Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-01-17
ECLI:NL:RBLIM:2025:592
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,467 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 17 januari 2025
Zaaknummer: C/03/337558 / FA RK 24-3595
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven in de zaak van:
[verzoekster] en [verzoeker]
verzoeksters, verder te noemen: de ouders,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C. Simmelink, kantoorhoudend in Maarssen, gemeente Stichtse Vecht.
1Het verloop van de procedure
Op 20 december 2024 is bij de griffie een verzoekschrift met bijlagen ingekomen.
Feiten
Uit het geregistreerd partnerschap tussen de ouders is, voor zover van belang, geboren de minderjarige [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ). [minderjarige] is geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] . De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
De geboorteakte van [minderjarige] is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, aktenummer 100319 van het jaar 2024.
3Het verzoek
Verzocht wordt de voornaam van [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat de voornamen ‘ [voornaam 1] ’ en ‘ [voornaam 2] ’ worden geschrapt, zodat de volledige naam van [minderjarige] komt te luiden: [minderjarige] .
Beoordeling
Artikel 1:4 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen: BW) geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van zijn voornamen. De ouders hebben in hun hoedanigheid als wettelijke vertegenwoordigers van [minderjarige] het verzoek ingediend.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW moet voor een wijziging van de voornamen een voldoende zwaarwichtig belang bestaan.
De rechtbank is van oordeel dat de ouders met de door hen gegeven toelichting voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in het dagelijks leven hinder en ongemak ervaren van de door hen gekozen derde en vierde voornaam van [minderjarige] . [minderjarige] is vernoemd naar de familie van de ouders. De derde en vierde voornaam is een verwijzing naar tante [voornaam 1] en tante [voornaam 2] . In de kraamtijd is er een conflict ontstaan tussen de ouders en de beide tantes. Hoewel de ouders de afgelopen maanden meerdere pogingen hebben ondernomen om het conflict te beëindigen, is dat niet gelukt. Inmiddels is er al zes maanden geen contact meer met de tantes. De ouders hebben geen behoefte dit contact nog te herstellen. Zij achten het niet in het belang van [minderjarige] dat zij vernoemd is naar familieleden die haar in de steek hebben gelaten. De ouders begrijpen niet hoe de tantes [minderjarige] zomaar aan de kant kunnen zetten. Zij zijn boos en willen niet meer worden geconfronteerd met de officiële voornamen van [minderjarige] . De ouders willen daarom dat de voornamen ‘ [voornaam 2] ’ en ‘ [voornaam 2] ’ worden geschrapt.
De rechtbank is van oordeel dat het zwaarwichtig belang bij de verzochte voornaamswijziging voldoende is komen vast te staan. Dat betekent dat het verzoek tot wijziging van de voornaam zal worden toegewezen, in die zin dat de derde en vierde voornaam van [minderjarige] wordt geschrapt.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht in wiens registers de geboorteakte van [minderjarige] voorkomt.
Dictum
De rechtbank:
gelast de wijziging van de voornamen van [minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] , in die zin dat de derde voornaam ( [voornaam 1] ) en vierde voornaam ( [voornaam 2] ) worden geschrapt, zodat de volledige naam komt te luiden: ‘ [minderjarige] ’;
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, dit met het oog op de toevoeging van de latere vermelding betreffende de voornaamswijziging aan de geboorteakte, nummer 100319 van het jaar 2024, van [minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.J.M. Verhey, griffier op 17 januari 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.