de woning aan hem is toebedeeld tegen een waarde van € 205.000,- en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ook wenst dat de (onverdeelde helft van de) woning op korte termijn notarieel aan hem wordt overgedragen.
2.9.
De bewindvoerder heeft kenbaar gemaakt dat het bedrag waartegen de woning aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dient te worden toebedeeld niet gevolgd kan worden.
Geschil
in conventie
3.1.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
I. [naam onderbewindgestelde] veroordeelt tot nakoming van de gemaakte afspraken, in die zin dat [naam onderbewindgestelde] – binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis – onder de voorwaarde dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening(en), dient mee te werken aan het verlijden van een daartoe strekkende akte van levering van de woning, waarbij de woning notarieel wordt overgedragen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tegen de tussen partijen overeengekomen waarde van € 205.000,-, ten overstaan van een nader door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan te wijzen notaris.
Subsidiair
II. bepaalt dat de echtelijke woning tegen een waarde van € 205.000,- – zonder verdere verrekening van de overwaarde van de woning – aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt toebedeeld, onder de voorwaarde dat [naam onderbewindgestelde] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening(en), althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen verdeling gelast.
Zowel primair, als subsidiair
III. bepaalt dat de kosten van de benodigde notariële akte(n) – conform het convenant – tussen partijen bij helfte worden gedeeld.
IV. bepaalt dat aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vervangende toestemming wordt verleend voor hetgeen onder I en II is gevorderd indien [naam onderbewindgestelde] niet binnen één week haar medewerking verleent en dat dit vonnis – ex artikel 3:300 lid 2 BW – dezelfde kracht heeft en in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van [naam onderbewindgestelde] ter zake de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de voornoemde woning.
V. [naam onderbewindgestelde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, de kosten voor de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] daaronder begrepen en bepaalt dat deze kosten dienen te worden voldaan binnen 14 dagen na het wijzen van het vonnis, bij gebreke waarvan [naam onderbewindgestelde] in verzuim is en wettelijke rente verschuldigd is over deze kosten.
3.2.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] legt aan zijn vordering ten grondslag dat partijen definitieve overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de woning in het echtscheidingsconvenant. [naam onderbewindgestelde] dient de afspraken uit het echtscheidingsconvenant na te komen, aldus [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .
3.3.
[naam onderbewindgestelde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] . [naam onderbewindgestelde] voert het verweer dat het echtscheidingsconvenant moet worden vernietigd op grond van dwaling.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
[naam onderbewindgestelde] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] veroordeelt tot medewerking aan een taxatie van de echtelijke woning door een NVWI taxateur, binnen 30 dagen na het in deze te wijzen vonnis;
II. bepaalt dat de echtelijke woning tegen de taxatiewaarde aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt toebedeeld onder de voorwaarde dat [naam onderbewindgestelde] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening(en) onder verdeling van de overwaarde bij helfte, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen verdeling gelast.
3.6.
[naam onderbewindgestelde] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij heeft gedwaald ten aanzien van de gevolgen van de gemaakte afspraken en dat zij voor meer dan een kwart is benadeeld, waardoor het echtscheidingsconvenant vernietigd moet worden. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] moet medewerking verlenen aan taxatie van de woning, waarna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van [naam onderbewindgestelde] uit de hoofdelijkheid en de overwaarde aan beide partijen bij helfte toekomt, aldus [naam onderbewindgestelde] .
3.7.
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [naam onderbewindgestelde] . [eiser in conventie, verweerder in reconventie] betwist dat [naam onderbewindgestelde] heeft gedwaald ten aanzien van de gevolgen van de gemaakte afspraken.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank de vorderingen gezamenlijk behandelen.
[naam onderbewindgestelde] moet de afspraken uit het echtscheidingsconvenant nakomen
4.2.
De vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is gebaseerd op nakoming van een overeenkomst op grond van artikel 3:296 BW. Het staat vast dat partijen een echtscheidingsconvenant zijn overeengekomen waarin is afgesproken dat het economisch eigendom van de woning wordt toebedeeld aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , hetgeen inhoudt dat hij alle kosten en lasten van de woning betaalt, maar ook recht heeft op de waardeontwikkeling van de woning, zowel in positieve als negatieve zin. Uiterlijk binnen 60 maanden na het sluiten van het convenant zal [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het juridisch eigendom van de woning kunnen verkrijgen, wanneer hij [naam onderbewindgestelde] uit de hoofdelijkheid kan laten ontslaan. Partijen hebben afgesproken dat de waarde van de woning ten tijde van het sluiten van het convenant € 205.000,00 bedraagt en dat partijen de woning op basis van die waarde zullen verrekenen.
4.3.
[naam onderbewindgestelde] stelt dat zij heeft gedwaald over de gevolgen van de gemaakte afspraken in het echtscheidingsconvenant en dat zij voor meer dan een kwart is benadeeld op grond van artikel 3:196 lid 1 BW.
4.4.
De rechtbank overweegt dat met dwaling in algemene zin wordt bedoeld dat de deelgenoot een onjuiste voorstelling van zaken heeft gehad en onder invloed daarvan het echtscheidingsconvenant heeft gesloten. De rechtbank volgt [naam onderbewindgestelde] niet in haar stelling dat zij heeft gedwaald over de gevolgen van de gemaakte afspraken in het echtscheidingsconvenant. Het echtscheidingsconvenant is met behulp van een mediator opgesteld. Beide partijen hebben erkend dat de mediator de gevolgen van de afspraken destijds met hen heeft besproken. Bovendien staan de gemaakte afspraken duidelijk en uitgebreid beschreven in het echtscheidingsconvenant, waarbij ook de gevolgen – namelijk dat sprake kan zijn van over- of onderverdeling en dat dit niet achteraf wordt verrekend – worden benoemd. De rechtbank kan zich moeilijk voorstellen dat [naam onderbewindgestelde] een onjuiste voorstelling van zaken heeft gehad en dat het voor haar onduidelijk was wat de gevolgen van de gemaakte afspraken inhielden.
4.5.
Volgens artikel 3:196 lid 1 BW is een verdeling vernietigbaar indien een deelgenoot omtrent de waarde van een of meer van de te verdelen goederen en schulden heeft gedwaald en daardoor voor meer dan een vierde is benadeeld. [naam onderbewindgestelde] heeft niet gesteld dat zij heeft gedwaald ten aanzien van de waarde van de woning op het moment van het aangaan van het echtscheidingsconvenant. Bovendien heeft [naam onderbewindgestelde] haar stelling dat sprake is van benadeling van meer dan een kwart onvoldoende gemotiveerd. [naam onderbewindgestelde] heeft enkel een printscreen van Huispedia overgelegd ter onderbouwing van haar stelling dat de huidige waarde van de woning wordt geschat op een bedrag van maximaal € 251.000,00. Nog los van de vraag of Huispedia in dit geval een betrouwbare bron is, blijkt uit de printscreen dat Huispedia de waarde van de woning in april 2024 schat tussen € 213.000,00 en € 251.000,00. [naam onderbewindgestelde] is, zonder enige toelichting, uitgegaan van het maximale bedrag dat door Huispedia wordt weergegeven. En zelfs als wordt uitgegaan van dit maximale bedrag van € 251.000,00, is er ten opzichte van de in het echtscheidingsconvenant vastgestelde waarde van € 205.000,00 geen sprake van een benadeling van meer dan 25%. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van dwaling op grond van artikel 3:196 lid 1 BW.
4.6.
Bovenstaande betekent dat [naam onderbewindgestelde] de gemaakte afspraken in het echtscheidingsconvenant moet nakomen en dat de primaire vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zal worden toegewezen. Aangezien [eiser in conventie, verweerder in reconventie] de bewindvoerder, als formele procespartij, in rechte heeft betrokken, zal de rechtbank de door hem ingestelde vordering lezen als een vordering jegens de bewindvoerder en de veroordeling ook jegens de bewindvoerder uitspreken. Nu de primaire vordering zal worden toegewezen, wordt aan beoordeling van de subsidiaire vordering niet toegekomen.
4.7.
De kosten voor de benodigde notariële akte(n) worden – conform het echtscheidingsconvenant – tussen partijen bij helfte gedeeld.
4.8.
De rechtbank oordeelt voorts dat indien de bewindvoerder namens [naam onderbewindgestelde] de medewerking zoals bevolen niet verleent, dit vonnis conform artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van de bewindvoerder ter zake van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning.
De vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen
4.9.
[naam onderbewindgestelde] vordert in reconventie dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt veroordeelt tot medewerking aan een taxatie van de woning en dat de woning tegen de taxatiewaarde aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt toebedeeld onder ontslag uit de hoofdelijkheid van [naam onderbewindgestelde] en verdeling van de overwaarde bij helfte. Zoals hierboven overwogen is [naam onderbewindgestelde] gehouden om de afspraken uit het echtscheidingsconvenant na te komen. De vordering in reconventie zal worden afgewezen.
De proceskosten
4.10.
De proceskosten van partijen zullen, gelet op hun relatie (ex-partners), zowel in conventie als in reconventie worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in conventie
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder tot nakoming van de gemaakte afspraken, in die zin dat hij namens [naam onderbewindgestelde] – binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis – onder de voorwaarde dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening(en), dient mee te werken aan het verlijden van een daartoe strekkende akte van levering van de woning, waarbij de woning notarieel wordt overgedragen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tegen de tussen partijen overeengekomen waarde van € 205.000,00, ten overstaan van een nader door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan te wijzen notaris;
5.2.
bepaalt dat de kosten van de benodigde notariële akte(n) tussen partijen bij helfte worden gedeeld;
5.3.
bepaalt dat aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vervangende toestemming wordt verleend voor hetgeen onder 5.1 is geoordeeld indien de bewindvoerder namens [naam onderbewindgestelde] niet binnen één week zijn medewerking verleent en dat dit vonnis – ex artikel 3:300 lid 2 BW – dezelfde kracht heeft en in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van de bewindvoerder ter zake de door notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot de woning;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
5.7.
wijst de vorderingen af;
5.8.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. V. Steijvers en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2025.