Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-07-30
ECLI:NL:RBLIM:2024:8333
Civiel recht
Wraking
1,127 tokens
Dictum
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/332718 / HA RK 24-130
Dictum
op het verzoek van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
vertegenwoordigd door M.H.W. Walraven,
hierna ook te noemen: verzoekster,
dat strekt tot wraking van mr. N.H.J. Lafghani en mr. R.A.J. van Leeuwen, rechters in de rechtbank Limburg, hierna rechters.
Procesverloop
Op 9 juli 2024 is ter griffie het e-mailbericht ontvangen van verzoekster, inhoudende een verzoek om wraking van de rechters in de zaak met nummer 10858714 CV EXPLO 23-6666 tussen [naam] als eisende en verzoekster als gedaagde partij.
De rechters hebben ieder afzonderlijk op 10 juli 2024 kenbaar gemaakt niet te zullen berusten. Tevens hebben zij een schriftelijke reactie ingediend.
2De grond van het verzoek
Verzoekster voert aan dat er in de zaak met nummer 10811728 AZ VERZ 23-154 een klacht bij de Hoge Raad is ingediend tegen de rechters. Verzoekster stelt dat het redelijk is te veronderstellen dat de rechters daarmee niet onbevangen de zaak met nummer 10858714 CV EXPLO 23-6666 kunnen beoordelen en de vrees voor vooringenomenheid bestaat.
Voorts voert verzoekster aan dat de rechters zich niet aan het procesreglement hebben gehouden waardoor zij verzoekster bewust hebben geschaad zonder de zaak inhoudelijk te zien en te toetsen.
Beoordeling
Op grond van artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek wordt ingevolge artikel 37 Rv gedaan zodra feiten of omstandigheden aan verzoekers bekend zijn geworden. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat alle feiten of omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen.
De wrakingskamer stelt vast dat het gaat om een verzoek om wraking in de zaak
10858714 CV EXPLO 23-6666 tussen [naam] als eisende en verzoekster als gedaagde partij. Mr. N.H.J. Lafghani is evenwel niet bij deze zaak betrokken, zodat het verzoek in zoverre reeds daarom niet ontvankelijk is.
Mr. R.A.J. van Leeuwen zal (kennelijk) wel de behandelend rechter zijn in de zaak 10858714 CV EXPLO 23-6666, maar hij heeft inhoudelijk nog geen betrokkenheid hierbij gehad. Het gegeven dat deze rechter (enkel) een uitspraak heeft gedaan in een andere zaak (10811728 AZ VERZ 23-154), waarvan de uitkomst verzoekster kennelijk onwelgevallig was, kan geen valide grond voor wraking vormen. Dat dat gegeven voor verzoekster kennelijk aanleiding is geweest om tegen deze rechter een klacht bij de Hoge Raad in te dienen, maakt evenmin dat de vrees voor vooringenomenheid van het rechter objectief gerechtvaardigd is.
De stelling van verzoekster dat de rechters in het vonnis van de zaak 10811728 AZ VERZ 23-154 zich niet aan het procesreglement hebben gehouden, heeft eveneens evident geen kans van slagen, allereerst omdat zij betrekking heeft op een door de rechtbank reeds afgehandelde zaak (waarbij mr. Van Leeuwen bovendien niet inhoudelijk betrokken was), en voorts omdat zij in het geheel niet is onderbouwd.
Verzoekster heeft gemakshalve maar beide rechters gewraakt, om te bewerkstelligen dat deze rechters, die in haar ogen onjuiste beslissingen hebben genomen, geen zaken waarbij verzoekster partij is meer zullen behandelen. Omdat door verzoeker het middel van wraking lichtvaardig, want zonder enige grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Zij zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter, belast met de behandeling van het zaaknummer 10858714 CV EXPLO 23-6666, niet in behandeling wordt genomen.
Dictum
De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek voor zover het zich richt tegen mr. N.H.J. Lafghani niet ontvankelijk;
- verklaart het verzoek gericht tegen mr. R.A.J. van Leeuwen ongegrond;
- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de zaak met zaaknummer 10858714 CV EXPLO 23-6666 niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.J.M. Quaedvlieg, mr. M. Beije en
mr. C.G.A. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2024.