Rechtspraak Rechtbank Limburg 2025-07-23
ECLI:NL:RBLIM:2025:12669
vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/342531 / HA ZA 25-252 Vonnis in incident van 23 juli 2025 in de zaak van [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] , wonend te [woonplaats 1] , eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident, hierna te noemen: [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] , advocaat mr. C.F. van Helvoirt, tegen 1 [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 1] , wonend te [woonplaats 2] , 2. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 2] , wonend te [woonplaats 3] , 3. [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 3] , wonend te [woonplaats 1] , gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident, hierna te noemen: [gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident] , advocaat mr. M.J.J.E. Stassen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv met producties 1 t/m 13 de incidentele conclusie van antwoord met producties 1 en 2. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2 De feiten voor zover belang in dit incident 2.1. Tussen partijen bestaat een geschil over de uitoefening van jachtrechten op een jachtveld, een en ander zoals bedoeld in (een bijlage bij) de Omgevingswet. Kort gezegd zijn partijen het erover oneens of het betreffende jachtveld gesplitst moet worden in een deel voor [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] en een deel voor [gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident] 2.2. Partijen zijn allen lid van de vereniging WBE (‘wildbeheereenheid’) Savelsbos, hierna: WBE, via welke vereniging (naar de rechtbank begrijpt) de jachtvelden van de leden worden beheerd. In de statuten van de WBE is voorzien in een geschillenregeling. [gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident] hebben met een beroep op die geschillenregeling het geschil over de splitsing van het jachtveld voorgelegd de Stichting Geschillenafhandeling Landelijke Jagersverenigingen. De geschillencommissie van deze stichting heeft vervolgens op 28 maart 2025 als volgt geoordeeld: “7. Beslissing: De Geschillencommissie oordeelt als volgt: 1. Op basis van hetgeen hiervoor is overwegen concludeert de geschillencommissie dat er geen sprake van een combinatie tussen [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 2] , [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 1] en [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] welke over en weer verplichtingen jegens elkaar schept. Enkel het feit dat [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] mag jagen binnen het jachtveld 28 betekent niet dat er sprake is van een combinatie. 2. [gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident] heeft een redelijk belang bij wijzing van de situatie in veld 28 middels splitsing en vastlegging van de grenzen en om die reden acht de Geschillencommissie het verzoek toewijsbaar. Daarbij neemt de Geschillencommissie in aanmerking, dat de WBE heeft aangeven dat het voorstel tot splitsing in haar ogen een voor alle partijen aanvaardbare oplossing zou kunnen zijn maar dat zij enkel toe overgaat door beide partijen om deze splitsing verzocht wordt. 3. Gezien het ontbreken van een materieel belang bij [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] dient [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] mee te werken aan een eensluidend bericht aan de WBE Savels bos om een splitsing van het jachtveld 28 te bewerkstellingen overeenkomstig de door [gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident] hiervoor voorgestelde wijze. Deze splitsing behelst overigens ook niet meer dan een formele vastlegging van hetgeen wat feitelijk al aanwezig is, namelijk twee gescheiden jachtvelden. Bij weigering door [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] binnen 14 dagen na een eerste verzoek hiertoe, wordt deze beslissing geacht in de plaats van het verzoek van [eiser in de hoofdzaak, eis