Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-03-11
ECLI:NL:RBLIM:2025:2552
Civiel recht
Wraking
1,924 tokens
Dictum
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/339552 / HA RK 25-32
Dictum
op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. G.H. Hermanides, strafrechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.
Procesverloop
Op 26 februari 2025 vond de mondelinge behandeling plaats van het bezwaarschrift van verzoeker tegen de dagvaarding. Tijdens deze zitting is door verzoeker een verzoek tot wraking tegen de rechter ingediend. Daarop is proces-verbaal opgemaakt waarin de gronden voor de wraking zijn opgenomen.
De rechter heeft de wrakingskamer op 28 februari 2025 bericht dat hij niet berust in de wraking.
Beoordeling
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij vooringenomen is. Het subjectieve standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor vooringenomenheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het verzoek. De wrakingskamer begrijpt dat grond voor de wraking is gelegen in de bejegening van verzoeker door de rechter. Verzoeker stelt dat de vooringenomenheid blijkt uit de proceshouding van de rechter omdat verzoeker zijn stukken ter overtuiging niet mag overleggen.
Bij de aanvang van de behandeling van het bezwaarschrift is door de rechter uitgelegd dat vooruitlopend op de inhoudelijke behandeling van de strafzaak eerst het bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt behandeld. Uit het proces-verbaal blijkt dat verzoeker ter zitting gelegenheid heeft gekregen om uit te leggen waarom hij een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de dagvaarding en dat verzoeker zich in zijn reactie op de strafzaak richtte en niet op het bezwaarschrift.
De rechter heeft verzoeker meermaals uitgelegd dat eerst het bezwaarschrift beoordeeld dient te worden voordat gesproken kan worden over de strafzaak. Op het moment dat verzoeker zijn ‘stukken ter overtuiging’ wil overleggen, herhaalt de rechter dat eerst het bezwaarschrift beoordeeld dient te worden.
De rechter is gewraakt toen hij de beslissing nam dat verzoeker geen stukken mocht overleggen omdat eerst het bezwaarschrift beoordeeld moest worden. Dit is een procesbeslissing van de rechter en een dergelijke procesbeslissing kan geen grond voor wraking opleveren. Dat is alleen anders als er geen andere verklaring voor deze beslissing te geven is dan dat die beslissing door vooringenomenheid is ingegeven en een dergelijke beslissing een aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarvan is naar het oordeel van de wrakingskamer geen sprake.
Voor zover is aangevoerd dat de vooringenomenheid van de rechter blijkt uit de bejegening van verzoeker geldt dat verzoeker hiervoor geen enkele onderbouwing heeft gegeven.
Omdat er geen andere gronden zijn aangevoerd, is de wrakingskamer van oordeel dat de wraking ongegrond is.
Dictum
De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. M. Beije, voorzitter, mr. C.G.A. Wouters en
mr. W.F.J. Aalderink, rechters, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
Dictum
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/339552 / HA RK 25-32
Dictum
op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. G.H. Hermanides, strafrechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.
Procesverloop
Op 26 februari 2025 vond de mondelinge behandeling plaats van het bezwaarschrift van verzoeker tegen de dagvaarding. Tijdens deze zitting is door verzoeker een verzoek tot wraking tegen de rechter ingediend. Daarop is proces-verbaal opgemaakt waarin de gronden voor de wraking zijn opgenomen.
De rechter heeft de wrakingskamer op 28 februari 2025 bericht dat hij niet berust in de wraking.
Beoordeling
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij vooringenomen is. Het subjectieve standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor vooringenomenheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het verzoek. De wrakingskamer begrijpt dat grond voor de wraking is gelegen in de bejegening van verzoeker door de rechter. Verzoeker stelt dat de vooringenomenheid blijkt uit de proceshouding van de rechter omdat verzoeker zijn stukken ter overtuiging niet mag overleggen.
Bij de aanvang van de behandeling van het bezwaarschrift is door de rechter uitgelegd dat vooruitlopend op de inhoudelijke behandeling van de strafzaak eerst het bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt behandeld. Uit het proces-verbaal blijkt dat verzoeker ter zitting gelegenheid heeft gekregen om uit te leggen waarom hij een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de dagvaarding en dat verzoeker zich in zijn reactie op de strafzaak richtte en niet op het bezwaarschrift.
De rechter heeft verzoeker meermaals uitgelegd dat eerst het bezwaarschrift beoordeeld dient te worden voordat gesproken kan worden over de strafzaak. Op het moment dat verzoeker zijn ‘stukken ter overtuiging’ wil overleggen, herhaalt de rechter dat eerst het bezwaarschrift beoordeeld dient te worden.
De rechter is gewraakt toen hij de beslissing nam dat verzoeker geen stukken mocht overleggen omdat eerst het bezwaarschrift beoordeeld moest worden. Dit is een procesbeslissing van de rechter en een dergelijke procesbeslissing kan geen grond voor wraking opleveren. Dat is alleen anders als er geen andere verklaring voor deze beslissing te geven is dan dat die beslissing door vooringenomenheid is ingegeven en een dergelijke beslissing een aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarvan is naar het oordeel van de wrakingskamer geen sprake.
Voor zover is aangevoerd dat de vooringenomenheid van de rechter blijkt uit de bejegening van verzoeker geldt dat verzoeker hiervoor geen enkele onderbouwing heeft gegeven.
Omdat er geen andere gronden zijn aangevoerd, is de wrakingskamer van oordeel dat de wraking ongegrond is.
Dictum
De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. M. Beije, voorzitter, mr. C.G.A. Wouters en
mr. W.F.J. Aalderink, rechters, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.