Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-06-04
ECLI:NL:RBLIM:2025:8527
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
18,632 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/330559 / HA ZA 24-228
Vonnis in verzet van 4 juni 2025
in de zaak van
[opposante]
,
wonende te [woonplaats] ,
oorspronkelijk gedaagde, thans opposante,
tevens eiseres in reconventie,
hierna te noemen: [opposante] ,
advocaat mr. M.A.F. Evers en mr. K.W.M. Baten,
tegen
ADVANCE COMMUNICATIONS B.V.,
gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,
oorspronkelijk eiseres, thans geopposeerde,
tevens verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Advacom,
advocaat mr. J. Stokmans.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het door deze rechtbank op 27 december 2023 tussen Advacom en [opposante] bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer C/03/330559 HA ZA 24/228 met de producties 1 tot en met 19,
de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie) met de producties 1 tot en met 8,
de conclusie van antwoord in reconventie met de producties 20 en 21,
de spreekaantekeningen van [opposante] en van Advacom,
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 maart 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Advacom is een marketing- en communicatiebureau. Zij richt zich op de ontwikkeling van bedrijf strategische marketing en communicatie activiteiten, design en ontwikkeling van concepten voor merken en het bijbehorende projectmanagement.
2.2.
[opposante] is een professioneel amazone. Na haar carrière had zij het voornemen
een onderneming te starten in de verkoop van luxe sieraden. Zij wilde daartoe [naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ) oprichten, een bedrijf dat zich bezighoudt met de verkoop van sieraden.
2.3.
Partijen hebben in juni 2021 kennis gemaakt met elkaar. [opposante] heeft Advacom benaderd om op een professionele wijze de zichtbaarheid van het merk [naam bedrijf 1] te optimaliseren.
2.4.
Op 11 augustus 2021 heeft Advacom specifieke werkzaamheden aan [naam bedrijf 1] , gericht aan [opposante] , geoffreerd (offertenummer 60595, strategie [naam bedrijf 1] , website + webshop). Het betreffen werkzaamheden uit de hiervoor omschreven eerste fase en het bouwen van een webshop, voor zover thans van belang, te weten (productie 2):
‘(…). Bijgevoegd ontvang je, zoals we samen hebben besproken op 4 juni en je mail van 7 en 8 juni, de bij ons opgevraagde offerte voor het realiseren van een brand identity (merk) met een website en webshop voor de speciale juwelenlijn [naam bedrijf 1] .
Deze op te zetten juwelenlijn zal in combinatie (story) met [naam bedrijf 1] en [opposante] plaatsvinden. Wij hebben naar aanleiding van de toegestuurde informatie de scope iets verder getrokken, omdat wij denken dat er iets meer mag en kan gebeuren om het vanaf het begin goed weg te zetten. O.b.v. de daadwerkelijk toegepaste functionaliteiten en modules zal het budget definitief gelabeld worden. (…).
Conceptontwikkeling / marketing en communicatiestrategie
(…).
Subtotaal 1 x € 0,00
Bestaand logo aanscherpen en in balans brengen.
(…).
Subtotaal 1 x € 0,00
Website met webshop
(…).
Budget
Bovenstaande ontwerpen / items worden u aangeboden voor maximaal 1 x € 15.000,00
een budgetwaarde van € 15.000,- (exclusief BTW). Indien blijkt dat
we meer uren zouden maken om bovenstaande te realiseren, is dat risico
voor Advance Communications BV.
(…).
Subtotaal € 15.000,00
Technische kosten
Domeinnaamregistratie
1 x € 0,00
(…).
Hosting
(…). 12 x € 240,00
SSl-certificaat
1 x € 190,00
Verwerkersovereenkomst Google Analytics
1 x € 150,00
Subtotaal € 570,00
Additionele werkzaamheden
Zoals besproken zullen er naast het realiseren van de website / shop
verdere zaken opgepakt dienen te worden. Voor onderstaande
posten/items zal t.z.t. een offerte op maat worden aangeboden.
Indicatietarieven zijn reeds verwerkt.
Fotografie 1 x € 0,00
(…).
Marketing- en communicatiewerkzaamheden 1 x € 0,00
(…).
Deponeren 1 x € 0,00
Subtotaal € 0,00
Totaal excl. BTW € 15.570,00
21% BTW € 3.269,70
Totaal incl. BTW
€ 18.839,70
’
2.5.
[opposante] is akkoord gegaan met voormelde offerte, waarmee tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. [opposante] heeft de helft van het overeengekomen bedrag conform de betalingsafspraken betaald (factuur 20210576). In deze factuur staat tevens vermeld dat de overige 50% van het tussen partijen overeengekomen bedrag zou worden gefactureerd wanneer alle overeengekomen diensten succesvol zouden zijn voltooid en opgeleverd (productie 3 bij verzetdagvaarding, tevens conclusie van antwoord):
‘(…).
Installment Invoice
This installment invoice is 50% of quotation 60595, the remaining installment will be
paid when all agreed upon items have been successfully completed and delivered.’
2.6.
Advacom heeft op 28 juni 2022 een offerte naar [naam bedrijf 2] (de andere vennootschap van [opposante] ) gestuurd voor het aangaan van het abonnement, met een totaalprijs van
€ 70.151.25 exclusief BTW. In de offerte is bepaald dat enige bedragen die uit hoofde van het abonnement verschuldigd zouden zijn, voorschotbedragen zouden betreffen (productie 6 bij dagvaarding).
2.7.
Advacom heeft in totaal een bedrag van € 23.139,00 aan [naam bedrijf 1] gefactureerd dat onbetaald is gebleven (productie 19 bij dagvaarding).
Dictum
3.1.
veroordeelt [opposante] tot betaling aan Advance Communications van
€ 47.507,35, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, vanaf 15 november 2022 tot de dag der algehele voldoening,
3.2.
veroordeelt [opposante] tot betaling aan Advance Communications van
€ 1.512,59 ten titel van buitengerechtelijke (incasso)kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
3.3.
veroordeelt [opposante] in de kosten van deze procedure, begroot op
€ 4.146,63, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en, indien voldoening binnen die termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.’
2.11.
[opposante] is tegen voormeld vonnis in verzet gekomen.
Geschil
3.1.
[opposante] vordert in verzet dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In conventie
het bij dagvaarding ingestelde verzet gegrond te verklaart en het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 27 december 2023 met kenmerk C/03/324771 / HA ZA 23-51 1 tussen [opposante] als gedaagde en Advacom als eiser te vernietigt; en opnieuw rechtdoende;
Advacom alsnog niet-ontvankelijk verklaart, althans de vorderingen van Advacom alsnog afwijst, althans Advacom deze ontzegt als zijnde ongegrond dan wel onbewezen;
In reconventie
3. voor recht te verklaart dat Advacom is tekortgeschoten in de nakoming van haar
verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, primair jegens [naam bedrijf 1] en subsidiair jegens [opposante] , zodat Advacom als schuldenaar wettelijk verplicht is om de schade die de schuldeiser, primair [opposante] als lasthebber van [naam bedrijf 1] en subsidiair [opposante] pro se daardoor lijdt te vergoeden,
4. de door de schuldenaar primair [naam bedrijf 1] en subsidiair Advacom geleden schade begroot op grond van ex artikel 6:97 BW op € 24.355,00, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag en Advacom veroordeelt tot vergoeding van deze begrote schade, te vermeerderen met de wettelijke rente van de dag van verzuim, te weten 2 september 2022, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen datum tot aan de dag van algehele voldoening.
In conventie en in reconventie
5. Advacom veroordeelt in de (al dan niet gehele) kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen, met vaststelling van het salaris van de advocaat van AKD, te voldoen aan AKD binnen veertien dagen na betekenis van het vonnis en, voor zover betaling van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
Advacom voert verweer.
Beoordeling
4.1.
Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [opposante] in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.
Bevoegdheid
4.2.
De zaak heeft een internationaal karakter, omdat Advacom in Nederland is gevestigd en [opposante] momenteel woonachtig is in [woonplaats] . De rechtbank zal daarom allereerst (ambtshalve) beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen.
4.3.
[opposante] heeft geen woonplaats op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, waardoor de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is, dient te worden beantwoord aan de hand van de bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv). De in artikel 6 Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de herschikte EEX-Verordening) genoemde uitzonderingen doen zich immers niet voor. Tussen Nederland en [woonplaats] geldt evenmin een andere internationale regeling met betrekking tot rechtsmacht.
4.4.
Artikel 6 aanhef en sub a Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Met de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, wordt de litigieuze verbintenis bedoeld. Voor het verstrekken van diensten is ingevolge artikel 6a sub b Rv – voor elke uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenis – de plaats van uitvoering in Nederland gelegen, indien de diensten volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden. Dit is anders, indien partijen een andersluidende afspraak over de plaats van uitvoering van de in het geding zijnde verbintenis zijn overeengekomen.
4.5.
In de onderhavige procedure is de litigieuze verbintenis de verbintenis tot betaling van een geldsom. De vraag die in het licht van het voorgaande allereerst dient te worden beantwoord is of partijen een plaats van uitvoering van die betalingsverplichting overeengekomen zijn.
4.6.
Gesteld noch gebleken is dat partijen overeengekomen zijn waar betaling plaats dient te vinden. De rechtbank overweegt hiertoe dat Advancom weliswaar facturen heeft overgelegd waarop “We kindly request you to pay (…) to our bank account number NL31 RABO (…)” vermeld staat, maar in deze vermelding ziet de rechtbank zonder nadere toelichting, die niet gegeven is, niet een afspraak tussen partijen met betrekking tot de plaats van uitvoering van de betalingsverplichting.
4.7.
Bij gebreke van een afspraak over de plaats van uitvoering van de betalingsverplichting dient vervolgens ingevolge het onder rov. 4.4. overwogene, de vraag te worden beantwoord of Advacom haar diensten in Nederland verstrekte of diende te verstrekken. De rechtbank stelt in dit licht voorop dat, nu artikel 6a Rv ontleend is aan de (voorlopers van) artikel 7 van de herschikte EEX-Verordening, voor de uitleg van enig geschilpunt omtrent voorgaande vraag aansluiting dient te worden gezocht bij de rechtspraak van het Hof van Justitie.
4.8.
De onderhavige overeenkomst en de additionele werkzaamheden van Advacom hebben betrekking op het verrichten van marketing- en communicatiewerkzaamheden. Zij omvatten naar het oordeel van de rechtbank meer dan het verstrekken van diensten alleen in Nederland, want zij zien (onder meer) ook op het deponeren van het merk in de Benelux en (de voorbereiding van) de lancering van het merk in Praag. Uit jurisprudentie van het HvJ EU blijkt dat, wanneer, zoals in onderhavig geval, op basis van dezelfde overeenkomst diensten worden verricht in verschillende lidstaten, de rechter van de plaats waar de diensten hoofdzakelijk worden verricht bevoegd is om kennis te nemen van alle vorderingen uit die overeenkomst op basis van de bepalingen van de overeenkomst, dan wel, indien dit niet bepaald kan worden op basis van die bepalingen, op basis van de daadwerkelijke uitvoering van de overeenkomst (HvJ EU 11 maart 2010 (Wood Floor vs Silva Trade), ECLI:EU:C:2010:137). Hoewel deze uitspraak betrekking had op een agentuurovereenkomst, is verdedigbaar dat deze uitleg ook geldt voor de dienstverleningsovereenkomst in de zin van artikel 7 van de herschikte EEX-Verordening.
4.9.
Met inachtneming van het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat uit de overeenkomst moet worden afgeleid dat de dienstenverlening van Advacom, zoals zij onder randnummer 28 van de dagvaarding ook aanvoert, hoofdzakelijk wordt verricht vanuit Sittard-Geleen. Daaruit volgt dat ingevolge artikel 6 aanhef onder a jo. 6a sub b Rv aan deze rechtbank rechtsmacht toekomt.
Toepasselijk recht
4.10.
Vervolgens moet worden beoordeeld welk recht van toepassing is op het onderhavige geschil.
4.11.
Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een verbintenis uit overeenkomst tussen partijen, waardoor de rechtsverhouding tussen partijen valt binnen de werkingssfeer van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome-I). Ingevolge artikel 4 lid 1 sub b Rome I is op de onderhavige zaak Nederlands recht van toepassing.
De vorderingen
In conventie
4.12.
De rechtbank zal eerst ingaan op de (inhoudelijke) vraag of [opposante] de door haar betwiste facturen van Advacom verschuldigd is. Daartoe het volgende.
De initiële werkzaamheden
4.13.
Zoals gezegd is met het accorderen van de offerte van 11 augustus 2021 van Advacom door [opposante] of [naam bedrijf 1] een overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen voor, kort gezegd, het realiseren van een “brand identity (merk) met een website en webshop voor de speciale juwelenlijn [naam bedrijf 1] ” (zie rov. 2.4.), zulks voor de prijs van € 15.000,00 exclusief btw. [opposante] erkent dit. De eerste hierop betrekking hebbende factuur van 31 augustus 2021 van Advacom, gericht aan [naam bedrijf 2] , van € 7.500,00, zijnde de helft van het totaal, is voldaan.
4.14.
Advacom vordert thans ook nakoming van de betalingsverplichting van [opposante] van de andere helft, de tweede termijn van € 7.500,00.
4.14.1.
[opposante] heeft zich hiertegen verzet, omdat de hierop betrekking hebbende werkzaamheden volgens haar niet zijn afgerond, terwijl partijen zijn overeengekomen dat eerst dan de betreffende betalingsverplichting geldt (zie rov. 2.5).
4.14.2.
Advacom voert hier op haar beurt weer tegenaan dat die omstandigheid niet aan haar te wijten is, maar aan [opposante] zelf. Meer in het bijzonder stelt Advacom dat [opposante] afronding van de werkzaamheden door Advacom heeft belemmerd (en dit zelfs heeft verboden) door haar de rechten tot de development omgeving c.q. het beheerssysteem te ontnemen, zodat sprake is van schuldeisersverzuim van de zijde van [opposante] , aldus Advacom.
4.14.3.
[opposante] heeft betwist dat sprake is van schuldeisersverzuim en heeft dienaangaande (onder meer) gesteld dat Advacom de overeenkomst op 2 september 2022 eenzijdig heeft beëindigd, zulks onder verwijzing naar een e-mail van (de heer [naam 1] van) Advacom (productie 12 bij inleidende dagvaarding, 4e blad), luidende:
“All in all the situation at hand gives us no confidence for further cooperation with you in the future.
Dictum
De rechtbank
In conventie
5.1.
verklaart het verzet gegrond,
5.2.
vernietigt het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, met zaaknummer/rolnummer C/03/324771 / HA ZA 23-511,
5.3.
wijst de vorderingen van Advacom alsnog af,
5.4.
veroordeelt Advacom in de proceskosten van € 4.046,12, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Advacom niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Advacom tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
In reconventie
5.7.
wijst de vorderingen af,
5.8.
veroordeelt [opposante] in de proceskosten van € 1.750,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Advacom niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.9.
veroordeelt [opposante] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op
4 juni 2025.
type: AP
coll:
Inleiding
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/330559 / HA ZA 24-228
Vonnis in verzet van 4 juni 2025
in de zaak van
[opposante]
,
wonende te [woonplaats] ,
oorspronkelijk gedaagde, thans opposante,
tevens eiseres in reconventie,
hierna te noemen: [opposante] ,
advocaat mr. M.A.F. Evers en mr. K.W.M. Baten,
tegen
ADVANCE COMMUNICATIONS B.V.,
gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,
oorspronkelijk eiseres, thans geopposeerde,
tevens verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Advacom,
advocaat mr. J. Stokmans.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het door deze rechtbank op 27 december 2023 tussen Advacom en [opposante] bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer C/03/330559 HA ZA 24/228 met de producties 1 tot en met 19,
de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie) met de producties 1 tot en met 8,
de conclusie van antwoord in reconventie met de producties 20 en 21,
de spreekaantekeningen van [opposante] en van Advacom,
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 maart 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Advacom is een marketing- en communicatiebureau. Zij richt zich op de ontwikkeling van bedrijf strategische marketing en communicatie activiteiten, design en ontwikkeling van concepten voor merken en het bijbehorende projectmanagement.
2.2.
[opposante] is een professioneel amazone. Na haar carrière had zij het voornemen
een onderneming te starten in de verkoop van luxe sieraden. Zij wilde daartoe [naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ) oprichten, een bedrijf dat zich bezighoudt met de verkoop van sieraden.
2.3.
Partijen hebben in juni 2021 kennis gemaakt met elkaar. [opposante] heeft Advacom benaderd om op een professionele wijze de zichtbaarheid van het merk [naam bedrijf 1] te optimaliseren.
2.4.
Op 11 augustus 2021 heeft Advacom specifieke werkzaamheden aan [naam bedrijf 1] , gericht aan [opposante] , geoffreerd (offertenummer 60595, strategie [naam bedrijf 1] , website + webshop). Het betreffen werkzaamheden uit de hiervoor omschreven eerste fase en het bouwen van een webshop, voor zover thans van belang, te weten (productie 2):
‘(…). Bijgevoegd ontvang je, zoals we samen hebben besproken op 4 juni en je mail van 7 en 8 juni, de bij ons opgevraagde offerte voor het realiseren van een brand identity (merk) met een website en webshop voor de speciale juwelenlijn [naam bedrijf 1] .
Deze op te zetten juwelenlijn zal in combinatie (story) met [naam bedrijf 1] en [opposante] plaatsvinden. Wij hebben naar aanleiding van de toegestuurde informatie de scope iets verder getrokken, omdat wij denken dat er iets meer mag en kan gebeuren om het vanaf het begin goed weg te zetten. O.b.v. de daadwerkelijk toegepaste functionaliteiten en modules zal het budget definitief gelabeld worden. (…).
Conceptontwikkeling / marketing en communicatiestrategie
(…).
Subtotaal 1 x € 0,00
Bestaand logo aanscherpen en in balans brengen.
(…).
Subtotaal 1 x € 0,00
Website met webshop
(…).
Budget
Bovenstaande ontwerpen / items worden u aangeboden voor maximaal 1 x € 15.000,00
een budgetwaarde van € 15.000,- (exclusief BTW). Indien blijkt dat
we meer uren zouden maken om bovenstaande te realiseren, is dat risico
voor Advance Communications BV.
(…).
Subtotaal € 15.000,00
Technische kosten
Domeinnaamregistratie
1 x € 0,00
(…).
Hosting
(…). 12 x € 240,00
SSl-certificaat
1 x € 190,00
Verwerkersovereenkomst Google Analytics
1 x € 150,00
Subtotaal € 570,00
Additionele werkzaamheden
Zoals besproken zullen er naast het realiseren van de website / shop
verdere zaken opgepakt dienen te worden. Voor onderstaande
posten/items zal t.z.t. een offerte op maat worden aangeboden.
Indicatietarieven zijn reeds verwerkt.
Fotografie 1 x € 0,00
(…).
Marketing- en communicatiewerkzaamheden 1 x € 0,00
(…).
Deponeren 1 x € 0,00
Subtotaal € 0,00
Totaal excl. BTW € 15.570,00
21% BTW € 3.269,70
Totaal incl. BTW
€ 18.839,70
’
2.5.
[opposante] is akkoord gegaan met voormelde offerte, waarmee tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. [opposante] heeft de helft van het overeengekomen bedrag conform de betalingsafspraken betaald (factuur 20210576). In deze factuur staat tevens vermeld dat de overige 50% van het tussen partijen overeengekomen bedrag zou worden gefactureerd wanneer alle overeengekomen diensten succesvol zouden zijn voltooid en opgeleverd (productie 3 bij verzetdagvaarding, tevens conclusie van antwoord):
‘(…).
Installment Invoice
This installment invoice is 50% of quotation 60595, the remaining installment will be
paid when all agreed upon items have been successfully completed and delivered.’
2.6.
Advacom heeft op 28 juni 2022 een offerte naar [naam bedrijf 2] (de andere vennootschap van [opposante] ) gestuurd voor het aangaan van het abonnement, met een totaalprijs van
€ 70.151.25 exclusief BTW. In de offerte is bepaald dat enige bedragen die uit hoofde van het abonnement verschuldigd zouden zijn, voorschotbedragen zouden betreffen (productie 6 bij dagvaarding).
2.7.
Advacom heeft in totaal een bedrag van € 23.139,00 aan [naam bedrijf 1] gefactureerd dat onbetaald is gebleven (productie 19 bij dagvaarding).
Dictum
3.1.
veroordeelt [opposante] tot betaling aan Advance Communications van
€ 47.507,35, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, vanaf 15 november 2022 tot de dag der algehele voldoening,
3.2.
veroordeelt [opposante] tot betaling aan Advance Communications van
€ 1.512,59 ten titel van buitengerechtelijke (incasso)kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
3.3.
veroordeelt [opposante] in de kosten van deze procedure, begroot op
€ 4.146,63, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en, indien voldoening binnen die termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.’
2.11.
[opposante] is tegen voormeld vonnis in verzet gekomen.
Geschil
3.1.
[opposante] vordert in verzet dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In conventie
het bij dagvaarding ingestelde verzet gegrond te verklaart en het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, van 27 december 2023 met kenmerk C/03/324771 / HA ZA 23-51 1 tussen [opposante] als gedaagde en Advacom als eiser te vernietigt; en opnieuw rechtdoende;
Advacom alsnog niet-ontvankelijk verklaart, althans de vorderingen van Advacom alsnog afwijst, althans Advacom deze ontzegt als zijnde ongegrond dan wel onbewezen;
In reconventie
3. voor recht te verklaart dat Advacom is tekortgeschoten in de nakoming van haar
verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, primair jegens [naam bedrijf 1] en subsidiair jegens [opposante] , zodat Advacom als schuldenaar wettelijk verplicht is om de schade die de schuldeiser, primair [opposante] als lasthebber van [naam bedrijf 1] en subsidiair [opposante] pro se daardoor lijdt te vergoeden,
4. de door de schuldenaar primair [naam bedrijf 1] en subsidiair Advacom geleden schade begroot op grond van ex artikel 6:97 BW op € 24.355,00, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag en Advacom veroordeelt tot vergoeding van deze begrote schade, te vermeerderen met de wettelijke rente van de dag van verzuim, te weten 2 september 2022, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen datum tot aan de dag van algehele voldoening.
In conventie en in reconventie
5. Advacom veroordeelt in de (al dan niet gehele) kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen, met vaststelling van het salaris van de advocaat van AKD, te voldoen aan AKD binnen veertien dagen na betekenis van het vonnis en, voor zover betaling van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
Advacom voert verweer.
Beoordeling
4.1.
Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [opposante] in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.
Bevoegdheid
4.2.
De zaak heeft een internationaal karakter, omdat Advacom in Nederland is gevestigd en [opposante] momenteel woonachtig is in [woonplaats] . De rechtbank zal daarom allereerst (ambtshalve) beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen.
4.3.
[opposante] heeft geen woonplaats op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, waardoor de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is, dient te worden beantwoord aan de hand van de bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv). De in artikel 6 Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de herschikte EEX-Verordening) genoemde uitzonderingen doen zich immers niet voor. Tussen Nederland en [woonplaats] geldt evenmin een andere internationale regeling met betrekking tot rechtsmacht.
4.4.
Artikel 6 aanhef en sub a Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Met de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, wordt de litigieuze verbintenis bedoeld. Voor het verstrekken van diensten is ingevolge artikel 6a sub b Rv – voor elke uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenis – de plaats van uitvoering in Nederland gelegen, indien de diensten volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden. Dit is anders, indien partijen een andersluidende afspraak over de plaats van uitvoering van de in het geding zijnde verbintenis zijn overeengekomen.
4.5.
In de onderhavige procedure is de litigieuze verbintenis de verbintenis tot betaling van een geldsom. De vraag die in het licht van het voorgaande allereerst dient te worden beantwoord is of partijen een plaats van uitvoering van die betalingsverplichting overeengekomen zijn.
4.6.
Gesteld noch gebleken is dat partijen overeengekomen zijn waar betaling plaats dient te vinden. De rechtbank overweegt hiertoe dat Advancom weliswaar facturen heeft overgelegd waarop “We kindly request you to pay (…) to our bank account number NL31 RABO (…)” vermeld staat, maar in deze vermelding ziet de rechtbank zonder nadere toelichting, die niet gegeven is, niet een afspraak tussen partijen met betrekking tot de plaats van uitvoering van de betalingsverplichting.
4.7.
Bij gebreke van een afspraak over de plaats van uitvoering van de betalingsverplichting dient vervolgens ingevolge het onder rov. 4.4. overwogene, de vraag te worden beantwoord of Advacom haar diensten in Nederland verstrekte of diende te verstrekken. De rechtbank stelt in dit licht voorop dat, nu artikel 6a Rv ontleend is aan de (voorlopers van) artikel 7 van de herschikte EEX-Verordening, voor de uitleg van enig geschilpunt omtrent voorgaande vraag aansluiting dient te worden gezocht bij de rechtspraak van het Hof van Justitie.
4.8.
De onderhavige overeenkomst en de additionele werkzaamheden van Advacom hebben betrekking op het verrichten van marketing- en communicatiewerkzaamheden. Zij omvatten naar het oordeel van de rechtbank meer dan het verstrekken van diensten alleen in Nederland, want zij zien (onder meer) ook op het deponeren van het merk in de Benelux en (de voorbereiding van) de lancering van het merk in Praag. Uit jurisprudentie van het HvJ EU blijkt dat, wanneer, zoals in onderhavig geval, op basis van dezelfde overeenkomst diensten worden verricht in verschillende lidstaten, de rechter van de plaats waar de diensten hoofdzakelijk worden verricht bevoegd is om kennis te nemen van alle vorderingen uit die overeenkomst op basis van de bepalingen van de overeenkomst, dan wel, indien dit niet bepaald kan worden op basis van die bepalingen, op basis van de daadwerkelijke uitvoering van de overeenkomst (HvJ EU 11 maart 2010 (Wood Floor vs Silva Trade), ECLI:EU:C:2010:137). Hoewel deze uitspraak betrekking had op een agentuurovereenkomst, is verdedigbaar dat deze uitleg ook geldt voor de dienstverleningsovereenkomst in de zin van artikel 7 van de herschikte EEX-Verordening.
4.9.
Met inachtneming van het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat uit de overeenkomst moet worden afgeleid dat de dienstenverlening van Advacom, zoals zij onder randnummer 28 van de dagvaarding ook aanvoert, hoofdzakelijk wordt verricht vanuit Sittard-Geleen. Daaruit volgt dat ingevolge artikel 6 aanhef onder a jo. 6a sub b Rv aan deze rechtbank rechtsmacht toekomt.
Toepasselijk recht
4.10.
Vervolgens moet worden beoordeeld welk recht van toepassing is op het onderhavige geschil.
4.11.
Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een verbintenis uit overeenkomst tussen partijen, waardoor de rechtsverhouding tussen partijen valt binnen de werkingssfeer van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome-I). Ingevolge artikel 4 lid 1 sub b Rome I is op de onderhavige zaak Nederlands recht van toepassing.
De vorderingen
In conventie
4.12.
De rechtbank zal eerst ingaan op de (inhoudelijke) vraag of [opposante] de door haar betwiste facturen van Advacom verschuldigd is. Daartoe het volgende.
De initiële werkzaamheden
4.13.
Zoals gezegd is met het accorderen van de offerte van 11 augustus 2021 van Advacom door [opposante] of [naam bedrijf 1] een overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen voor, kort gezegd, het realiseren van een “brand identity (merk) met een website en webshop voor de speciale juwelenlijn [naam bedrijf 1] ” (zie rov. 2.4.), zulks voor de prijs van € 15.000,00 exclusief btw. [opposante] erkent dit. De eerste hierop betrekking hebbende factuur van 31 augustus 2021 van Advacom, gericht aan [naam bedrijf 2] , van € 7.500,00, zijnde de helft van het totaal, is voldaan.
4.14.
Advacom vordert thans ook nakoming van de betalingsverplichting van [opposante] van de andere helft, de tweede termijn van € 7.500,00.
4.14.1.
[opposante] heeft zich hiertegen verzet, omdat de hierop betrekking hebbende werkzaamheden volgens haar niet zijn afgerond, terwijl partijen zijn overeengekomen dat eerst dan de betreffende betalingsverplichting geldt (zie rov. 2.5).
4.14.2.
Advacom voert hier op haar beurt weer tegenaan dat die omstandigheid niet aan haar te wijten is, maar aan [opposante] zelf. Meer in het bijzonder stelt Advacom dat [opposante] afronding van de werkzaamheden door Advacom heeft belemmerd (en dit zelfs heeft verboden) door haar de rechten tot de development omgeving c.q. het beheerssysteem te ontnemen, zodat sprake is van schuldeisersverzuim van de zijde van [opposante] , aldus Advacom.
4.14.3.
[opposante] heeft betwist dat sprake is van schuldeisersverzuim en heeft dienaangaande (onder meer) gesteld dat Advacom de overeenkomst op 2 september 2022 eenzijdig heeft beëindigd, zulks onder verwijzing naar een e-mail van (de heer [naam 1] van) Advacom (productie 12 bij inleidende dagvaarding, 4e blad), luidende:
“All in all the situation at hand gives us no confidence for further cooperation with you in the future.
Dictum
De rechtbank
In conventie
5.1.
verklaart het verzet gegrond,
5.2.
vernietigt het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, met zaaknummer/rolnummer C/03/324771 / HA ZA 23-511,
5.3.
wijst de vorderingen van Advacom alsnog af,
5.4.
veroordeelt Advacom in de proceskosten van € 4.046,12, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Advacom niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Advacom tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
In reconventie
5.7.
wijst de vorderingen af,
5.8.
veroordeelt [opposante] in de proceskosten van € 1.750,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Advacom niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.9.
veroordeelt [opposante] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op
4 juni 2025.
type: AP
coll:
Beoordeling
With this e-mail I would like to inform you that we regret that we can no longer do business with you as of today as long as we cannot settle this matter in a proper way.”
4.14.4.
Hoewel met deze bewoordingen nog een opening lijkt te worden gegeven om samen verder te gaan indien het tussen partijen gerezen verschil van inzicht op een goede manier wordt geregeld (“as long as we cannot settle this matter in a proper way”), is die geboden opening feitelijk betekenisloos, nu Advacom hier vervolgens aan toevoegt:
“We maintain our position regarding the invoices and urge you to settle these within 10 days from today. It should be clearly understood that all copyrights to all developed resources remain with Advance Communications BV and you are not permitted to make use of any of these until all invoices have been paid.”
Met andere woorden, voor de door Advacom voorgestelde “proper way” bestond slechts één weg, namelijk betaling van haar facturen binnen tien dagen, waaronder niet alleen de onderhavige factuur van € 7.500,00, maar ook facturen die betrekking hadden op additionele werkzaamheden, ter zake waarvan [opposante] of [naam bedrijf 1] de betaling – om goede redenen (waarover hierna meer in rov. 4.18) – had geweigerd. Met deze ‘take it or leave it’ benadering was het naar het oordeel van de rechtbank Advacom zelf die de nakoming van de verbintenis tussen partijen heeft verhinderd, zodat aan haar stelling dat sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [opposante] moet worden voorbij gegaan. Dat (de advocaat van) Advacom ongeveer twee maanden later bij brief van 1 november 2022 (productie 14 bij inleidende dagvaarding) te kennen geeft dat:
“(…). Zoals gezegd zijn drie van de vier werkzaamheden volledig afgerond en moeten er uitsluitend nog (beperkte) werkzaamheden aan de website/webshop worden verricht. Cliënte kan deze werkzaamheden momenteel door handelingen van [naam bedrijf 1] c.s. niet uitvoeren. Cliënte is evenwel nog altijd bereid om deze werkzaamheden uit te voeren tegen betaling van de overeengekomen EUR 7.500,-.”
maakt dit niet anders, nu betaling nog steeds als harde voorwaarde werd gesteld en de omstandigheden inmiddels waren veranderd; gezien de tijdsdruk die er was, hetgeen [opposante] ter zitting nader heeft toegelicht, moest er snel worden gehandeld om haar merk tijdig te lanceren, waartoe [opposante] of [naam bedrijf 1] zich tot een derde heeft gewend.
4.15.
Uit het voorgaande volgt dat, nu Advacom niet “alle overeengekomen diensten succesvol [heeft] voltooid en opgeleverd” (zie rov. 2.5), hetgeen [opposante] of [naam bedrijf 1] niet kan worden tegengeworpen, er op geen der gestelde grondslagen een betalingsverplichting voor [opposante] is ontstaan. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
De additionele werkzaamheden
4.16.
Parallel aan het begin van de uitvoering van de initiële werkzaamheden is Advacom op 13 augustus 2022 ook begonnen met het verrichten van de additionele werkzaamheden. [opposante] heeft de hierop betrekking hebbende facturen (in abonnementsvorm) niet betaald, aldus Advacom, terwijl [opposante] hier wel opdracht voor had gegeven. [opposante] betwist dit en stelt kort gezegd dat nimmer opdracht is gegeven tot het verrichten van de door Advacom gestelde additionele werkzaamheden.
4.17.
Ter zitting gevraagd naar de grondslag van de in rekening gebrachte additionele werkzaamheden heeft Advacom gesteld dat die ten eerste is gelegen in de offerte met betrekking tot de initiële werkzaamheden (productie 2 bij inleidende dagvaarding); hierin worden de betreffende werkzaamheden, aldus Advacom, “voorzien” en is daar uiteindelijk ook opdracht toe gegeven door [opposante] (proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 maart 2025). Ten tweede, zo stelt Advacom, vormt ook de presentatie van 10 juni 2022 (productie 5 bij inleidende dagvaarding) waarin een voorstel is gedaan voor de financiële afhandeling van de werkzaamheden die waren uitgevoerd en nog uitgevoerd moesten worden, grondslag voor de additionele werkzaamheden.
4.18.
Dit standpunt kan niet worden onderschreven. Voorop gesteld zij dat ingevolge het bepaalde in artikel 6:217 lid 1 BW een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. In het licht hiervan kan uit hetgeen Advacom hierover heeft aangevoerd op geen enkele wijze worden geconcludeerd dat [opposante] of [naam bedrijf 1] (het aanbod tot) het verrichten van additionele werkzaamheden heeft aanvaard, ook niet impliciet derhalve. Weliswaar is in de geaccordeerde offerte met betrekking tot de initiële werkzaamheden een kopje ‘Additionele werkzaamheden’ opgenomen, waarin onderdelen als ‘fotografie’ en ‘marketing- en communicatiewerkzaamheden’ zijn opgenomen, maar tevens is hierin bepaald dat voor die posten “t.z.t. een offerte op maat [zal] worden aangeboden.” Gelet hierop mocht [opposante] er in elk geval op vertrouwen dat voor het additionele werk nog een tweede offerte zou worden opgemaakt. Hiermee valt niet te rijmen dat Advacom rond diezelfde periode al was begonnen met het verrichten van de additionele werkzaamheden, zonder een dergelijke offerte aan [opposante] te hebben voorgelegd. Dat blijkt eigenlijk ook uit hetgeen Advacom ter zitting heeft aangevoerd, namelijk dat van de additionele werkzaamheden “(…) geen vast stuk [is] gemaakt, omdat dit een creatief proces is. Het is moeilijk duidelijk te maken hoe zo’n proces werkt. Daarom hebben we ook steeds aangegeven dat er meer werkzaamheden bij zouden komen en hebben we geprobeerd dit in een abonnementsvorm te gieten (…).” Wat hier ook van zij, ook over werkzaamheden in een creatief proces dient er – mondeling of schriftelijk – overeenstemming te zijn. Voor die overeenstemming biedt het dossier echter – het zij herhaald – geen aanknopingspunten. Ook uit de presentatie van 10 juni 2022 valt niet af te leiden dat [opposante] uiteindelijk opdracht heeft gegeven de additionele werkzaamheden uit te voeren. De door partijen gevoerde correspondentie (productie 8 bij inleidende dagvaarding), waar Advacom ook naar verwijst, biedt hier evenmin steun voor, nog daargelaten dat Advacom in het kader van haar wegwijsplicht niet aangeeft in welke fase en op welk punt van die correspondentie partijen dan exact overeenstemming zouden hebben bereikt. Dit alles klemt temeer, nu [opposante] na ontvangst van de betreffende facturen zich (uiteindelijk steeds) op het standpunt is blijven stellen dat zij zich daar niet in kon vinden.
4.19.
Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van Advacom op basis van de primaire grondslag – vordering tot nakoming – dienen te worden afgewezen.
4.20.
De subsidiair gestelde grondslag – ongerechtvaardigde verrijking – biedt evenmin grond voor toewijzing van de vorderingen van Advacom, omdat Advacom op dit punt niet heeft voldaan aan haar stelplicht. De enkele niet toegelichte stelling dat Advacom “de hiervoor beschreven werkzaamheden immers [heeft] verricht en [opposante] daarbij telkens op de hoogte [heeft] gehouden van hetgeen zij voor haar uitvoerde”(randnr. 50 van de inleidende dagvaarding), om vervolgens te betogen:
“Indien Advacom niet betaald krijgt voor haar werkzaamheden is Advacom voor een bedrag van EUR 47.507,35 verarmd terwijl [opposante] met ditzelfde bedrag is verrijkt.”,
is in het licht van de gemotiveerde betwisting door [opposante] te kort door de bocht en volstrekt onvoldoende.
Beoordeling
With this e-mail I would like to inform you that we regret that we can no longer do business with you as of today as long as we cannot settle this matter in a proper way.”
4.14.4.
Hoewel met deze bewoordingen nog een opening lijkt te worden gegeven om samen verder te gaan indien het tussen partijen gerezen verschil van inzicht op een goede manier wordt geregeld (“as long as we cannot settle this matter in a proper way”), is die geboden opening feitelijk betekenisloos, nu Advacom hier vervolgens aan toevoegt:
“We maintain our position regarding the invoices and urge you to settle these within 10 days from today. It should be clearly understood that all copyrights to all developed resources remain with Advance Communications BV and you are not permitted to make use of any of these until all invoices have been paid.”
Met andere woorden, voor de door Advacom voorgestelde “proper way” bestond slechts één weg, namelijk betaling van haar facturen binnen tien dagen, waaronder niet alleen de onderhavige factuur van € 7.500,00, maar ook facturen die betrekking hadden op additionele werkzaamheden, ter zake waarvan [opposante] of [naam bedrijf 1] de betaling – om goede redenen (waarover hierna meer in rov. 4.18) – had geweigerd. Met deze ‘take it or leave it’ benadering was het naar het oordeel van de rechtbank Advacom zelf die de nakoming van de verbintenis tussen partijen heeft verhinderd, zodat aan haar stelling dat sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [opposante] moet worden voorbij gegaan. Dat (de advocaat van) Advacom ongeveer twee maanden later bij brief van 1 november 2022 (productie 14 bij inleidende dagvaarding) te kennen geeft dat:
“(…). Zoals gezegd zijn drie van de vier werkzaamheden volledig afgerond en moeten er uitsluitend nog (beperkte) werkzaamheden aan de website/webshop worden verricht. Cliënte kan deze werkzaamheden momenteel door handelingen van [naam bedrijf 1] c.s. niet uitvoeren. Cliënte is evenwel nog altijd bereid om deze werkzaamheden uit te voeren tegen betaling van de overeengekomen EUR 7.500,-.”
maakt dit niet anders, nu betaling nog steeds als harde voorwaarde werd gesteld en de omstandigheden inmiddels waren veranderd; gezien de tijdsdruk die er was, hetgeen [opposante] ter zitting nader heeft toegelicht, moest er snel worden gehandeld om haar merk tijdig te lanceren, waartoe [opposante] of [naam bedrijf 1] zich tot een derde heeft gewend.
4.15.
Uit het voorgaande volgt dat, nu Advacom niet “alle overeengekomen diensten succesvol [heeft] voltooid en opgeleverd” (zie rov. 2.5), hetgeen [opposante] of [naam bedrijf 1] niet kan worden tegengeworpen, er op geen der gestelde grondslagen een betalingsverplichting voor [opposante] is ontstaan. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.
De additionele werkzaamheden
4.16.
Parallel aan het begin van de uitvoering van de initiële werkzaamheden is Advacom op 13 augustus 2022 ook begonnen met het verrichten van de additionele werkzaamheden. [opposante] heeft de hierop betrekking hebbende facturen (in abonnementsvorm) niet betaald, aldus Advacom, terwijl [opposante] hier wel opdracht voor had gegeven. [opposante] betwist dit en stelt kort gezegd dat nimmer opdracht is gegeven tot het verrichten van de door Advacom gestelde additionele werkzaamheden.
4.17.
Ter zitting gevraagd naar de grondslag van de in rekening gebrachte additionele werkzaamheden heeft Advacom gesteld dat die ten eerste is gelegen in de offerte met betrekking tot de initiële werkzaamheden (productie 2 bij inleidende dagvaarding); hierin worden de betreffende werkzaamheden, aldus Advacom, “voorzien” en is daar uiteindelijk ook opdracht toe gegeven door [opposante] (proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 maart 2025). Ten tweede, zo stelt Advacom, vormt ook de presentatie van 10 juni 2022 (productie 5 bij inleidende dagvaarding) waarin een voorstel is gedaan voor de financiële afhandeling van de werkzaamheden die waren uitgevoerd en nog uitgevoerd moesten worden, grondslag voor de additionele werkzaamheden.
4.18.
Dit standpunt kan niet worden onderschreven. Voorop gesteld zij dat ingevolge het bepaalde in artikel 6:217 lid 1 BW een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. In het licht hiervan kan uit hetgeen Advacom hierover heeft aangevoerd op geen enkele wijze worden geconcludeerd dat [opposante] of [naam bedrijf 1] (het aanbod tot) het verrichten van additionele werkzaamheden heeft aanvaard, ook niet impliciet derhalve. Weliswaar is in de geaccordeerde offerte met betrekking tot de initiële werkzaamheden een kopje ‘Additionele werkzaamheden’ opgenomen, waarin onderdelen als ‘fotografie’ en ‘marketing- en communicatiewerkzaamheden’ zijn opgenomen, maar tevens is hierin bepaald dat voor die posten “t.z.t. een offerte op maat [zal] worden aangeboden.” Gelet hierop mocht [opposante] er in elk geval op vertrouwen dat voor het additionele werk nog een tweede offerte zou worden opgemaakt. Hiermee valt niet te rijmen dat Advacom rond diezelfde periode al was begonnen met het verrichten van de additionele werkzaamheden, zonder een dergelijke offerte aan [opposante] te hebben voorgelegd. Dat blijkt eigenlijk ook uit hetgeen Advacom ter zitting heeft aangevoerd, namelijk dat van de additionele werkzaamheden “(…) geen vast stuk [is] gemaakt, omdat dit een creatief proces is. Het is moeilijk duidelijk te maken hoe zo’n proces werkt. Daarom hebben we ook steeds aangegeven dat er meer werkzaamheden bij zouden komen en hebben we geprobeerd dit in een abonnementsvorm te gieten (…).” Wat hier ook van zij, ook over werkzaamheden in een creatief proces dient er – mondeling of schriftelijk – overeenstemming te zijn. Voor die overeenstemming biedt het dossier echter – het zij herhaald – geen aanknopingspunten. Ook uit de presentatie van 10 juni 2022 valt niet af te leiden dat [opposante] uiteindelijk opdracht heeft gegeven de additionele werkzaamheden uit te voeren. De door partijen gevoerde correspondentie (productie 8 bij inleidende dagvaarding), waar Advacom ook naar verwijst, biedt hier evenmin steun voor, nog daargelaten dat Advacom in het kader van haar wegwijsplicht niet aangeeft in welke fase en op welk punt van die correspondentie partijen dan exact overeenstemming zouden hebben bereikt. Dit alles klemt temeer, nu [opposante] na ontvangst van de betreffende facturen zich (uiteindelijk steeds) op het standpunt is blijven stellen dat zij zich daar niet in kon vinden.
4.19.
Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van Advacom op basis van de primaire grondslag – vordering tot nakoming – dienen te worden afgewezen.
4.20.
De subsidiair gestelde grondslag – ongerechtvaardigde verrijking – biedt evenmin grond voor toewijzing van de vorderingen van Advacom, omdat Advacom op dit punt niet heeft voldaan aan haar stelplicht. De enkele niet toegelichte stelling dat Advacom “de hiervoor beschreven werkzaamheden immers [heeft] verricht en [opposante] daarbij telkens op de hoogte [heeft] gehouden van hetgeen zij voor haar uitvoerde”(randnr. 50 van de inleidende dagvaarding), om vervolgens te betogen:
“Indien Advacom niet betaald krijgt voor haar werkzaamheden is Advacom voor een bedrag van EUR 47.507,35 verarmd terwijl [opposante] met ditzelfde bedrag is verrijkt.”,
is in het licht van de gemotiveerde betwisting door [opposante] te kort door de bocht en volstrekt onvoldoende.
Beoordeling
4.21.
Nu uit al het voorgaande volgt dat de vorderingen van Advacom op inhoudelijke gronden zullen worden afgewezen, behoeft de vraag of Advacom de juiste partij heeft gedagvaard – [opposante] of [naam bedrijf 1] – geen beantwoording meer, zodat het antwoord op die vraag in het midden kan worden gelaten.
4.22.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal Advacom worden veroordeeld in de proceskosten in conventie.
Proceskosten
4.23.
[opposante] vordert veroordeling van Advacom in de werkelijk door haar gemaakte proceskosten. In dit verband voert zij aan dat Adcvacom misbruik van procesrecht maakt door een evident kansloze vordering in te stellen en onjuiste feiten naar voren te brengen. Advacom betwist het vorenstaande.
4.24.
In een dagvaardingsprocedure kan de rechter een veroordeling in de proceskosten uitspreken. Voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten kan alleen plaats zijn in buitengewone omstandigheden, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen als grond voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter, dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM. De rechtbank ziet in dit geval geen reden voor een reële proceskostenveroordeling, nu een vordering tot vergoeding van alle proceskosten, waaronder die van de advocaat, in beginsel alleen toewijsbaar is in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.
4.25.
Het verzet tegen het verstekvonnis van deze rechtbank van 27 december 2023 zal gegrond worden verklaard. Dat vonnis zal worden vernietigd. Advacom is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opposante] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 115,12
- griffierecht € 1.325,00
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × € 1.214,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.046,12
In reconventie
4.26.
[opposante] maakt in reconventie aanspraak op vergoeding van de door haar geleden schade als gevolg van de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Advacom. Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat Advacom de op haar rustende contractuele verplichtingen niet is nagekomen en dat na 2 september 2022 duidelijk was dat zij ook niet meer zou nakomen. Advacom is gelet op artikel 6:83 sub c BW daarbij van rechtswege in verzuim, aldus [opposante] . Als gevolg van de de mededelingen van Advacom dat zij haar werkzaamheden niet zou voortzetten en dat [naam bedrijf 1] geen gebruik mocht maken van de vruchten van de werkzaamheden van Advacom, was [naam bedrijf 1] genoodzaakt om derde partijen in te schakelen om de aan Advacom uitbestede werkzaamheden alsnog te doen. Als Advacom haar werkzaamheden deugdelijk en tijdig had verricht en conform afspraak had gefactureerd, dan zouden de kosten voor [naam bedrijf 1] € 15.000,00 bedragen hebben. Als gevolg van de tekortkoming van Advacom heeft [naam bedrijf 1] in totaal een bedrag van € 39.355,00 uitgegeven aan andere partijen voor deze eerder aan Advacom uitbestede werkzaamheden, als ook rekening wordt gehouden met het aan Advacom aanbetaalde bedrag van € 7.500,00. De totaal geleden schade bedraagt derhalve € 24.355,00. Verder vordert [opposante] Advacom te veroordelen in de reële proceskosten.
4.27.
Advacom betwist dat zij schadeplichtig is jegens [opposante] . Daarvoor dient zij in verzuim te zijn en daar is geen sprake van, nu Advacom de overeenkomst niet eenzijdig heeft beëindigd. Van een ondubbelzinnige mededeling van haar zijde is geen sprake. Gelet hierop dient de gevorderde verklaring voor recht en de daarop gebaseerde betalingsvordering te worden afgewezen. Verder zijn de door [opposante] overgelegde facturen niet voorzien van enige specificatie en is deze vordering tot vergoeding van de schade niet inhoudelijk onderbouwd. Ten slotte bestaat er geen ruimte voor vergoeding van de reële proceskosten, zoals door [opposante] gevorderd.
4.28.
De rechtbank stelt voorop dat, zoals hiervoor in rov. 4.14.4. overwogen, Advacom zelf de nakoming van de verbintenis tussen partijen heeft verhinderd, waardoor zij in beginsel schadeplichtig is.
4.29.
[opposante] heeft ter onderbouwing van haar schade een afschrift van de facturen overgelegd die zij stelt te hebben ontvangen voor het verrichten van werkzaamheden die uitbesteed waren aan Advacom. Het betreft de volgende facturen:
Shopify - abonnement webshop € 3.085,00
Guten Tag studio - Logo Redesign & Launch Campaign € 4.500,00 en € 5.622,50
Müse Consulting - Project management € 3.000,00
Umutdoga - Verpakkingen € 2.472,50
[naam 2] Fotografie - Fotografie € 875,00
Guten Tag Studio - [naam bedrijf 1] e-commerce & verpakkingen € 3.000,00
Guten Tag Studio - [naam bedrijf 1] e-commerce € 1.500,00
[naam 3] - Logo en branding € 1.500,00
[naam 3] - Logo en branding € 4.500,00
Florianopolis - Website € 780,00
Florianopolis - Website € 1.020,00
4.30.
De eisen van een behoorlijke rechtspleging brengen mee dat een partij die een beroep wil doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dit op een zodanige wijze dient te doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen zij zich dient te verweren (vgl. HR 23 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0729, NJ 1992/814 en HR 8 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2810, NJ 1999/342). De rechter heeft slechts te letten op de feiten waarop een partij ter ondersteuning van haar standpunt een beroep heeft gedaan, en de enkele omstandigheid dat uit door een partij overgelegde stukken een bepaald feit blijkt, impliceert niet dat zij zich ter ondersteuning van haar standpunt op dat feit beroept (vgl. HR 10 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1176, NJ 1994/686).
4.31.
[opposante] stelt dat de door haar overgelegde facturen de door haar geleden schade weergeven. Die stelling wordt door Advacom gemotiveerd betwist. Advacom heeft hiertoe als verweer naar voren gebracht dat [opposante] de door haar gestelde gemaakte kosten niet inhoudelijk heeft onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat [opposante] weliswaar een pak facturen heeft overgelegd, maar het is niet de taak van de rechtbank om, zonder dat haar daarin de weg wordt gewezen, die facturen te fileren en daaruit vervolgens te herleiden of dat onderzoek wel of niet tot de door [opposante] gewenste conclusies leiden. Om te kunnen beoordelen of schade is geleden, althans of de mogelijkheid van schade aannemelijk is, moet immers op zijn minst duidelijkheid bestaan over de vraag welke kosten ten gevolge van de niet uitgevoerde werkzaamheden van Advacom zijn gemaakt en waarom. Pas dan kan worden beoordeeld of de tekortkoming van Advacom tot schade heeft geleden dan wel of de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Kortom, om aanspraak te kunnen maken op schadevergoeding had [opposante] helderheid dienen te verschaffen over waarom bepaalde kosten voor rekening van Advacom zouden komen en had zij deze, in geval van betwisting daarvan, behoren te onderbouwen. Dit heeft zij niet gedaan.
Beoordeling
4.21.
Nu uit al het voorgaande volgt dat de vorderingen van Advacom op inhoudelijke gronden zullen worden afgewezen, behoeft de vraag of Advacom de juiste partij heeft gedagvaard – [opposante] of [naam bedrijf 1] – geen beantwoording meer, zodat het antwoord op die vraag in het midden kan worden gelaten.
4.22.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal Advacom worden veroordeeld in de proceskosten in conventie.
Proceskosten
4.23.
[opposante] vordert veroordeling van Advacom in de werkelijk door haar gemaakte proceskosten. In dit verband voert zij aan dat Adcvacom misbruik van procesrecht maakt door een evident kansloze vordering in te stellen en onjuiste feiten naar voren te brengen. Advacom betwist het vorenstaande.
4.24.
In een dagvaardingsprocedure kan de rechter een veroordeling in de proceskosten uitspreken. Voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten kan alleen plaats zijn in buitengewone omstandigheden, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen als grond voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter, dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM. De rechtbank ziet in dit geval geen reden voor een reële proceskostenveroordeling, nu een vordering tot vergoeding van alle proceskosten, waaronder die van de advocaat, in beginsel alleen toewijsbaar is in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.
4.25.
Het verzet tegen het verstekvonnis van deze rechtbank van 27 december 2023 zal gegrond worden verklaard. Dat vonnis zal worden vernietigd. Advacom is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opposante] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 115,12
- griffierecht € 1.325,00
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × € 1.214,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.046,12
In reconventie
4.26.
[opposante] maakt in reconventie aanspraak op vergoeding van de door haar geleden schade als gevolg van de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Advacom. Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat Advacom de op haar rustende contractuele verplichtingen niet is nagekomen en dat na 2 september 2022 duidelijk was dat zij ook niet meer zou nakomen. Advacom is gelet op artikel 6:83 sub c BW daarbij van rechtswege in verzuim, aldus [opposante] . Als gevolg van de de mededelingen van Advacom dat zij haar werkzaamheden niet zou voortzetten en dat [naam bedrijf 1] geen gebruik mocht maken van de vruchten van de werkzaamheden van Advacom, was [naam bedrijf 1] genoodzaakt om derde partijen in te schakelen om de aan Advacom uitbestede werkzaamheden alsnog te doen. Als Advacom haar werkzaamheden deugdelijk en tijdig had verricht en conform afspraak had gefactureerd, dan zouden de kosten voor [naam bedrijf 1] € 15.000,00 bedragen hebben. Als gevolg van de tekortkoming van Advacom heeft [naam bedrijf 1] in totaal een bedrag van € 39.355,00 uitgegeven aan andere partijen voor deze eerder aan Advacom uitbestede werkzaamheden, als ook rekening wordt gehouden met het aan Advacom aanbetaalde bedrag van € 7.500,00. De totaal geleden schade bedraagt derhalve € 24.355,00. Verder vordert [opposante] Advacom te veroordelen in de reële proceskosten.
4.27.
Advacom betwist dat zij schadeplichtig is jegens [opposante] . Daarvoor dient zij in verzuim te zijn en daar is geen sprake van, nu Advacom de overeenkomst niet eenzijdig heeft beëindigd. Van een ondubbelzinnige mededeling van haar zijde is geen sprake. Gelet hierop dient de gevorderde verklaring voor recht en de daarop gebaseerde betalingsvordering te worden afgewezen. Verder zijn de door [opposante] overgelegde facturen niet voorzien van enige specificatie en is deze vordering tot vergoeding van de schade niet inhoudelijk onderbouwd. Ten slotte bestaat er geen ruimte voor vergoeding van de reële proceskosten, zoals door [opposante] gevorderd.
4.28.
De rechtbank stelt voorop dat, zoals hiervoor in rov. 4.14.4. overwogen, Advacom zelf de nakoming van de verbintenis tussen partijen heeft verhinderd, waardoor zij in beginsel schadeplichtig is.
4.29.
[opposante] heeft ter onderbouwing van haar schade een afschrift van de facturen overgelegd die zij stelt te hebben ontvangen voor het verrichten van werkzaamheden die uitbesteed waren aan Advacom. Het betreft de volgende facturen:
Shopify - abonnement webshop € 3.085,00
Guten Tag studio - Logo Redesign & Launch Campaign € 4.500,00 en € 5.622,50
Müse Consulting - Project management € 3.000,00
Umutdoga - Verpakkingen € 2.472,50
[naam 2] Fotografie - Fotografie € 875,00
Guten Tag Studio - [naam bedrijf 1] e-commerce & verpakkingen € 3.000,00
Guten Tag Studio - [naam bedrijf 1] e-commerce € 1.500,00
[naam 3] - Logo en branding € 1.500,00
[naam 3] - Logo en branding € 4.500,00
Florianopolis - Website € 780,00
Florianopolis - Website € 1.020,00
4.30.
De eisen van een behoorlijke rechtspleging brengen mee dat een partij die een beroep wil doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dit op een zodanige wijze dient te doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen zij zich dient te verweren (vgl. HR 23 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0729, NJ 1992/814 en HR 8 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2810, NJ 1999/342). De rechter heeft slechts te letten op de feiten waarop een partij ter ondersteuning van haar standpunt een beroep heeft gedaan, en de enkele omstandigheid dat uit door een partij overgelegde stukken een bepaald feit blijkt, impliceert niet dat zij zich ter ondersteuning van haar standpunt op dat feit beroept (vgl. HR 10 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1176, NJ 1994/686).
4.31.
[opposante] stelt dat de door haar overgelegde facturen de door haar geleden schade weergeven. Die stelling wordt door Advacom gemotiveerd betwist. Advacom heeft hiertoe als verweer naar voren gebracht dat [opposante] de door haar gestelde gemaakte kosten niet inhoudelijk heeft onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat [opposante] weliswaar een pak facturen heeft overgelegd, maar het is niet de taak van de rechtbank om, zonder dat haar daarin de weg wordt gewezen, die facturen te fileren en daaruit vervolgens te herleiden of dat onderzoek wel of niet tot de door [opposante] gewenste conclusies leiden. Om te kunnen beoordelen of schade is geleden, althans of de mogelijkheid van schade aannemelijk is, moet immers op zijn minst duidelijkheid bestaan over de vraag welke kosten ten gevolge van de niet uitgevoerde werkzaamheden van Advacom zijn gemaakt en waarom. Pas dan kan worden beoordeeld of de tekortkoming van Advacom tot schade heeft geleden dan wel of de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Kortom, om aanspraak te kunnen maken op schadevergoeding had [opposante] helderheid dienen te verschaffen over waarom bepaalde kosten voor rekening van Advacom zouden komen en had zij deze, in geval van betwisting daarvan, behoren te onderbouwen. Dit heeft zij niet gedaan.