Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2025-10-29
ECLI:NL:RBLIM:2025:10784
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,161 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11450634 CV 24-6270
vonnis van de kantonrechter van 29 oktober 2025
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak en verzoekende partij in het incident,
verwerende partij in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak en verwerende partij in het incident,
eisende partij in de hoofdzaak en verzoekende partij in het incident,
gemachtigde: USG Legal Professionals.
Partijen worden hierna [eiser] en Dexia genoemd.
1De verdere procedure
1.1.
Het verloop van de verdere procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 16 juli 2025;
de akte uitlaten van de zijde van [eiser] van 27 augustus 2025;
de akte na tussenvonnis van de zijde van Dexia van 27 augustus 2025.
1.2.
Ten slotte is partijen meegedeeld dat vonnis wordt gewezen.
2
2. De verdere beoordeling 2.1. In voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de zaak. Verder heeft de kantonrechter overwogen dat in beginsel de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam bevoegd is, nu Dexia gevestigd is binnen diens rechtsgebied en heeft hij partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de relatief bevoegde Nederlandse rechter.
2.2.
[eiser] stelt dat sprake is van een onrechtmatige daad, waarbij het schadebrengende feit heeft plaatsgevonden in het rechtsgebied van de kantonrechter te Maastricht, zodat de kantonrechter te Maastricht bevoegd is te zaak te behandelen. Voor zover de kantonrechter het standpunt van [eiser] niet volgt, beroept hij zich op een door partijen gemaakte afspraak met het landelijk project(team) effectenleasezaken, althans refereert [eiser] zich aan het oordeel van de kantonrechter.
2.3.
Dexia stelt dat de afspraak met het landelijk projectteam is komen te vervallen, omdat het projectteam is opgeheven. Zij vraagt de zaak te verwijzen naar de kantonrechter te Amsterdam.
2.4.
Overwogen wordt dat volgens vaste jurisprudentie in effectenleasezaken de door afnemer geleden schade voortvloeit uit het schenden van de contractuele zorgplicht door Dexia, zodat er in zoverre geen sprake is van een onrechtmatige daad. De bevoegdheid van de kantonrechter te Maastricht kan dus niet worden gebaseerd op artikel 102 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2.5.
Het landelijk project(team) effectenleasezaken is weliswaar eerst per 1 januari 2025 opgehouden te bestaan, echter werden partijen geacht reeds per 1 december 2025 de nieuwe zaken aan te brengen bij de reguliere rechtbanken. Het beroep van [eiser] op een door partijen met het landelijke projectteam gemaakte afspraak kan daarom niet slagen.
2.6.
Nu Dexia niet instemt met een behandeling door de door [eiser] aangezochte kantonrechter te Maastricht, ziet de kantonrechter zich genoodzaakt de zaak door te verwijzen naar de kantonrechter te Amsterdam.
2.7.
De kantonrechter wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij(en) bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum (artikel 74 lid 1 jo artikel 110 lid 2 Rv).
2.8.
Dictum
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van de vordering van [eiser] kennis te nemen,
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, sector kanton,
3.3.
wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij(en) bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.
Aldus gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
typ: ksf
coll: