Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-03-06
ECLI:NL:RBLIM:2024:1124
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
833 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10757642 \ CV EXPL 23-4510
Vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2024
in de zaak van:
STICHTING WELLER WONEN,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- de op 27 februari 2024 gehouden mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Gedaagde partij erkent de ontstane huurachterstand. Deze rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De vordering dient daarom te worden toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden echter beperkt tot een bedrag van € 127,91, welk bedrag eisende partij heeft aangezegd bij haar zogenoemde 14-dagen brief d.d. 5 september 2023 (productie 4 bij dagvaarding).
2.2.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
dagvaarding € 129,85
griffierecht € 487,00
salaris gemachtigde € 464,00
totaal € 1.080,85
Dictum
De kantonrechter
3.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.868,76 (bestaande uit een bedrag van € 2.740,85 aan huurachterstand tot en oktober 2023 en een bedrag van € 127,91 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 11 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen aan huur dan wel een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 629,73 voor elke ingegane maand met ingang van 1 november 2023 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,
3.5.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.080,85,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.