Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-08-14
ECLI:NL:RBLIM:2024:5535
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,496 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10915213 \ CV EXPL 24-638
Vonnis van 14 augustus 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven,
tegen
STICHTING DAY DREAM RIDE,
gevestigd te Kerkrade,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stichting Day Dream Ride,
vertegenwoordigd door A. Peters.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 januari 2024, met productie 1 - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis.
1.2.
Hoewel daartoe bij brief van de griffie van 24 april 2024 in de gelegenheid gesteld, heeft Stichting Day Dream Ride geen conclusie van dupliek genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
[eiseres] vordert na vermindering van eis Stichting Day Dream Ride bij vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van:
1. een (restant) bedrag van € 61,07 aan hoofdsom (€ 99,08 aan hoofdsom, € 9,57 aan vervallen wettelijke rente en € 40,00 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, minus het door Stichting Day Dream Ride na dagvaarding betaalde bedrag van € 87,58), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 99,08 vanaf 17 januari 2024 tot aan de dag der voldoening,
2. de kosten van deze procedure.
2.2.
Ter onderbouwing van haar vordering voert [eiseres] (samengevat) het volgende aan. [eiseres] heeft op 27 januari 2023 met Stichting Day Dream Ride een overeenkomst gesloten voor de levering van een aantal stickers (100). Stichting Day Dream Ride heeft de factuur met een hoofdsom van € 99,08, ondanks aanmaning en sommatie, niet voldaan en Stichting Day Dream Ride is volgens [eiseres] in gebreke gebleven en is met de betaling van het verschuldigde in verzuim.
2.3.
Daarnaast is Stichting Day Dream Ride de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW aan [eiseres] verschuldigd. [eiseres] berekent de rente van de dag van verzuim tot 12 januari 2024 op € 9,57. Voorts stelt [eiseres] dat Stichting Day Dream Ride aan haar een vergoeding van € 40,00 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.
2.4.
Stichting Day Dream Ride heeft op 6 februari 2024 per e-mail aan de kantonrechter laten weten een betaling te hebben gedaan en dit in verband met een ziekenhuisopname niet eerder mogelijk was.
2.5.
[eiseres] heeft bij conclusie van repliek erkend dat Stichting Day Dream Ride op 9 februari 2024, twee dagen nadat de zaak voor het eerst heeft gediend, een bedrag van € 87,58 heeft betaald.
[eiseres] vermindert haar vordering met dit bedrag maar handhaaft haar vordering voor het overige volledig. Ten aanzien van de hoofdsom resteert een bedrag van
€ 61,07.
Beoordeling
3.1.
Stichting Day Dream Ride heeft de stellingen van [eiseres] niet betwist.
3.2.
Nu - als enerzijds door [eiseres] gesteld en anderzijds door Stichting Day Dream Ride niet weersproken - vaststaat dat partijen onderhavige overeenkomst hebben gesloten, is Stichting Day Dream Ride als contractspartij gehouden de verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst te voldoen, waaronder de betalingsverplichting. Stichting Day Dream Ride heeft de verschuldigdheid en de hoogte van de factuur niet weersproken, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt.
3.3.
Stichting Day Dream Ride heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke handelsrente van € 9,57, zodat die eveneens voor toewijzing in aanmerking komt. De gevorderde lopende wettelijke handelsrente zal op de hierna onder de beslissing weergegeven wijze worden toegewezen.
3.4.
De door [eiseres] gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten komt voor toewijzing in aanmerking, omdat Stichting Day Dream Ride de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet heeft betwist en het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 40,00 overeenkomt met het in het Besluit bepaalde tarief.
3.5.
Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen en het gegeven dat een bedrag van in totaal € 87,58 door Stichting Day Dream Ride na dagvaarding is voldaan, ligt de vordering tot een bedrag van € 61,07 voor toewijzing gereed. Daarbij begrijpt de kantonrechter dat [eiseres] de tussentijdse betaling van Stichting Day Dream Ride conform het regime van artikel 6:44 BW eerst heeft toegerekend aan de kosten en de verschenen rente, en daarna aan de hoofdsom. Daarmee blijft in deze procedure strikt genomen als vordering alleen nog de restant hoofdsom over (maar moest wel beoordeeld worden of de kosten en de verschenen rente inderdaad verschuldigd waren nu deze posten door [eiseres] in mindering zijn gebracht).
3.6.
Stichting Day Dream Ride zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure (inclusief nakosten). De kosten aan de zijde van [eiseres] tot aan dit vonnis worden begroot op:
- dagvaarding € 112,37
- griffierecht € 130,00
- salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten x € 40,00)
- nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 342,37
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Stichting Day Dream Ride om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 61,07, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over € 99,08 vanaf 17 januari 2024 tot 9 februari 2024 en over € 61,07 vanaf 9 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Stichting Day Dream Ride in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 342,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Stichting Day Dream Ride niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
14 augustus 2024.
MW
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10915213 \ CV EXPL 24-638
Vonnis van 14 augustus 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven,
tegen
STICHTING DAY DREAM RIDE,
gevestigd te Kerkrade,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stichting Day Dream Ride,
vertegenwoordigd door A. Peters.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 januari 2024, met productie 1 - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek, tevens akte vermindering van eis.
1.2.
Hoewel daartoe bij brief van de griffie van 24 april 2024 in de gelegenheid gesteld, heeft Stichting Day Dream Ride geen conclusie van dupliek genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
[eiseres] vordert na vermindering van eis Stichting Day Dream Ride bij vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van:
1. een (restant) bedrag van € 61,07 aan hoofdsom (€ 99,08 aan hoofdsom, € 9,57 aan vervallen wettelijke rente en € 40,00 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, minus het door Stichting Day Dream Ride na dagvaarding betaalde bedrag van € 87,58), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 99,08 vanaf 17 januari 2024 tot aan de dag der voldoening,
2. de kosten van deze procedure.
2.2.
Ter onderbouwing van haar vordering voert [eiseres] (samengevat) het volgende aan. [eiseres] heeft op 27 januari 2023 met Stichting Day Dream Ride een overeenkomst gesloten voor de levering van een aantal stickers (100). Stichting Day Dream Ride heeft de factuur met een hoofdsom van € 99,08, ondanks aanmaning en sommatie, niet voldaan en Stichting Day Dream Ride is volgens [eiseres] in gebreke gebleven en is met de betaling van het verschuldigde in verzuim.
2.3.
Daarnaast is Stichting Day Dream Ride de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW aan [eiseres] verschuldigd. [eiseres] berekent de rente van de dag van verzuim tot 12 januari 2024 op € 9,57. Voorts stelt [eiseres] dat Stichting Day Dream Ride aan haar een vergoeding van € 40,00 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.
2.4.
Stichting Day Dream Ride heeft op 6 februari 2024 per e-mail aan de kantonrechter laten weten een betaling te hebben gedaan en dit in verband met een ziekenhuisopname niet eerder mogelijk was.
2.5.
[eiseres] heeft bij conclusie van repliek erkend dat Stichting Day Dream Ride op 9 februari 2024, twee dagen nadat de zaak voor het eerst heeft gediend, een bedrag van € 87,58 heeft betaald.
[eiseres] vermindert haar vordering met dit bedrag maar handhaaft haar vordering voor het overige volledig. Ten aanzien van de hoofdsom resteert een bedrag van
€ 61,07.
Beoordeling
3.1.
Stichting Day Dream Ride heeft de stellingen van [eiseres] niet betwist.
3.2.
Nu - als enerzijds door [eiseres] gesteld en anderzijds door Stichting Day Dream Ride niet weersproken - vaststaat dat partijen onderhavige overeenkomst hebben gesloten, is Stichting Day Dream Ride als contractspartij gehouden de verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst te voldoen, waaronder de betalingsverplichting. Stichting Day Dream Ride heeft de verschuldigdheid en de hoogte van de factuur niet weersproken, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt.
3.3.
Stichting Day Dream Ride heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke handelsrente van € 9,57, zodat die eveneens voor toewijzing in aanmerking komt. De gevorderde lopende wettelijke handelsrente zal op de hierna onder de beslissing weergegeven wijze worden toegewezen.
3.4.
De door [eiseres] gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten komt voor toewijzing in aanmerking, omdat Stichting Day Dream Ride de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet heeft betwist en het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 40,00 overeenkomt met het in het Besluit bepaalde tarief.
3.5.
Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen en het gegeven dat een bedrag van in totaal € 87,58 door Stichting Day Dream Ride na dagvaarding is voldaan, ligt de vordering tot een bedrag van € 61,07 voor toewijzing gereed. Daarbij begrijpt de kantonrechter dat [eiseres] de tussentijdse betaling van Stichting Day Dream Ride conform het regime van artikel 6:44 BW eerst heeft toegerekend aan de kosten en de verschenen rente, en daarna aan de hoofdsom. Daarmee blijft in deze procedure strikt genomen als vordering alleen nog de restant hoofdsom over (maar moest wel beoordeeld worden of de kosten en de verschenen rente inderdaad verschuldigd waren nu deze posten door [eiseres] in mindering zijn gebracht).
3.6.
Stichting Day Dream Ride zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure (inclusief nakosten). De kosten aan de zijde van [eiseres] tot aan dit vonnis worden begroot op:
- dagvaarding € 112,37
- griffierecht € 130,00
- salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten x € 40,00)
- nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 342,37
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Stichting Day Dream Ride om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 61,07, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over € 99,08 vanaf 17 januari 2024 tot 9 februari 2024 en over € 61,07 vanaf 9 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Stichting Day Dream Ride in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 342,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Stichting Day Dream Ride niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
14 augustus 2024.
MW