Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-07-16
ECLI:NL:RBLIM:2025:7140
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,398 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11520682 \ CV EXPL 25-644
Vonnis van 16 juli 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING HUMANKIND,
gevestigd te Vught,
eisende partij,
hierna te noemen: Humankind,
gemachtigde: P.M.F. Otten,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. NOVUM BEWIND EN BUDGETBEHEER, in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] ,
kantoorhoudende op een geheim adres in de gemeente [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: R. van der Sommen.
1De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 april 2025- de akte van Humankind voor de rol van 30 april 2025- de akte van [gedaagde] voor de rol van 30 april 2025- de antwoordakte van Humankind voor de rol van 11 juni 2025
- de antwoordakte van [gedaagde] d.d. 19 mei 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsen: informatie verplichtingen
2.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:
- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met 20% te verminderen
- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit te laten, waarna Humankind in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.
2.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. Beide partijen hebben alleen maar inhoudelijk gereageerd, zodat de inhoud van de aktes bij de beoordeling van het voorgelegde rechtsgeschil buiten beschouwing wordt gelaten.
2.3.
Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 9.916,39 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.
Ambtshalve toetsing: algemene voorwaarden
2.4.
Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter Humankind in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden, waarna [gedaagde] in de gelegenheid zal worden gesteld om een antwoordakte te nemen. Humankind heeft gereageerd bij akte van 30 april 2025 en [gedaagde] bij antwoordakte van 19 mei 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.5.
In de akte heeft Humankind gesteld dat door de vermelding van “wettelijke grenzen” in artikel 17.6 van de algemene voorwaarden de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten wordt bepaald door hetgeen wordt vermeld in art. 6:96 BW en het Besluit van 27 maart 2012.
Zij is van mening dat voormeld artikel geen oneerlijk beding bevat.
2.6.
[gedaagde] heeft alleen maar inhoudelijk gereageerd, zodat de inhoud van haar akte bij de beoordeling van het voorgelegde rechtsgeschil buiten beschouwing wordt gelaten.
2.7.
De kantonrechter volgt de stellingen van Humankind niet.
In voormeld art. 17.6 staat alleen vermeld dat de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten wordt bepaald door de wettelijke grenzen. De rest van de tekst van het beding sluit niet uit dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument in verzuim is.
In de toelichting van Humankind ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van het beding dan in het tussenvonnis.
2.8.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 17.6 van de algemene voorwaarden voor zover dit beding ziet op buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Rente
2.9.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente (= € 393,27) zal worden afgewezen, omdat Humankind die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend.
2.10.
Nu Humankind niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke data [gedaagde] met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente over de gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (= 20 januari 2025). Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
Conclusie
2.11.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- gesanctioneerde hoofdsom
€
9.916,39
+
- betalingen
€
8.958,77
-/-
Totaal
€
957,62
Proceskosten
2.12.
Gelet op de uitkomst van de procedure, zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten. Nu de vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 957,62 blijft een deel van het griffierecht, zijnde een bedrag van € 174,00 (€ 514,00 -/- € 340,00) voor rekening van Humankind. Het salaris voor de gemachtigde zal worden toegekend op basis van het toegewezen bedrag.
De proceskosten van Humankind worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,87
- griffierecht
€
340,00
- salaris gemachtigde
€
135,00
(1 punt × € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
689,37
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Humankind te betalen een bedrag van € 957,62, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 689,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025.
type: JEC
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11520682 \ CV EXPL 25-644
Vonnis van 16 juli 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING HUMANKIND,
gevestigd te Vught,
eisende partij,
hierna te noemen: Humankind,
gemachtigde: P.M.F. Otten,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. NOVUM BEWIND EN BUDGETBEHEER, in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde] ,
kantoorhoudende op een geheim adres in de gemeente [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: R. van der Sommen.
1De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 april 2025- de akte van Humankind voor de rol van 30 april 2025- de akte van [gedaagde] voor de rol van 30 april 2025- de antwoordakte van Humankind voor de rol van 11 juni 2025
- de antwoordakte van [gedaagde] d.d. 19 mei 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsen: informatie verplichtingen
2.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:
- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met 20% te verminderen
- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit te laten, waarna Humankind in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.
2.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. Beide partijen hebben alleen maar inhoudelijk gereageerd, zodat de inhoud van de aktes bij de beoordeling van het voorgelegde rechtsgeschil buiten beschouwing wordt gelaten.
2.3.
Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 9.916,39 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.
Ambtshalve toetsing: algemene voorwaarden
2.4.
Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter Humankind in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden, waarna [gedaagde] in de gelegenheid zal worden gesteld om een antwoordakte te nemen. Humankind heeft gereageerd bij akte van 30 april 2025 en [gedaagde] bij antwoordakte van 19 mei 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.5.
In de akte heeft Humankind gesteld dat door de vermelding van “wettelijke grenzen” in artikel 17.6 van de algemene voorwaarden de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten wordt bepaald door hetgeen wordt vermeld in art. 6:96 BW en het Besluit van 27 maart 2012.
Zij is van mening dat voormeld artikel geen oneerlijk beding bevat.
2.6.
[gedaagde] heeft alleen maar inhoudelijk gereageerd, zodat de inhoud van haar akte bij de beoordeling van het voorgelegde rechtsgeschil buiten beschouwing wordt gelaten.
2.7.
De kantonrechter volgt de stellingen van Humankind niet.
In voormeld art. 17.6 staat alleen vermeld dat de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten wordt bepaald door de wettelijke grenzen. De rest van de tekst van het beding sluit niet uit dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument in verzuim is.
In de toelichting van Humankind ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van het beding dan in het tussenvonnis.
2.8.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 17.6 van de algemene voorwaarden voor zover dit beding ziet op buitengerechtelijke incassokosten. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Rente
2.9.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente (= € 393,27) zal worden afgewezen, omdat Humankind die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend.
2.10.
Nu Humankind niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang van welke data [gedaagde] met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente over de gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (= 20 januari 2025). Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
Conclusie
2.11.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- gesanctioneerde hoofdsom
€
9.916,39
+
- betalingen
€
8.958,77
-/-
Totaal
€
957,62
Proceskosten
2.12.
Gelet op de uitkomst van de procedure, zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten. Nu de vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 957,62 blijft een deel van het griffierecht, zijnde een bedrag van € 174,00 (€ 514,00 -/- € 340,00) voor rekening van Humankind. Het salaris voor de gemachtigde zal worden toegekend op basis van het toegewezen bedrag.
De proceskosten van Humankind worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,87
- griffierecht
€
340,00
- salaris gemachtigde
€
135,00
(1 punt × € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
689,37
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Humankind te betalen een bedrag van € 957,62, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 689,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025.
type: JEC