Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-11-26
ECLI:NL:RBLIM:2024:9219
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,185 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond toepassing schuldsaneringsregeling
Toezicht / insolventies
insolventienummer: C/03/24/47 R
Vonnis van 26 november 2024
in de zaak van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
woonadres: [woonplaats] , [adres] ,
verzoeker.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Verzoekster heeft op 17 september 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 november 2024.
1.3.
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
2.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3 lid 1 Insolventieverordening).
2.2.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Voldoende aannemelijk is dat ten aanzien van verzoekster is voldaan aan artikel 288 lid 1 Faillissementswet (Fw). Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
2.3.
Verzoeker heeft verzocht om de termijn van de schuldsaneringsregeling tot een minimum te beperken aangezien hij in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw reeds € 30.066,00 heeft gereserveerd/gespaard voor zijn gezamenlijke schuldeisers. Verzoeker heeft een betaalde baan van 40 uur per week en staat sinds 1 april 2021 onder beschermingsbewind.
De rechtbank zal dit verzoek toewijzen, omdat voldoende is aangetoond dat verzoeker maximaal heeft afgelost. Wel merkt de rechtbank in dit verband nog op dat indien het spaarbedrag niet op korte termijn op de boedelrekening wordt gestort, er een boedelachterstand ontstaat en dit tot gevolg kan hebben dat de schuldsaneringsregeling wordt verlengd of zelfs voortijdig -zonder schone lei- kan worden beëindigd. Dit kan ook het geval zijn indien komt vast te staan dat vanaf de ingangsdatum andere wsnp-verplichtingen niet (correct) zijn nagekomen.
2.4.
Gedurende de schuldsaneringsregeling heeft de schuldenaar ook andere verplichtingen, zoals de informatieverplichting en de verplichting om schuldeisers niet te benadelen. De rechtbank kan niet beoordelen in hoeverre aan die verplichtingen is voldaan. De bewindvoerder moet er, onder toezicht van de rechter-commissaris, op toezien dat die verplichtingen worden nageleefd. Sommige verplichtingen ontstaan bovendien pas door het uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat betreft bijvoorbeeld de verplichting om tot de boedel behorende goederen af te staan (artikel 296 Fw). Dat brengt mee dat de schuldenaar in de voorgaande periode niet aan alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen heeft kunnen voldoen. Om die reden zal de rechtbank de resterende termijn van de schuldsaneringsregeling vaststellen op zes maanden, in die zin dat de dag waarop de eerste aflossing is gedaan als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw wordt bepaald op 26 november 2023, zijnde één jaar voor de datum van deze uitspraak. Verzoeker heeft zich daarmee ter zitting akkoord verklaard.
2.5.
De regels van de schuldsanering zijn met verzoeker besproken. Een door verzoeker ondertekend exemplaar van deze regels is aan dit vonnis gehecht.
Dictum
De rechtbank
3.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
woonadres: [woonplaats] , [adres] ;
3.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden, te rekenen
van 26 november 2023;
3.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. P. Hoekstra,
en tot bewindvoerder A.T.M. Brekelmans,
correspondentieadres: Postbus 3023, 5902 RA Venlo;
3.4.
geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen voor de duur van zes maanden;
3.5.
verstaat dat alle gelegde bijzondere beslagen ten tijde van dit vonnis op het aan saniet toekomend loon en/of de uitkering(en) met onmiddellijke ingang komen te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024 in tegenwoordigheid van R.H. Kessels, griffier.