Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-03-05
ECLI:NL:RBLIM:2025:2108
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,174 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats: Maastricht
Zaaknummer: 11265652 CV EXPL 24-4145
Vonnis van de kantonrechter van 5 maart 2025
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ANTARGAZ B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Antargaz,
gemachtigde Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De verdere verloop van de procedure
1.1.
op 20 november 2024 is een tussenvonnis gewezen. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voorgenomen gedeeltelijke vernietiging, maar [gedaagde] heeft niet gereageerd. Ook Antargaz is in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voorgenomen gedeeltelijke vernietiging maar Antagraz heeft zich evenmin uitgelaten.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Nu [gedaagde] zich niet meer heeft uitgelaten over de voorgenomen gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst, zal de kantonrechter overgaan tot de voorgenomen sanctionering. Dit houdt in dat de overeenkomst gedeeltelijk wordt vernietigd, namelijk voor 25% van de oorspronkelijke hoofdsom van € € 1.370,86. Gelet daarop zal een bedrag van € 1.028,14 (75% van € 1.370,86) worden toegewezen.
2.2.
Nu de kantonrechter de gevorderde hoofdsom deels heeft afgewezen, klopt de door eisende partij becijferde vervallen rente niet meer. De gevorderde wettelijke rente over de toewijsbare hoofdsom zal daarom worden toegewezen, vanaf de dag van verzuim tot de dag van volledige betaling.
2.3.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 190,63 zoals aangegeven in de brief van 5 maart 2023.
2.7.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog het volgende op.
2.8.
Antargaz vordert veroordeling van “des de een betalende de ander zal zijn bevrijd”. Antargaz heeft slechts één partij gedagvaard. Daarom is er geen grond voor hoofdelijke veroordeling. In zoverre wordt de vordering dus afgewezen.
2.9.
Daarnaast vordert Antargaz het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en zonder borgtocht te verklaren. Nu hierover niets is gesteld in het lichaam van de dagvaarding is er geen grondslag aanwezig om het vonnis zonder borgtocht te verklaren. Hieruit volgt dat de kantonrechter de verklaring “zonder borgtocht” zal afwijzen.
2.10.
Nu [gedaagde] in het ongelijk is gesteld en moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen van Antargaz. De proceskosten van Antargaz worden begroot op:
dagvaarding: € 112,99
griffierecht: € 372,00
salaris gemachtigde: € 135,00 (1 x tarief € 135,00)
nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals
vermeld in de beslissing)
Totaal € 687,49
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 1.218,77, vermeerderd met de wettelijke rente over
€ 1.028,14 vanaf de dag van verzuim tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 687,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats: Maastricht
Zaaknummer: 11265652 CV EXPL 24-4145
Vonnis van de kantonrechter van 5 maart 2025
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ANTARGAZ B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Antargaz,
gemachtigde Inkassier, Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen:
[gedaagde] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De verdere verloop van de procedure
1.1.
op 20 november 2024 is een tussenvonnis gewezen. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voorgenomen gedeeltelijke vernietiging, maar [gedaagde] heeft niet gereageerd. Ook Antargaz is in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voorgenomen gedeeltelijke vernietiging maar Antagraz heeft zich evenmin uitgelaten.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Nu [gedaagde] zich niet meer heeft uitgelaten over de voorgenomen gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst, zal de kantonrechter overgaan tot de voorgenomen sanctionering. Dit houdt in dat de overeenkomst gedeeltelijk wordt vernietigd, namelijk voor 25% van de oorspronkelijke hoofdsom van € € 1.370,86. Gelet daarop zal een bedrag van € 1.028,14 (75% van € 1.370,86) worden toegewezen.
2.2.
Nu de kantonrechter de gevorderde hoofdsom deels heeft afgewezen, klopt de door eisende partij becijferde vervallen rente niet meer. De gevorderde wettelijke rente over de toewijsbare hoofdsom zal daarom worden toegewezen, vanaf de dag van verzuim tot de dag van volledige betaling.
2.3.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot een bedrag van € 190,63 zoals aangegeven in de brief van 5 maart 2023.
2.7.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog het volgende op.
2.8.
Antargaz vordert veroordeling van “des de een betalende de ander zal zijn bevrijd”. Antargaz heeft slechts één partij gedagvaard. Daarom is er geen grond voor hoofdelijke veroordeling. In zoverre wordt de vordering dus afgewezen.
2.9.
Daarnaast vordert Antargaz het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en zonder borgtocht te verklaren. Nu hierover niets is gesteld in het lichaam van de dagvaarding is er geen grondslag aanwezig om het vonnis zonder borgtocht te verklaren. Hieruit volgt dat de kantonrechter de verklaring “zonder borgtocht” zal afwijzen.
2.10.
Nu [gedaagde] in het ongelijk is gesteld en moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen van Antargaz. De proceskosten van Antargaz worden begroot op:
dagvaarding: € 112,99
griffierecht: € 372,00
salaris gemachtigde: € 135,00 (1 x tarief € 135,00)
nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals
vermeld in de beslissing)
Totaal € 687,49
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 1.218,77, vermeerderd met de wettelijke rente over
€ 1.028,14 vanaf de dag van verzuim tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 687,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.