Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-11-20
ECLI:NL:RBLIM:2024:8578
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,574 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11104617 \ CV EXPL 24-2426
Vonnis van 20 november 2024
in de zaak van
de stichting
STICHTING VINCIO WONEN,
gevestigd te Hoensbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: Vincio Wonen,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
procederend in persoon,2. [gedaagde sub 2],
wonende op een geheim adres in de gemeente 's-Gravenhage,
niet verschenen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .
1De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 augustus 2024- de akte uitlating van Vincio Wonen- de aantekening van de griffier op de rol van 2 oktober 2024 dat [gedaagde sub 1] geen antwoordakte heeft genomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Achterstand
2.1.
Uit het antwoord van [gedaagde sub 1] is de kantonrechter gebleken dat de vordering van Vincio Wonen niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering ten aanzien van de hoofdsom dient daarom te worden toegewezen.
Ontbinding en ontruiming
2.2.
De huurachterstand vormt een tekortkoming die de onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Die vorderingen zullen dan ook worden toegewezen.
Huur c.q. gebruiksvergoeding
2.3.
Vincio Wonen vordert de veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van een bedrag van € 733,19 voor het gehuurde voor iedere ingegane maand vanaf 1 juni 2024 tot het tijdstip van ontruiming. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.4.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter het voornemen uitgesproken om artikel 13 van de Algemene huurvoorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte, versie 11 februari 2019, (incassobeding) te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. In de akte heeft Vincio Wonen zich hierover uitgelaten. [gedaagde sub 1] heeft geen antwoordakte genomen.
2.5.
Vincio Wonen stelt zich op het standpunt dat de in voornoemd artikel bedongen vergoeding niet onbegrensd is. Zij stelt dat voornoemd artikel redactioneel zo is opgesteld dat in artikel 13.1. eerst een algemene kostenbepaling is opgenomen, die gebaseerd is op artikel 6:96 BW. Dit wordt verder uitgewerkt en artikel 13.2. is toegespitst op consumenten en gebaseerd is op artikel 6:96 leden 5 en 6 BW. Vincio Wonen is van mening dat zij haar huurders een dienst bewijst door in meer duidelijke taal uit te leggen welke kosten en wanneer in rekening kunnen worden gebracht als er niet of niet tijdig wordt betaald.
2.6.
Naar aanleiding van de akte van Vincio Wonen ziet de kantonrechter aanleiding om op haar voornemen tot vernietiging van het incassobeding terug te komen.
2.7.
Vincio Wonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Vincio Wonen heeft aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Vincio Wonen heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Omdat Vincio Wonen een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 166,06 toegewezen.
Rente
2.8.
[gedaagde sub 1] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke rente van € 21,00, zodat die wordt toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 30 april 2024.
Conclusie
2.9.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- huurachterstand t/m 30 april 2024 - vervallen wettelijke rente tot 30 april 2024
€€
2.381,3321,00
- buitengerechtelijke incassokosten
€
166,06
+
totaal
€
2.568,39
Proceskosten
2.10.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vincio Wonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
137,39
- griffierecht
€
496,00
- salaris gemachtigde
€
238,00
(1 punt × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
990,39
Dictum
De kantonrechter
3.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] , [adres] ,
3.2.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Vincio Wonen te stellen,
3.3.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan Vincio Wonen te betalen een bedrag van € 2.568,39, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 914,95, met ingang van 30 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan Vincio Wonen te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 733,19 voor elke ingegane maand met ingang van 1 juni 2024 tot en met de maand waarin [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] het gehuurde hebben ontruimd,
3.5.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten van € 990,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.
type: JEC
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11104617 \ CV EXPL 24-2426
Vonnis van 20 november 2024
in de zaak van
de stichting
STICHTING VINCIO WONEN,
gevestigd te Hoensbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: Vincio Wonen,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
procederend in persoon,2. [gedaagde sub 2],
wonende op een geheim adres in de gemeente 's-Gravenhage,
niet verschenen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .
1De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 augustus 2024- de akte uitlating van Vincio Wonen- de aantekening van de griffier op de rol van 2 oktober 2024 dat [gedaagde sub 1] geen antwoordakte heeft genomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Achterstand
2.1.
Uit het antwoord van [gedaagde sub 1] is de kantonrechter gebleken dat de vordering van Vincio Wonen niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering ten aanzien van de hoofdsom dient daarom te worden toegewezen.
Ontbinding en ontruiming
2.2.
De huurachterstand vormt een tekortkoming die de onmiddellijke ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Die vorderingen zullen dan ook worden toegewezen.
Huur c.q. gebruiksvergoeding
2.3.
Vincio Wonen vordert de veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van een bedrag van € 733,19 voor het gehuurde voor iedere ingegane maand vanaf 1 juni 2024 tot het tijdstip van ontruiming. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.4.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter het voornemen uitgesproken om artikel 13 van de Algemene huurvoorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte, versie 11 februari 2019, (incassobeding) te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. In de akte heeft Vincio Wonen zich hierover uitgelaten. [gedaagde sub 1] heeft geen antwoordakte genomen.
2.5.
Vincio Wonen stelt zich op het standpunt dat de in voornoemd artikel bedongen vergoeding niet onbegrensd is. Zij stelt dat voornoemd artikel redactioneel zo is opgesteld dat in artikel 13.1. eerst een algemene kostenbepaling is opgenomen, die gebaseerd is op artikel 6:96 BW. Dit wordt verder uitgewerkt en artikel 13.2. is toegespitst op consumenten en gebaseerd is op artikel 6:96 leden 5 en 6 BW. Vincio Wonen is van mening dat zij haar huurders een dienst bewijst door in meer duidelijke taal uit te leggen welke kosten en wanneer in rekening kunnen worden gebracht als er niet of niet tijdig wordt betaald.
2.6.
Naar aanleiding van de akte van Vincio Wonen ziet de kantonrechter aanleiding om op haar voornemen tot vernietiging van het incassobeding terug te komen.
2.7.
Vincio Wonen vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Vincio Wonen heeft aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Vincio Wonen heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Omdat Vincio Wonen een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 166,06 toegewezen.
Rente
2.8.
[gedaagde sub 1] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke rente van € 21,00, zodat die wordt toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente vanaf 30 april 2024.
Conclusie
2.9.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- huurachterstand t/m 30 april 2024 - vervallen wettelijke rente tot 30 april 2024
€€
2.381,3321,00
- buitengerechtelijke incassokosten
€
166,06
+
totaal
€
2.568,39
Proceskosten
2.10.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vincio Wonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
137,39
- griffierecht
€
496,00
- salaris gemachtigde
€
238,00
(1 punt × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
990,39
Dictum
De kantonrechter
3.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] , [adres] ,
3.2.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Vincio Wonen te stellen,
3.3.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan Vincio Wonen te betalen een bedrag van € 2.568,39, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 914,95, met ingang van 30 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan Vincio Wonen te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 733,19 voor elke ingegane maand met ingang van 1 juni 2024 tot en met de maand waarin [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] het gehuurde hebben ontruimd,
3.5.
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten van € 990,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.
type: JEC