Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-05-02
ECLI:NL:RBLIM:2025:5071
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,759 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/341380 / BZ RK 25-872
Datum uitspraak: 2 mei 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvend in de Vincent van Gogh kliniek voor ggz in Venray,
hierna te noemen betrokkene,
advocaat mr. A.J.T.M. Oudenhoven te Venlo.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 april 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 mei 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam psychiater] , psychiater;
[naam verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist.
Verder was een kantoorgenoot van de advocaat bij de zitting aanwezig.
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de Vincent van Gogh kliniek voor ggz in Venray. De burgemeester van Venray heeft de crisismaatregel op 29 april 2025 genomen.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken te verlenen.
Beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz verleent de rechter een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel indien naar zijn oordeel ten aanzien van betrokkene de grondslag voor het nemen van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:1 lid 1 Wvggz aanwezig is. Tevens dient naar het oordeel van de rechter voldaan te zijn aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen a tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.
4.2.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken en legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.3.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- maatschappelijke teloorgang;
het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Betrokkene is onweersproken op 17 augustus 2018 voor zedendelicten veroordeeld tot TBS met dwangverpleging en na enkele jaren verblijf binnen verschillende afdelingen in het FPC van de Rooyse Wissel via de PPA en FTU terechtgekomen op de afdeling Voortgezette Behandeling van de Vincent van Gogh kliniek in Venray. Ambtshalve is de rechtbank ook bekend met de uitspraak van 20 januari 2025 met zaaknummer C/03/337872 / BZ RK 25-34, waarin de laatste opvolgende zorgmachtiging voor betrokkene werd afgewezen. In deze procedure werd door de verpleegkundig specialist gesteld dat bij betrokkene in het verleden sprake was van exhibitionisme en middelengebruik, maar dat hiervan in de afgelopen periode niets meer was waargenomen. Wel was in die procedure de verpleegkundig specialist net voor de zitting geconfronteerd met een beschrijving van een zorgwekkende situatie over betrokkene waarin hij met een medepatiënt over zijn geslachtsdeel had gesproken, maar waarbij betrokkene dit voorval stellig ontkende. De rechtbank heeft het betreffende voorval niet meegenomen in haar beoordeling omdat het voorval zes dagen voor de zitting had plaatsgevonden en het daarna geen acuut gevolg had gekregen waarbij tot de zitting niet was onderzocht of het voorval daadwerkelijk had plaatsgevonden en ook niet met betrokkene was besproken. De rechtbank heeft in die procedure samenvattend geoordeeld dat er onvoldoende ernstig nadeel was om een zorgmachtiging te rechtvaardigen, onder meer omdat het ernstig nadeel ter zitting onvoldoende nader was toegelicht en onderbouwd.
4.5.
Betrokkene heeft – zo blijkt bij de behandeling van het onderhavige verzoek - zijn medicatie tegen het advies van de behandelaren afgebouwd door per 19 november 2024 de helft van de medicatie in te nemen en per 1 januari 2025 geen medicatie meer in te nemen.
4.6.
In de medische verklaring wordt gesteld dat sinds het wegvallen van de medicatie, betrokkene de rem kwijt is geraakt in het contact met anderen, waarbij hij druk en oninvoelbaar is. Ook is er sprake van een recente schennispleging. Ter zitting wordt duidelijk dat betrokkene zich bij een toiletbezoek geheel ontkleed heeft en zich naakt getoond heeft aan een ander (of anderen). Een getuige heeft de gebeurtenis gezien. Van de gebeurtenis zal aangifte gedaan worden.
4.7.
Hoewel betrokkene deze gebeurtenis ontkent, hecht de rechtbank daar geen geloof aan. De rechtbank vindt het te toevallig dat in ruim drie maanden tijd twee zedenincidenten plaatsvinden die betrokkene ontkent, maar in welke gevallen er een andere getuige is die stelt dat de betreffende gebeurtenis wel heeft plaatsgevonden. Daarbij komt dat bij betrokkene een langere periode geen exhibitionisme heeft plaatsgevonden toen hij medicatie nam, maar bij betrokkene na het stoppen van de medicatie zich binnen korte tijd twee zedenincidenten voordoen, waarbij het laatste incident exhibitionisme betreft.
Ook is de ontremming van betrokkene op andere wijze te zien, doordat er geen duidelijke rem meer is in het contact met anderen. Ook bij de mondelinge behandeling praat betrokkene zeer snel, reageert hij op bijna alles wat anderen zeggen en moet hij meerdere malen tot stilte gemaand worden, maar helpt dat nauwelijks. Daarbij heeft betrokkene de afgelopen periode vaker conflicten met medebewoners en derden.
4.8.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van ASS en parafilie.
4.9.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Anders dan de advocaat stelt, is de rechtbank van oordeel dat er wel sprake is van een crisissituatie omdat betrokkene zich naakt getoond heeft aan een derde. Dit gedrag is niet passend en kan agressie oproepen bij een ander, maar kan ook bij anderen een trauma veroorzaken. Voorkomen dient te worden dat betrokkene opnieuw ontremd raakt of zich wellicht nog ernstige zedendelicten plaatsvinden. De omgeving van betrokkene dient daarin beschermd te worden. Hoewel betrokkene zich verzet tegen de zorg, zijn er geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde effect hebben. Betrokkene weigert immers nog altijd medicatie en een effect van medicatie zal ook enige tijd duren.
4.10.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal ambtshalve de vorm van zorg ‘uitoefenen van toezicht’ toevoegen als onderdeel van de voortzetting crisismaatregel, omdat die in samenhang met de verleende vorm van zorg ‘insluiten’ nodig is.
De overig verzochte vormen van zorg, te weten:
- het toedienen van vocht en voeding;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
zullen worden afgewezen omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken.
4.11.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht;
- opnemen in een accommodatie;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 mei 2025;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025 door mr. A.J.M. van Mil, rechter, in aanwezigheid van de griffier en op schrift gesteld op 21 mei 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.