Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-10-09
ECLI:NL:RBLIM:2024:7200
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,986 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11121932 \ CV EXPL 24-2722
Vonnis van de kantonrechter van 9 oktober 2024
in de zaak van:
STICHTING WONEN ZUID,
gevestigd te Roermond,
eisende partij,
gemachtigde Adactio Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde]
, kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. P. Winkens.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- de mondelinge behandeling op 1 oktober 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling
2.1.
Verschenen zijn op 1 oktober 2024 om 13:30 uur:
- de stichting Wonen Zuid, vertegenwoordugd door [naam 1] , bijgestaan door [naam 3] , gerechtsdeurwaarder,
- [naam 2] , in rechte vertegenwoordigd door [gedaagde] , bewindvoerder, gedaagde partij, bijgestaan door mw mr P. Winkens, advocaat
2.2.
Na bespreking van de zaak verklaren partijen het eens te zijn geworden over het volgende:
a) De huurachterstand berekend tot en met september 2024 bedraagt € 2.434,89. De vordering wordt in die zin gewijzigd;
b) Gedaagde partij dient de buitengerechtelijke incassokosten (ad € 258,52) te betalen als bepaald in 4.3. alsook de proceskosten (ad € 918,41) .
c) Gedaagde partij zal ter aflossing op het totaal van de hiervoor onder a) en b) genoemde bedragen uiterlijk 9 oktober 2024 (aan de gerechtsdeurwaarder) een bedrag betalen van € 1.000,00 en vervolgens met ingang van 1 november 2024 een maandelijks bedrag van € 150,00, totdat het geheel zal zijn voldaan;
d) Daarnaast zal gedaagde partij stipt blijven voldoen aan de lopende huurverplichtingen jegens verhuurder;
e) Indien gedaagde partij in gebreke blijft met de voldoening van de hiervoor onder c) genoemde afbetalingsverplichting en/of met de lopende huurverplichtingen vanaf 1 oktober 2024, is gedaagde partij in verzuim zonder dat ingebrekestelling is vereist en is het gehele bedrag aan huurachterstand direct opeisbaar. In dat geval is gedaagde partij tevens met ingang van de dag van het intreden van het verzuim over het verschuldigde bedrag de wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd.
Beoordeling
3.1.
Gedaagde partij huurt van verhuurder de woning te [woonplaats] aan de [adres] , tegen een huurprijs van thans € 712,18 per maand. De huurprijs is bij vooruitbetaling verschuldigd.
3.2.
Verhuurder heeft op de in de dagvaarding aangevoerde gronden - samengevat - de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand plus de tot aan de ontruiming verschuldigde termijnen gevorderd, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.3.
Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat de onvoldoende betwiste vorderingen, zoals op de mondelingen behandeling besproken, toewijsbaar zijn.
3.4.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kosten aan de zijde van verhuurder als eisende partij worden begroot op:
dagvaarding € 138,41
griffierecht € 372,00
salaris gemachtigde € 408,00 (2 x € 204,00)
totaal € 918,41
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van een bedrag van € 2.434,89 ter zake van achterstallige huurpenningen tot en met september 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2024 tot de dag der algehele voldoening;
4.2.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van € 712,18 per maand voor iedere ingegane maand vanaf 1 oktober 2024 tot het tijdstip van ontruiming;
4.3.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van een bedrag van € 258,52 aan buitengerechtelijke incassokosten;
4.4.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van de proceskosten, tot op heden begroot op € 918,41;
4.5.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woonruimte te [woonplaats] aan de [adres] en veroordeelt gedaagde partij binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van gedaagde partij in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurder te stellen,
indien en zodra aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
gedaagde partij is in gebreke met de voldoening van de hiervoor onder 2.2. c) bedoelde betalingsverplichting; en/of
gedaagde partij is in gebreke met de voldoening van enige termijn van de maandelijkse huur als bedoeld onder 2.2 d),
4.6.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11121932 \ CV EXPL 24-2722
Vonnis van de kantonrechter van 9 oktober 2024
in de zaak van:
STICHTING WONEN ZUID,
gevestigd te Roermond,
eisende partij,
gemachtigde Adactio Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde]
, kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam onderbewindgestelde],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. P. Winkens.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- de mondelinge behandeling op 1 oktober 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling
2.1.
Verschenen zijn op 1 oktober 2024 om 13:30 uur:
- de stichting Wonen Zuid, vertegenwoordugd door [naam 1] , bijgestaan door [naam 3] , gerechtsdeurwaarder,
- [naam 2] , in rechte vertegenwoordigd door [gedaagde] , bewindvoerder, gedaagde partij, bijgestaan door mw mr P. Winkens, advocaat
2.2.
Na bespreking van de zaak verklaren partijen het eens te zijn geworden over het volgende:
a) De huurachterstand berekend tot en met september 2024 bedraagt € 2.434,89. De vordering wordt in die zin gewijzigd;
b) Gedaagde partij dient de buitengerechtelijke incassokosten (ad € 258,52) te betalen als bepaald in 4.3. alsook de proceskosten (ad € 918,41) .
c) Gedaagde partij zal ter aflossing op het totaal van de hiervoor onder a) en b) genoemde bedragen uiterlijk 9 oktober 2024 (aan de gerechtsdeurwaarder) een bedrag betalen van € 1.000,00 en vervolgens met ingang van 1 november 2024 een maandelijks bedrag van € 150,00, totdat het geheel zal zijn voldaan;
d) Daarnaast zal gedaagde partij stipt blijven voldoen aan de lopende huurverplichtingen jegens verhuurder;
e) Indien gedaagde partij in gebreke blijft met de voldoening van de hiervoor onder c) genoemde afbetalingsverplichting en/of met de lopende huurverplichtingen vanaf 1 oktober 2024, is gedaagde partij in verzuim zonder dat ingebrekestelling is vereist en is het gehele bedrag aan huurachterstand direct opeisbaar. In dat geval is gedaagde partij tevens met ingang van de dag van het intreden van het verzuim over het verschuldigde bedrag de wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd.
Beoordeling
3.1.
Gedaagde partij huurt van verhuurder de woning te [woonplaats] aan de [adres] , tegen een huurprijs van thans € 712,18 per maand. De huurprijs is bij vooruitbetaling verschuldigd.
3.2.
Verhuurder heeft op de in de dagvaarding aangevoerde gronden - samengevat - de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand plus de tot aan de ontruiming verschuldigde termijnen gevorderd, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.3.
Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat de onvoldoende betwiste vorderingen, zoals op de mondelingen behandeling besproken, toewijsbaar zijn.
3.4.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kosten aan de zijde van verhuurder als eisende partij worden begroot op:
dagvaarding € 138,41
griffierecht € 372,00
salaris gemachtigde € 408,00 (2 x € 204,00)
totaal € 918,41
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van een bedrag van € 2.434,89 ter zake van achterstallige huurpenningen tot en met september 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2024 tot de dag der algehele voldoening;
4.2.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van € 712,18 per maand voor iedere ingegane maand vanaf 1 oktober 2024 tot het tijdstip van ontruiming;
4.3.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van een bedrag van € 258,52 aan buitengerechtelijke incassokosten;
4.4.
veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan verhuurder van de proceskosten, tot op heden begroot op € 918,41;
4.5.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woonruimte te [woonplaats] aan de [adres] en veroordeelt gedaagde partij binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van gedaagde partij in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurder te stellen,
indien en zodra aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
gedaagde partij is in gebreke met de voldoening van de hiervoor onder 2.2. c) bedoelde betalingsverplichting; en/of
gedaagde partij is in gebreke met de voldoening van enige termijn van de maandelijkse huur als bedoeld onder 2.2 d),
4.6.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.