Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-07-24
ECLI:NL:RBLIM:2024:4916
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,549 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10937758 \ CV EXPL 24-884
Vonnis van 24 juli 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonende op een geheim adres in de gemeente [gemeente] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De verdere procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 april 2024
- de aantekening van de griffier op de rol van 22 mei 2024 dat [gedaagde] niet heeft gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:
- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met 25% te verminderen
- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit
te laten, waarna Billink in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.
2.2.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. [gedaagde] heeft niet gereageerd.
2.3.
Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 38,59 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
2.4.
De gevorderde vervallen wettelijke rente vanaf de verzuimdatum tot 30 januari 2024 (-= datum van dagvaarding) ten bedrage van € 2,91 is niet toewijsbaar aangezien deze over een te hoog bedrag is berekend.
2.5.
De wettelijke rente over de gesanctioneerde hoofdsom zal worden toegewezen vanaf 30 januari 2024 (= de datum van dagvaarding).
2.6.
Billink vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. Het verzuim is op of na 1 juli 2012 ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten (artikel 6:96 leden 5 en 6 BW). Billink heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde] . Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW (Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 wordt daarom afgewezen.
Conclusie
2.7.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal een bedrag van € 38,59, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 30 januari 2024 tot de dag van volledige betaling, wordt toegewezen.
Proceskosten
2.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Billink worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,54
- griffierecht
€
130,00
- salaris gemachtigde
€
40,00
(1,00 punten × € 40,00)
- nakosten
€
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
303,54
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 38,59, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 januari 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 303,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024.
type: JEC