Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-03-06
ECLI:NL:RBLIM:2024:1115
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,136 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10402667 \ CV EXPL 23-1062
Vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ALU-REH B.V.,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
hierna te noemen: Alu-reh B.V.,
gemachtigde: Juristu Incassodiensten B.V.,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],
wonende en zaak doende te [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.H.J.M. Stassen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - het bericht van mr. Stassen d.d. 18 juli 2023 dat zijn cliënt hem niet in de gelegenheid heeft gesteld de conclusie van dupliek te nemen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
Alu-reh B.V. vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de hoofdsom van € 3.943,46 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 628,41, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 25 september 2022 tot de dag van volledige voldoening. Alu-reh B.V. vordert tevens veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten.
2.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.3.
Alu-reh B.V. stelt dat Alu-reh B.V. aan [gedaagde] diverse goederen en diensten heeft geleverd en dat Alu-reh B.V. aan [gedaagde] geldleningen verstrekt heeft. Alu-reh B.V. heeft in totaal drie facturen gestuurd naar [gedaagde] . De eerste factuur betreft een factuur voor materialen voor een terrasoverkapping ad € 1.193,62 en diende voor 19 juli 2022 betaald te worden. De tweede factuur van € 1.000,00 betreft een geldlening en die factuur diende voor 25 september 2022 betaald te worden. De derde factuur van € 1.750,00 betreft een factuur met betrekking tot een geldlening en een restantbedrag dat nog openstaat en die factuur diende voor 25 september 2022 betaald te worden. [gedaagde] heeft ondanks meerdere aanmaningen het voornoemde bedrag niet voldaan en [gedaagde] schiet volgens Alu-reh B.V. toerekenbaar tekort in de nakoming van de overeenkomsten.
2.4.
[gedaagde] concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van Alu-reh B.V. in haar vorderingen, althans haar deze als rechtens ongegrond en/of onbewezen en/of onjuist te ontzeggen, met veroordeling van Alu-reh B.V. in de proceskosten. [gedaagde] stelt dat
Alu-reh B.V. geen goederen en diensten heeft geleverd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft wel in opdracht van Alu-reh B.V. montagewerkzaamheden verricht voor klanten. Alu-reh B.V. betaalde een vergoeding aan [gedaagde] voor deze montagewerkzaamheden op basis van een afgesproken uurloon. Ten aanzien van de factuur met betrekking tot de terrasoverkapping ontkent en bestrijdt [gedaagde] dat tussen Alu-reh B.V. en [gedaagde] een overeenkomst is gesloten voor de levering van een terrasoverkapping en [gedaagde] heeft daartoe ook nooit een factuur ontvangen. Ten aanzien van de tweede en derde factuur met betrekking tot de geldleningen stelt [gedaagde] dat ook deze facturen niet juist zijn. [gedaagde] heeft Alu-reh B.V. nooit benaderd om geld te lenen en [gedaagde] heeft ook nooit facturen ontvangen.
2.5.
[gedaagde] erkent dat hij op 25 augustus 2022 in privé een geldleenovereenkomst van € 1.000,00 heeft afgesloten met de heer [naam bestuurder] (bestuurder van Alu-reh B.V.). [gedaagde] stelt dat het geleende bedrag door [gedaagde] aan de heer [naam bestuurder] (privé) zal worden terugbetaald via door [gedaagde] uit te voeren montagewerkzaamheden. [gedaagde] heeft het bedrag van € 1.000,00 niet aan de heer [naam bestuurder] terugbetaald.
2.6.
Alu-reh B.V. stelt bij repliek dat partijen wel degelijk een overeenkomst zijn aangegaan tot levering van materialen voor een terrasoverkapping en verwijst daartoe naar de overgelegde whatsappgesprekken tussen partijen waaruit blijkt dat [gedaagde] de materialen besteld heeft. Alu-reh B.V. betwist het door [gedaagde] gestelde dat [gedaagde] de factuur met betrekking tot de terrasoverkapping nooit ontvangen heeft. Deze factuur is persoonlijk aan [gedaagde] afgegeven als ook per post naar [gedaagde] verzonden. Alu-reh B.V. stelt daarnaast dat ook de factuur ten aanzien van de geldlening per post is verzonden aan [gedaagde] en dat ook uit de overgelegde whatsappberichten blijkt dat de geldleningen zijn overeengekomen tussen partijen.
2.7.
Aangezien [gedaagde] niet meer heeft gereageerd op de conclusie van repliek terwijl deze conclusie wel tot een nadere stellingname ter onderbouwing van het verweer noopte, zal de kantonrechter het verweer als niet voldoende onderbouwd verwerpen.
2.8.
De vordering ligt als niet langer weersproken voor toewijzing gereed.
2.9.
Alu-reh B.V. maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na
1 juli 2012 is ingetreden. Alu-reh B.V. heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met BTW. De gevorderde BTW is niet toewijsbaar, nu de eisende partij niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben. De kantonrechter zal de buitengerechtelijke kosten dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief dat hoort bij het aan hoofdsom toegewezen bedrag exclusief BTW, zijnde € 519,35.
2.10.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen zoals gevorderd.
2.11.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Alu-reh B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
113,30
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
€
542,00
(2,00 punten × € 271,00)
Totaal
€
1.142,30
2.12.
Bij een separate veroordeling in de nakosten bestaat geen belang nu de proceskostenveroordeling die kosten omvat.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Alu-reh B.V. te betalen een bedrag van € 3.943,46 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 25 september 2022, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Alu-reh B.V. te betalen een bedrag van € 519,35 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Alu-reh B.V., tot op heden begroot op € 1.142,30,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
6 maart 2024.