Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-04-03
ECLI:NL:RBLIM:2024:4368
Civiel recht; Internationaal privaatrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,289 tokens
Inleiding
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/325387 / HA ZA 23-541
Vonnis van 3 april 2024
in de zaak van
[bedrijfsnaam eiseres] B.V.,
gevestigd te Roggel,
eiseres,
advocaat: mr. K.A.M.J. Horsch te Leusden,
tegen
[gedaagde] handelend onder de naam [bedrijfsnaam gedaagde],
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
gedaagde,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 februari 2024 - de akte van eiseres van 13 maart 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
Bevoegdheid
2.1.
Bij tussenvonnis van 14 februari 2024 heeft de rechtbank eiseres in de gelegenheid gesteld om zich bij akte nader uit te laten over de bevoegdheid van de rechtbank. Eiseres heeft zich bij akte van 13 maart 2024 uitgelaten.
2.2.
Eiseres heeft in haar akte het standpunt ingenomen dat het forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden niet te ruim is geformuleerd omdat dit – kort samengevat – in samenhang moet worden gelezen met artikel 2, leden 2 en 4, van de toepasselijke algemene voorwaarden. In lid 2 van dat artikel is bepaald dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op alle aanbiedingen, offertes en/of overeenkomsten door eiseres gedaan of aangegaan met de cliënt en op de uitvoering daarvan. In lid 4 van het artikel is bepaald dat bij een wijziging van de koopovereenkomst de algemene voorwaarden en de aanwijzingen in [eiseres] Handleiding onverkort van toepassing blijven.
2.3.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze bepalingen dat de algemene voorwaarden alleen betrekking hebben op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Daarmee heeft ook het in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuzebeding alleen betrekking op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Het beding is daarom beperkt tot een bepaalde rechtsbetrekking (de koopovereenkomst), zoals artikel 25 lid 1 van de herschikte EEX-Vo voorschrijft, waardoor het niet te ruim is geformuleerd.
Toepasselijk recht
2.4.
Eiseres vordert nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Het toepasselijk recht te dient daarom te worden bepaald conform de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I-Verordening), die universele toepassing heeft. Artikel 3 van de Rome I-Verordening bepaalt dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. Artikel 20 lid 3 van de toepasselijke algemene voorwaarden bepaalt dat op alle overeenkomsten die door eiseres worden gesloten Nederlands recht van toepassing is. Ook op de tussen partijen gesloten overeenkomst is dus Nederlands recht van toepassing.
De verdere beoordeling
2.5.
Eiseres vordert – samengevat – gedaagde te veroordelen om zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst na te komen, in het bijzonder de verplichting tot betaling van de koopprijs, vermeerderd met rente en de verplichting tot medewerking aan de juridische levering van het verkochte op straffe van een dwangsom. Verder vordert eiseres een veroordeling tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en een veroordeling in de proceskosten. Tot slot verzoekt eiseres om van het te wijzen vonnis een certificaat te verstrekken als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening nr. 1215/2012.
2.6.
Eiseres heeft tweemaal (onder I aanhef en sub b en onder II) gevorderd gedaagde te veroordelen om zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst na te komen en in het bijzonder de verplichting tot medewerking aan de juridische levering van het verkochte op straffe van een dwangsom. De rechtbank zal het dubbel gevorderde één maal toewijzen.
2.7.
Een op te leggen dwangsom moet een financiële prikkel vormen en voorkomen dat de veroordeelde partij weigert gehoor te geven aan de rechterlijke uitspraak. Een dwangsom heeft niet als doel om financieel voordeel te verkrijgen. De gevorderde dwangsom zal worden daarom beperkt en gemaximeerd.
2.8.
Eiseres vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De vordering van in totaal € 2.108,34 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 1.395,34 bij een hoofdsom van € 62.034,15. De rechtbank wijst daarom € 1.395,34 toe. Het meerdere wordt afgewezen als zijnde ongegrond.
2.9.
Voor het overige komt het gevorderde de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
Proceskosten
2.10.
Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
110,03
- griffierecht
€
2.837,00
- salaris advocaat
€
1.214,00
(1,00 punten × € 1.214,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.339,03
Dictum
De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst van 17 februari 2023 na te komen,
in het bijzonder de verplichting tot het betalen van de koopprijs van € 62.034,15 inclusief belastingen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 juli 2023 tot aan de dag dat de volledige vordering is voldaan,
in het bijzonder door op de dag dat aan de verplichting onder a. is voldaan, althans op grond van dit vonnis had moeten worden voldaan, medewerking te verlenen aan de juridische levering van het verkochte conform het bepaalde in de koopovereenkomst van 17 februari 2023, op straffe van een aan eiseres verschuldigde dwangsom van € 100,00 per dag of dagdeel dat gedaagde tekortschiet in deze verplichting tot een maximumbedrag van € 10.000,00.
3.2.
veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan eiseres de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.395,34 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 25 oktober 2023 tot de dag dat de buitengerechtelijke incassokosten volledig aan eiseres zijn voldaan.
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 4.339,03, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
draagt de griffier op een certificaat in de zin van artikel 53 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken aan eiseres te verstrekken,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.M. Menting en in het openbaar uitgesproken op
3 april 2024.