Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-05-21
ECLI:NL:RBLIM:2025:4983
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,833 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11229785 \ CV EXPL 24-3706
Vonnis van 21 mei 2025
in de zaak van
de buitenlandse rechtspersoon
HET ZIEKENHUISNETWEK ANTWERPEN,
gevestigd te Antwerpen,
eisende partij,
hierna te noemen: Ziekenhuisnetwerk,
gemachtigde: D.W.J. van Leeuwen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. L.C. van Kasteren.
1De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 januari 2025- de akte uitlaten van Ziekenhuisnetwerk- de antwoordakte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Hoofdsom
2.1.
De vordering tot betaling van de hoofdsom staat als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
Ambtshalve toetsing: algemene voorwaarden
2.2.
Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter Ziekenhuisnetwerk in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke betalingsvoorwaarden, waarna [gedaagde] in de gelegenheid is gesteld om een antwoordakte te nemen.
2.3.
Ziekenhuisnetwerk stelt dat ten aanzien van de invordering van de factuur het op het moment van datering toepasbare recht dient te worden gevolgd. De factuur dateert van 2022. Op dat moment werd de invordering beheerst door de wet betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument van 20 december 2002. Volgens artikel 5 van die wet was er op dat moment een grote vrijheid voor het opleggen van een schadebeding en het aanrekenen van intresten krachtens de wet. Dit is ook integraal toegepast in de Belgische rechtspraak. Ziekenhuisnetwerk is van mening dat het schadebeding en de rente geen schending zijn van artikel VI.83.17° WER.
Sinds de inwerkingtreding van Boek XIX WER op 1 september 2023 is het schadebeding en de bepaling rondom rente bij wet geregeld. Volgens de huidige wetgeving zouden de thans gevorderde bedragen betreffende schade en rente zelfs hoger uitvallen.
2.4.
De kantonrechter volgt deze stellingen niet.
Het relevante toetsingskader is de op datum van de factuur geldende wetgeving aangevuld met de richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen. Volgens deze richtlijn wordt een beding in de overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
Nergens blijkt uit dat partijen hebben onderhandeld over het schadebeding en de rente. Daarnaast hebben voormelde bedingen alleen betrekking op overtredingen van de consument en niet op die van Ziekenhuisnetwerk.
In de toelichting van Ziekenhuisnetwerk ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van de bedingen dan in het tussenvonnis.
2.5.
Dit betekent dat zowel de gevorderde schade als de gevorderde rente niet toewijsbaar zijn.
Conclusie
2.6.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
€
500,00
+
- betalingen
€
25,00
-/-
Totaal
€
475,00
Proceskosten
2.7.
Gelet op de uitkomst van de procedure, zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten. Nu de vordering wordt toegewezen tot een bedrag van € 475,00 blijft een deel van het griffierecht, zijnde een bedrag van € 198,00 (€ 328,00 -/- € 130,00) voor rekening van Ziekenhuisnetwerk. Het salaris voor de gemachtigde zal worden toegekend op basis van het toegewezen bedrag.
De proceskosten van Ziekenhuisnetwerk worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
82,00
(1 punt × € 82,00)
- nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
366,54
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ziekenhuisnetwerk te betalen een bedrag van € 475,00,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 366,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.
type: JEC