Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-09-11
ECLI:NL:RBLIM:2024:6263
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,034 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11008409 \ CV EXPL 24-1568
Vonnis van 11 september 2024
in de zaak van
BUDGET THUIS B.V., H.O.D.N. BUDGETENERGIE,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BudgetEnergie,
gemachtigde: J.J. Sikkema,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis - de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
BudgetEnergie is een energieleverancier.
2.2.
Tussen partijen is een overeenkomst voor levering van elektriciteit en gas tot stand gekomen voor de periode van 5 januari 2021 tot 5 januari 2024. De overeenkomst is gesloten in een vestiging van de Mediamarkt via een digitaal aanmeldformulier. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] maandelijks een termijnbedrag als voorschot betaalt.
2.3.
Op 6 juni 2023 heeft BudgetEnergie de overeenkomst beëindigd wegens wanbetaling van [gedaagde] . BudgetEnergie heeft vervolgens op 4 juli 2023 een eindnota van € 474,34 opgesteld en naar [gedaagde] gestuurd. De eindnota bestaat uit:
leveringskosten elektriciteit € 357,33
leveringskosten gas € 841,01
in mindering gebrachte termijnbedragen € 824,00 -/-
kosten contractbreuk € 100,00 +/+
totaal € 474,34
2.4.
[gedaagde] heeft de eindnota niet betaald.
Geschil
3.1.
BudgetEnergie vordert na vermindering van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 474,34. Daarnaast vordert BudgetEnergie dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
BudgetEnergie baseert de eis op het volgende. [gedaagde] heeft met BudgetEnergie een overeenkomst gesloten voor de levering van energie en gas. Deze overeenkomst is wegens wanbetaling beëindigd. [gedaagde] moet de eindnota betalen.
3.3.
[gedaagde] erkent dat hij een betalingsachterstand had, maar voert aan dat hij die binnen de door BudgetEnergie gestelde termijn had voldaan, zodat BudgetEnergie de overeenkomst eigenlijk niet had mogen beëindigen. Hij erkent dat hij nog moet betalen voor zijn energiekosten, maar hij vindt dat de extra kosten moeten worden afgewezen. Hij vindt ook dat hij geen proceskosten zou moeten betalen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Ambtshalve toetsing informatieverplichtingen
4.1.
BudgetEnergie baseert haar vordering op een met [gedaagde] gesloten overeenkomst, die tot stand is gekomen buiten de verkoopruimte van BudgetEnergie (overeenkomst op afstand). BudgetEnergie is een handelaar en [gedaagde] een consument. In beginsel moet de kantonrechter dan ambtshalve toetsen of de handelaar bij het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen. Die verplichtingen staan vermeld in de artikelen 6:230m, 6:230t en 6:230v BW. Deze verplichtingen zijn in Europeesrechtelijk verband in het leven geroepen ter bescherming van de consument. De kantonrechter komt tot de conclusie dat aan deze informatieverplichtingen is voldaan. Deze toets leidt dus niet tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.
[gedaagde] heeft geen rechtsgevolg verbonden aan zijn stelling
4.2.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat BudgetEnergie de overeenkomst niet had mogen beëindigen, omdat [gedaagde] tijdig het vereiste bedrag had overgemaakt om de betalingsachterstand te voldoen. [gedaagde] heeft echter geen rechtsgevolg verbonden aan deze stelling. De kantonrechter kan om die reden geen beslissing nemen over de beëindiging van de overeenkomst.
[gedaagde] moet de achterstallige energiekosten betalen
4.3.
Het staat vast dat tussen partijen een overeenkomst heeft bestaan tot 6 juni 2023. Tot die datum heeft BudgetEnergie elektriciteit en gas geleverd aan [gedaagde] . Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] voor de achterstallige energiekosten moet betalen. [gedaagde] is bereid om deze energiekosten te betalen. De achterstallige energiekosten bedragen € 374,34. De kantonrechter wijst dit deel van de vordering toe.
[gedaagde] hoeft de opzegvergoeding niet te betalen
4.4.
BudgetEnergie vordert, naast de achterstallige energiekosten, een opzegvergoeding van € 100,00 van [gedaagde] . Echter, nergens wordt een grondslag genoemd voor deze opzegvergoeding. De kantonrechter kan dan ook niet volgen waarom [gedaagde] in deze situatie een opzegvergoeding verschuldigd zou zijn aan BudgetEnergie. BudgetEnergie heeft op dit punt niet voldaan aan de op haar rustende stelplicht. De kantonrechter zal dit onderdeel van de vordering afwijzen.
4.5.
De kantonrechter overweegt ten overvloede dat volgens artikel 4 van de leveringsovereenkomst elektriciteit en gas – particulier alleen een opzegvergoeding in rekening kan worden gebracht wanneer de afnemer binnen de vaste prijsperiode opzegt. De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van opzegging door [gedaagde] , nu BudgetEnergie de overeenkomst zelf heeft opgezegd. Door BudgetEnergie is niet toegelicht waarom zij ook in die situatie aanspraak zou kunnen maken op de opzegvergoeding. Bovendien heeft BudgetEnergie de opzegvergoeding niet juist berekend. De overeenkomst tussen partijen is aangegaan tot 5 januari 2024 en is op 6 juni 2023 opgezegd door BudgetEnergie. Volgens het tarievenblad is de maximale opzegvergoeding € 50,00 bij een resterende looptijd van minder dan 1,5 jaar. De kantonrechter kan niet volgen waar de door BudgetEnergie gevorderde € 100,00 op gebaseerd is.
De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd
4.6.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt. Daartoe overweegt de kantonrechter enerzijds dat BudgetEnergie genoodzaakt was deze procedure te starten omdat [gedaagde] de achterstallige energiekosten niet betaalde, anderzijds blijft van haar aanvankelijke vordering van € 564,88 een toe te wijzen bedrag van € 374,34 over en zijn partijen dus over en weer in het (on)gelijk gesteld.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen
4.7.
[gedaagde] heeft verzocht om een betalingsregeling. De wet biedt echter geen grond om bij vonnis een betalingsregeling op te leggen. De kantonrechter wijst dit verzoek daarom af. [gedaagde] kan eventueel aan BudgetEnergie verzoeken om een betalingsregeling te treffen.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan BudgetEnergie te betalen een bedrag van € 374,34,
5.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat elke partij de eigen proceskosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V. Steijvers en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2024.