Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-03-06
ECLI:NL:RBLIM:2024:1132
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
694 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10847745 \ CV EXPL 23-5617
Vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BASIC-FIT NEDERLAND B.V., H.O.D.N. BASIC-FIT MAASTRICHT GEUSSELT,
te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: Basic-Fit,
gemachtigde: Snijder Incasso en Gerechtsdw. Beverwijk,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de (kopie van de) dagvaarding van 11 december 2023,
- de brieven van 20 december 2023, 24 januari 2024 en 8 februari 2024 aan eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
Bij dagvaarding van 11 december 2023 is gedaagde opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting van deze rechtbank, kamer voor kantonzaken, op 20 december 2023.
2.2.
Gedaagde is niet ter terechtzitting verschenen.
2.3.
De kantonrechter heeft eiseres bij brieven van 20 december 2023 en 24 januari 2024 in de gelegenheid gesteld om op de rolzitting van 10 januari 2024 en 7 februari 2024 het geconstateerde verzuim, namelijk het ontbreken van een originele dagvaarding, te herstellen. Eiseres heeft de originele dagvaarding niet overgelegd.
2.4.
Op grond van artikel 125 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is het geding aanhangig vanaf de dag der dagvaarding. Artikel 125 lid 2 Rv bepaalt dat het exploot van dagvaarding door eiser ter griffie wordt ingediend uiterlijk op de laatste dag waarop de griffie is geopend, voorafgaande aan de in de dagvaarding vermelde roldatum. De aanhangigheid van het geding vervalt, zo is bepaald in artikel 125 lid 4 Rv, indien het exploot van dagvaarding niet uiterlijk op het in het tweede lid vermelde tijdstip ter griffie is ingediend, tenzij binnen twee weken na de in de dagvaarding genoemde roldatum een herstelexploot is uitgebracht.
2.5.
Eiseres heeft geen herstelexploot uitgebracht, zodat het gevraagde verstek moet worden geweigerd.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
weigert het gevraagde verstek en verstaat dat de instantie is geëindigd.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.
RJ