Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-03-19
ECLI:NL:RBLIM:2025:3385
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,670 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 11494462 \ AZ VERZ 25-8
Beschikking van 19 maart 2025
in de zaak van
MR EXPEDITIE BV,
gevestigd te Buggenum,
verzoekende partij,
hierna te noemen: MR Expeditie,
gemachtigde: mr. R.J.C. Brouwer,
tegen
[verweerder]
,
wonende te [plaatsnaam] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. C.T.B. Kroese.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, met daaraan gehecht de pleitaantekeningen van mr. Kroese.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2Het verzoek
2.1.
MR Expeditie verzoekt;
verklaring voor recht dat [verweerder] MR Expeditie een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet en derhalve schadeplichtig is jegens MR Expeditie op grond van artikel 7:677 leden 2 en 3a BW,
[verweerder] te veroordelen om binnen een week na heden aan MR Expeditie een vergoeding ex artikel 7:677 leden 2 en 3a BW ter hoogte van € 8.206,10 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening,
[verweerder] te veroordelen in de kosten van de procedure en de nakosten.
2.2.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen of gematigd. Volgens [verweerder] valt aan hem geen zodanig verwijt te maken zodat hij de gefixeerde schadevergoeding niet verschuldigd is. Er is volgens [verweerder] geen sprake geweest van opzet of schuld.
Beoordeling
3.1.
MR Expeditie heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.
3.2.
MR Expeditie verzoekt te verklaren voor recht dat [verweerder] haar een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet. In de parallelle verzoekschriftprocedure over de geldigheid van het ontslag op staande voet heeft de kantonrechter geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven (beschikking van 19 maart 2024, met zaaknummer 11491787 \ AZ VERZ 25-6). De verklaring voor recht wordt daarom toegewezen.
3.3.
MR Expeditie stelt zich op het standpunt dat [verweerder] op grond van artikel 7:677 leden 2 en 3a BW een gefixeerde schadevergoeding aan MR Expeditie verschuldigd is.
[verweerder] heeft immers opzettelijk dan wel door zijn schuld aan MR Expeditie een dringende reden voor het ontslag op staande voet gegeven, aldus MR Expeditie.
3.4.
Artikel 7:677 lid 2 BW luidt als volgt:
‘De partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, is aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.’
3.5.
Er is sprake van opzet of schuld in de zin van voormelde bepaling als de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde redenen verwijtbaar zijn aan de andere partij.
In de voornoemde verzoekschriftprocedure over de geldigheid van het ontslag op staande voet heeft de kantonrechter geoordeeld dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
In dat oordeel ligt besloten dat sprake is van opzet, althans schuld van de werknemer, in de zin van art. 7:677 lid 2 BW.
Het verzoek tot verklaring voor recht dat [verweerder] schadeplichtig is op grond van artikel 7:677 leden 2 en 3a BW is toewijsbaar.
3.6.
[verweerder] heeft tegen de hoogte van de gevorderde gefixeerde schadevergoeding geen ander verweer gevoerd dan het verzoek om deze te matigen. Het verzoek tot matigen is niet, danwel onvoldoende door [verweerder] onderbouwd en wordt afgewezen.
De verzochte vergoeding ad € 8.206,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2024, wordt toegewezen. Gezien de omstandigheden zal [verweerder] de gelegenheid worden geven het bedrag eerst binnen een maand na heden te voldoen.
3.7.
Nu [verweerder] in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten.
De kantonrechter wijst geen gemachtigdensalaris toe, omdat het salaris van de gemachtigde reeds is meegenomen in de proceskostenveroordeling in de voornoemde verzoekschriftprocedure. De proceskosten aan de zijde van MR Expeditie worden begroot op € 543,00 aan griffierecht en € 135,00 aan nakosten, plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
verklaart voor recht dat [verweerder] MR Expeditie een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag op staande voet,
4.2.
veroordeelt [verweerder] om binnen één maand na heden aan MR Expeditie te betalen de vergoeding ex artikel 7:677 leden 2 en 3a BW ter hoogte van € 8.206,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2024 tot aan de dag van algehele voldoening,
4.3.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.
MH
De kantonrechter verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1058.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.