Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-03-20
ECLI:NL:RBLIM:2024:1244
Civiel recht
Eerste aanleg - meervoudig
968 tokens
Inleiding
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/269266 / HA ZA 19-492
Herstelvonnis van 20 maart 2024
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. N.E. Koelemaij te Assen,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
te [woonplaats 2] ,2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 3] ,gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. W.B. Brusse te Almelo.
In de procedure op grond van artikel 118 Rv opgeroepen derde partij
[derde partij]
,
te [woonplaats 4] ,
derde partij in de verdeling van de registergoederen [plaats] [sectieletter] nummers [sectienummer 1] , [sectienummer 2] , [sectienummer 3] en [sectienummer 4] , hierna te noemen: de moeder.
Het verzoek tot aanvulling
1.1.
Bij B-formulier van 27 februari 2024 heeft mr Brusse namens [gedaagden] erop gewezen dat in het vonnis van 21 februari 2024 woorden in de tekst zijn weggevallen.
Het gaat om de r.o. 3.8 t/m 3.10 bij de beslissing, waar het woord “deskundige” op een aantal plaatsten lijkt te ontbreken. Mr. Brusse heeft om herstel van het vonnis gevraagd.
Beoordeling
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat het door mr. Brusse gevraagde herstel dient plaats te vinden. De in de digitale versie van het vonnis bij de randnummers 3.9 en 3.10 op verschillende plaatsen opgenomen velden met de tekst “deskundige” zijn niet zichtbaar op de afgedrukte versie van het vonnis, waarvan partijen en de deskundige een afschrift hebben ontvangen.
De rechtbank zal daarom overgaan tot herstel van het vonnis zoals hierna aan te geven.
Dictum
De rechtbank
3.1.
bepaalt dat onder de beslissing van het op 21 februari 2024 tussen [eiser] , [gedaagden] en de moeder gewezen vonnis, de tekst van de randnummers 3.9 en 3.10 dient te worden vervangen door de volgende tekst:
3.9.
wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.10.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
3.2.
bepaalt dat de hiervoor onder 3.1 weergegeven wijzigingen onder de vermelding van de datum 20 maart 2024 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 21 februari 2024,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 21 februari 2024 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koster -van der Linden, mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en mr. R.J.M.G. Rulkens en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.
CB