Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-03-27
ECLI:NL:RBLIM:2024:1631
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,246 tokens
Inleiding
RECHTBANK Limburg
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/311292 / HA ZA 22-501
Vonnis van 27 maart 2024 (bij vervroeging)
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisers,
advocaat: mr. T.N. Vis,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat: mr. P.J.L. Tacx.
Partijen zullen hierna [eisers] (mannelijk meervoud) en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 31 januari 2024,
de akte uitlaten na tussenvonnis van [gedaagde] ,
de akte uitlating van [eisers]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij tussenvonnis van 31 januari 2024 heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is een deskundige te benoemen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de aan de deskundige te stellen vragen, eventueel aanvullende vragen voor te stellen en over de aan het tussenvonnis gehechte offertes van de door de rechtbank aangezochte deskundigen, te weten de heer F. Arnoldus van Loyal Experts (hierna: Loyal Experts) en de heer [naam deskundige] van ZNEB Expertise en Taxatie B.V. (hierna: ZNEB). Partijen hebben bij akte na tussenvonnis zich aldus uitgelaten.
De te benoemen deskundige
2.2.
Gelet op de hoogte van de kostenbegrotingen van de deskundigen, geeft [gedaagde] de voorkeur aan het benoemen van Loyal Experts tot deskundige. [eisers] hebben naar voren gebracht dat de kostenbegrotingen van beide deskundigen hen (extreem) hoog voorkomen. [eisers] geven de voorkeur aan ZNEB, omdat dit rapport hen vollediger en professioneler voorkomt.
2.3.
Hoewel [eisers] een opmerking hebben gemaakt over de hoogte van de kostenbegrotingen, hebben zij daaraan niet de stelling verbonden dat de aangezochte deskundigen om die reden niet tot deskundige moeten worden benoemd. Aan de opmerking van [eisers] gaat de rechtbank dan ook voorbij. De kostenbegrotingen van de deskundigen komen de rechtbank overigens ook niet buitensporig hoog voor, gelet op de omvang van de opdracht, de tijd die nodig zal zijn voor het onderzoek en het opstellen van het rapport. Gelet op de standpunten over en weer zal de rechtbank overgaan tot de benoeming van de heer Arnoldus van Loyal Experts tot deskundige in deze zaak. De rechtbank overweegt daartoe dat de kostenbegroting van Loyal Experts lager is dan die van ZNEB en partijen beiden hebben aangegeven dat de hoogte van de kostenbegroting voor hen van belang is. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat de stelling van [eisers] , inhoudende dat de kostenbegroting van ZNEB hen vollediger en professioneler voorkomt, onvoldoende concreet is om niet tot benoeming van de heer Arnoldus van Loyal Experts over te gaan.
De vraagstelling
2.4.
[eisers] hebben geen opmerkingen over de door de rechtbank bij tussenvonnis van 31 januari 2024 (r.o. 4.4.5) geformuleerde vragen. [eisers] hebben wel aanvullende vragen gesteld. [eisers] verzoeken om de deskundige ook vragen voor te leggen omtrent de dakkapel en de lekkages. Daarnaast verzoeken [eisers] ook om de door hen geformuleerde vragen met betrekking tot de overige werkzaamheden (volgens [eisers] bestaande uit de elektrawerkzaamheden, de loodgieterswerkzaamheden en de afwerk-/afbouwwerkzaamheden) aan de deskundige voor te leggen. [eisers] achten het van belang dat de te benoemen deskundige wordt verzocht zich uit te laten over de vraag in hoeverre de door [gedaagde] verrichte elektrawerkzaamheden, loodgieterswerkzaamheden en de afwerk-/afbouwwerkzaamheden gebrekkig zijn, op welke wijze de (eventuele) gebreken hersteld kunnen worden en wat de kosten zijn van dit herstel.
2.5.
[gedaagde] kan zich ook vinden in de door de rechtbank bij tussenvonnis geformuleerde vragen en heeft tevens aanvullende vragen gesteld. [gedaagde] acht het ten aanzien van de badconstructie van belang dat de te benoemen deskundige wordt verzocht zich uit te laten over de vraag welke (aanvullende) aanneemsom redelijkerwijs geoffreerd zou zijn voor het aanpassen van de zolderverdiepingsvloer en de vraag of de deskundige van mening is dat voor het aanbrengen van de OSB platen en Fermacell platen met een laminaat vloerafwerking door die derde gewaarschuwd had moeten worden en zo ja, welke invloed dat heeft op de (herstel)kosten en zo nee, waarom niet. [gedaagde] verzoekt verder de deskundige drie vragen voor te leggen omtrent de dakconstructie en de scheurvorming.
2.6.
De rechtbank overweegt omtrent de aan de deskundige voor te leggen vragen als volgt.
2.7.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de door [eisers] voorgestelde zes vragen onder “overige werkzaamheden” (te weten de vragen omtrent de elektrawerkzaamheden, de loodgieterswerkzaamheden en de afwerk-/afbouwwerkzaamheden) aan de vraagstelling toe te voegen. De rechtbank overweegt daartoe nu [eisers] onvoldoende duidelijk hebben gemaakt dat [gedaagde] ten aanzien van deze werkzaamheden tekortgeschoten zou zijn in de nakoming van de overeenkomst. Noch in het lichaam van de dagvaarding, noch tijdens de mondelinge behandeling is dit verwijt aan het adres van [gedaagde] voldoende concreet door [eisers] naar voren gebracht. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat deze “overige werkzaamheden” in het (partij)deskundigenrapport van Wouters nergens worden vermeld. Hoewel die werkzaamheden wel worden vermeld in de schadebegroting van AKC Bouw, kan de rechtbank, zonder enige toelichting van [eisers] die ontbreekt, daaruit niet destilleren welke verwijten [gedaagde] ten aanzien van deze “overige werkzaamheden” concreet worden gemaakt en waarom. De rechtbank zal om die reden de voorgestelde vragen onder “overige werkzaamheden” niet aan de vraagstelling toevoegen.
2.8.
De rechtbank ziet wel aanleiding om de door [eisers] voorgestelde vragen ten aanzien van de dakkapel en de lekkages aan de vraagstelling toe te voegen. De rechtbank zal derhalve de volgende vier vragen toevoegen aan de aan de deskundige te stellen vragen:
Dakkapel
In hoeverre is de dakkapel (los van de dakconstructie) van de woning van [eisers] gebrekkig? Geef een beschrijving van de aangetroffen situatie.
Op welke wijze kan het gebrek aan de dakconstructie hersteld worden? Wat zijn de kosten van dit herstel?
Lekkages
Wat is de oorzaak van de verschillende lekkages? Is dit toe te rekenen aan (gebrekkig) uitgevoerde werkzaamheden door [gedaagde] ? Zo ja, geef daarvan een beschrijving.
Welke (gevolg)schade is ontstaan door de lekkages? Wat zijn de kosten van dit herstel?
2.9.
De rechtbank neemt de door [gedaagde] voorgestelde vraag of de deskundige van mening is dat voor het aanbrengen van de OSB platen en Fermacell platen met een laminaat vloerafwerking door die derde gewaarschuwd had moeten worden, niet in de vraagstelling over. De rechtbank overweegt daartoe dat aan een deskundige slechts vragen over een feitelijk gebeuren kunnen worden voorgelegd, terwijl de voorgestelde vraag in de kern (“rust op een derde een waarschuwingsplicht”) een vraag van juridische aard is.
2.10.
De rechtbank ziet wel aanleiding om de overige door [gedaagde] voorgestelde vragen toevoegen aan de aan de deskundige te stellen vragen, te weten:
Dakconstructie
- Is de storm(schade) van 20 mei 2022 een aanwijsbare oorzaak voor de gestelde daklekkage(s). Zo ja, kunt u aangeven in welke mate?
Badconstructie
- Welke (aanvullende) aanneemsom zou redelijkerwijs zijn geoffreerd voor het aanpassen van de zolderverdiepingsvloer?
Scheurvorming
Is de storm(schade) van 20 mei 2022 ook een aanwijsbare oorzaak voor de scheurvorming.
Dictum
De rechtbank
3.1.
benoemt tot deskundige:
de heer F. Arnoldus,
Loyal Experts,
Louis Jansenplein 5, 5431 BV Cuijk,
085-3038453
info@loyalexperts.com
3.2.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Dakconstructie
1. In hoeverre is de dakconstructie van de woning van [eisers] gebrekkig? Geef een beschrijving van de aangetroffen situatie.
2. Indien de dakconstructie van de woning van [eisers] gebrekkig: is het gebrek aan de dakconstructie een gevolg van de werkzaamheden als door [gedaagde] uitgevoerd of is stormschade ook een aanwijsbare oorzaak?
3. Op welke wijze kan het gebrek aan de dakconstructie hersteld worden? Wat zijn de kosten van dit herstel?
4. In hoeverre kunnen bestaande materialen, zoals dakpannen etc., worden hergebruikt bij de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan het dak? En zo ja, welke materialen zijn dit? Wat is de invloed daarvan op de herstelkosten?
5. Is de storm(schade) van 20 mei 2022 een aanwijsbare oorzaak voor de gestelde daklekkage(s). Zo ja, kunt u aangeven in welke mate?
Dakkapel
6. In hoeverre is de dakkapel (los van de dakconstructie) van de woning van [eisers] gebrekkig? Geef een beschrijving van de aangetroffen situatie.
7. Op welke wijze kan het gebrek aan de dakconstructie hersteld worden? Wat zijn de kosten van dit herstel?
Lekkages
8. Wat is de oorzaak van de verschillende lekkages? Is dit toe te rekenen aan (gebrekkig) uitgevoerde werkzaamheden door [gedaagde] ? Zo ja, geef daarvan een beschrijving.
9. Welke (gevolg)schade is ontstaan door de lekkages? Wat zijn de kosten van dit herstel?
Badconstructie
10. Op welke wijze kunnen de houten balken ter plaatse van de zoldervloerverdieping worden verstevigd? Dient de versteviging, zoals door Sijen op 22 oktober 2023 is voorgesteld, te worden verstevigd vanuit de onderzijde van de bestaande houten balken met als gevolg dat de bestaande plafonds verwijderd dienen te worden of zijn er ook andere mogelijkheden?
10. Wat zijn de kosten voor deze herstelwerkzaamheden?
10. Welke (aanvullende) aanneemsom zou redelijkerwijs zijn geoffreerd voor het aanpassen van de zolderverdiepingsvloer?
Scheurvorming in de gevel
13. In hoeverre is de scheurvorming in de gevel een gevolg van de werkzaamheden als door [gedaagde] uitgevoerd?
13. Op welke wijze dient de scheurvorming in de gevel hersteld te worden en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
13. Is de storm(schade) van 20 mei 2022 ook een aanwijsbare oorzaak voor de scheurvorming. Zo ja, in welke mate, zo nee, waarom niet?
13. Is sprake van aftrek nieuw voor oud? Zo ja, in welke mate? Zo nee, waarom niet?
Algemeen
17. Zijn er nog andere punten die u naar voren wil brengen, waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen?
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 7.961,80 (inclusief btw),
3.4.
bepaalt dat [eisers] het voorschot dienen overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [eisers] het procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen toe te sturen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige erop dat:
de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige erop dat:
uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:
indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen op een termijn van zes weken,
3.14.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
3.15.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.