Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-05-07
ECLI:NL:RBLIM:2025:4477
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,230 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11403905 \ CV EXPL 24-5702
Vonnis van 7 mei 2025
in de zaak van
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: VGZ,
gemachtigde: Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
PARKSTAD BEWINDVOERING B.V. IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN [naam onderbewindgestelde] , GEBOORTEDATUM [geboortedatum] -1989,
te Brunssum,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Parkstad Bewindvoering,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
VGZ vordert - samengevat - veroordeling van Parkstad Bewindvoering tot betaling van € 659,71, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
VGZ legt aan de vordering het volgende ten grondslag. VGZ heeft op grond van een met [naam onderbewindgestelde] gesloten zorgverzekeringsovereenkomst bedragen bij [naam onderbewindgestelde] in rekening gebracht. Deze bedragen zien onder andere op de maandelijkse verzekeringspremies en zorgkostenfacturen vanwege eigen risico en eigen bijdragen. De totale achterstand bedraagt volgens VGZ € 787,59. Daarnaast is [naam onderbewindgestelde] aan VGZ de wettelijke rente verschuldigd, tot 7 oktober 2024 berekend op € 69,25. Op de vordering kan nog een bedrag van € 197,13 aan deelbetaling in mindering strekken.
2.3.
[naam onderbewindgestelde] is onder bewind gesteld bij Parkstad Bewindvoering. Parkstad Bewindvoering erkent de achterstand. Parkstad Bewindvoering heeft de gemachtigde van VGZ een betalingsregeling aangeboden zodat de vordering kan worden afgelost.
2.4.
VGZ voert in de conclusie van repliek aan dat tussen partijen, nadat de dagvaarding was betekend en onder voorbehoud van een vonnis, een betalingsregeling tot stand is gekomen. Zij handhaaft haar vordering.
Beoordeling
3.1.
Parkstad Bewindvoering heeft de vordering erkend. Omdat VGZ voldoende gesteld heeft, is de hoofdsom toewijsbaar.
3.2.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de respectieve vervaldata van de vordering tot aan de dag van algehele voldoening.
3.3.
Parkstad Bewindvoering wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
136,72
- griffierecht
€
328,00
- salaris gemachtigde
€
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
802,22
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Parkstad Bewindvoering om aan VGZ te betalen een bedrag van € 659,71, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Parkstad Bewindvoering in de proceskosten van € 802,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Parkstad Bewindvoering niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.