Rechtspraak Rechtbank Limburg 2025-09-05
ECLI:NL:RBLIM:2025:10176
RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/344198 / KG ZA 25-295 Vonnis in kort geding van 5 september 2025 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] in hoedanigheid van lasthebber van [bedrijfsnaam] BV , eisende partij, hierna te noemen: lasthebber, advocaat: mr. D.J.B. Bosscher, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), te Den Haag, gedaagde partij, hierna te noemen: De Staat, advocaten: mrs. R.D. Reinders en L. Verhees 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de producties van lasthebber- de producties van De Staat- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025- de pleitnota van lasthebber- de pleitnota van De Staat. 2 De feiten 2.1. [bedrijfsnaam] BV , de materiële procespartij, (hierna te noemen “eiseres”) oefent een agrarisch bedrijf uit en heeft in het verleden een zogenaamde PAS-melding gedaan. Een PAS-melding kon onder het op 1 juli 2015 in werking getreden Programma Aanpak Stikstof (PAS) worden gedaan voor (de wijziging van) een project waarvan de stikstofdepositie op geen enkel Natura 2000-gebied de waarde van 1 mol per hectare per jaar overschreed. In dat geval was dan geen natuurvergunning vereist. 2.2. Bij uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “de Afdeling”) de bepalingen die onder andere voorzagen in een vrijstelling van de vergunningplicht in geval van een PAS-melding, onverbindend verklaard wegens strijdigheid met de zogenaamde Habitat-richtlijn. Dit had tot gevolg dat projecten die met een PAS-melding waren gerealiseerd met terugwerkende kracht vergunningplichtig werden. 2.3. De wetgever heeft in artikel 1.13a van de toen geldende Wet natuurbescherming (daarna artikel 22.21 Omgevingswet) de opdracht opgenomen dat de minister samen met gedeputeerde staten van de provincies zorg dienen te dragen voor het legaliseren van projecten of activiteiten waarvoor het PAS vrijstelling van de vergunningplicht bood. De minister diende daarvoor een programma van maatregelen vast te stellen dat drie jaar na vaststelling moet worden uitgevoerd. Dit Legalisatieprogramma PAS-meldingen is op 28 februari 2022 vastgesteld en (drie jaar later) op 28 februari 2025 geëindigd. Voor veel PAS-melders (waaronder eiseres) heeft dit programma niet tot legalisatie geleid omdat te weinig stikstofruimte beschikbaar kwam. 2.4. Milieu-organisatie MOB heeft inmiddels aan Gedeputeerde Staten van Limburg gevraagd om handhavend op te treden tegen eiseres vanwege het ontbreken van de vereiste natuurvergunning. 3 Het geschil 3.1. Lasthebber vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. te gebieden dat de Staat één maand na de betekening van het te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter vast te stellen termijn, maatregelen treft die ertoe leiden dat de legalisatie van de PAS-melding, die werd gedaan door eiseres, daadwerkelijk en binnen drie maanden na die betekening plaats heeft; II. te gebieden dat de Staat binnen één maand na de betekening van het te wijzen vonnis, althans een door de voorzieningenrechter vast te stellen termijn, maatregelen treft die ertoe leiden dat administratiefrechtelijke handhaving van de PAS-melding, die werd gedaan door eiseres, uitblijft, totdat het onder (I) bedoeld bevel is uitgevoerd; III. de Staat te veroordelen een dwangsom te betalen van € 1.000.000,00 per dag(deel) dat de Staat (I) en/of (II) niet tijdig en/of integraal naleeft; IV. de Staat te veroordelen in de proceskosten en gebruikelijke nakosten. 4 De beoordeling 4.1. Eiseres heeft een voldoende spoedeisend belang gesteld bij de gevorderde voorzieningen. Er ligt namelijk een verzoek bij gedeputeerde staten van de provincie Limburg om handhavend tegen haar op te treden. 4.2. De onder I gevorderde voorziening strekt tot legalisatie van de PAS-melding van eiseres. Eiseres baseert deze vordering op onrechtmatig handelen door de Staat. Het onrechtmatig handelen bestaat v