Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2024-09-16
ECLI:NL:RBLIM:2024:10329
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,077 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 16 september 2024
Zaaknummer: C/03/308469 / FA RK 22-3134
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:
[verzoekster] ,
verzoekster,
wonend te [woonplaats] ,
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof, kantoorhoudend te Gilze,
Als belanghebbende is aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
verder te noemen: de ambtenaar.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen, ingediend op 17 augustus 2022;
de brief van de ambtenaar van 13 september 2022, ontvangen op 15 september 2022;
het F9-formulier met bijlage van verzoekster van 23 september 2022;
het F9-formulier met bijlagen van verzoekster van 1 november 2022;
het F9-formulier met bijlagen van verzoekster van 12 januari 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 23 januari 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 7 februari 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 15 februari 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 14 april 2023;
het F9-formulier met bijlage van verzoekster van 26 april 2023;
de brief van de ambtenaar van 14 juni 2023, ontvangen op 20 juni 2023;
het F9-formulier met bijlagen van verzoekster van 27 juli 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 6 september 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 19 september 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 28 september 2023;
het F9-formulier van verzoekster van 5 maart 2024;
de brief van de ambtenaar van 12 maart 2024, ontvangen op 13 maart 2024;
het F9-formulier met bijlage van verzoekster van 25 april 2024;
het F9-formulier van verzoekster van 14 juni 2024;
de brief van de ambtenaar van 4 juli 2024, ontvangen op 8 juli 2024;
het F9-formulier met bijlage van verzoekster van 13 augustus 2024;
de mondelinge behandeling op 16 augustus 2024, waarbij zijn verschenen:
- verzoekster;
- [naam dochter] , de dochter van verzoekster, als informant.
Feiten
2.1.
Op [geboortedatum] 1959 is verzoekster in [geboorteplaats] , (voormalige) Sovjet-Unie geboren. De geboorteakte van verzoekster is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van Tbilisi in het jaar 1959 onder nummer 417.
2.2.
De geboorteakte is niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.
2.3.
Bij Koninklijk Besluit van 26 mei 2000 is aan verzoekster het Nederlanderschap verleend, met bepaling dat de geslachtsnaam is gewijzigd in “ [geslachtsnaam] ”.
3Het verzoek
Verzoekster heeft - naar de rechtbank begrijpt - verzocht, om zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de ambtenaar de inschrijving van de Georgische geboorteakte van verzoekster te gelasten in het register van de burgerlijke stand van ’s-Gravenhage;
de voornamen van verzoekster te wijzigen, in die zin dat de voornaam ‘ [voornaam 1] ’ wordt gewijzigd in ‘ [voornaam 2] ’, zodat haar voornamen zullen luiden ‘ [voornamen 1] ’.
Voor de onderbouwing wordt verwezen naar de inhoud van het verzoekschrift.
Beoordeling
De rechtsmacht en het toepasselijk recht
4.1.
De onderhavige zaak heeft een internationaal karakter. De rechtbank dient daarom eerst te beoordelen of aan de Nederlandse rechter bevoegdheid toekomt. Aangezien verzoekster in Nederland woonplaats heeft, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht.
Op grond van artikel 10:20 eerste volzin van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht.
De voornaamswijziging
4.2.
Artikel 1:4 lid 4 BW geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon de wijziging te gelasten van zijn voornamen. Daarvoor dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Verder moet het verzoek worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW en moet worden beoordeeld of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
Verzoekster heeft ter zitting ter nadere onderbouwing van haar verzoek aangegeven dat zij in haar kindertijd getraumatiseerd is geraakt. Zij werd door haar ouders genegeerd en buitengesloten en moest als een muis in een hoekje zitten. Verzoekster voelde zich toen erg onzeker en ongelukkig en krijgt nu nog altijd negatieve emoties als zij aan vroeger denkt. Verzoekster wilde haar naam al heel lang wijzigen, maar zij durfde dit niet doordat zij nog altijd de druk van haar ouders voelde toen die nog leefden. Nu die overleden zijn durft zij voornaamswijziging te vragen. Verzoekster voelt zich meer zelfverzekerd als zij de naam Ina kan gaan gebruiken.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat verzoekster door haar in het verzoekschrift en nader ter zitting gegeven toelichting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een zwaarwichtig belang heeft bij de verzochte voornaamswijziging. Niet gebleken is van beletselen als bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW tegen de gewenste voornaam ‘ [voornaam 2] ’. Het verzoek tot wijziging van de voornamen van verzoekster zal daarom worden toegewezen, in die zin dat de voornamen ‘ [voornamen 2] ’ worden gewijzigd in ‘ [voornamen 1] ’.
De inschrijving van de geboorteakte of vaststelling van de geboortegegevens
4.4.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de geboorteakte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW.
In geval van wijziging van de voornaam van een buiten Nederland geboren persoon geeft de rechtbank die de beschikking geeft, voor zoveel nodig ambtshalve, hetzij een last tot inschrijving van de akte van geboorte, hetzij de in artikel 1:25c BW bedoelde beschikking.
4.5.
De ambtenaar heeft verzocht om een gelegaliseerde geboorteakte en een gelegaliseerde huwelijksakte van verzoekster en haar ex-echtgenoot, alsmede de huwelijksakte van haar ouders. De advocaat van verzoekster heeft in diverse berichten aan de rechtbank gesteld dat het onmogelijk is gebleken om aan de vereiste apostilles te komen. Verzoekster heeft ter zitting uitgelegd welke moeite zij zelf nog heeft gedaan om aan gelegaliseerde stukken uit Georgië te komen. Zij heeft geen of nauwelijks meer contacten in Georgië. Zij heeft nooit de Georgische nationaliteit gehad. Zij heeft contact gezocht met de ambassade, die haar aangaf dat het onmogelijk was die stukken te verkrijgen. Toen verzoekster nog wel enig contact had met familie in Georgië, heeft zij hen gevraagd om de stukken te verkrijgen. Echter kreeg de familie van de instanties te horen dat het niet mogelijk was om aan bedoelde stukken te komen omdat verzoekster nu de Nederlandse nationaliteit heeft. De rechtbank heeft geen reden om te veronderstellen dat hetgeen verzoekster heeft verklaard niet waar is.
Daarmee heeft verzoekster voldoende aannemelijk gemaakt dat een gelegaliseerde buitenlandse geboorteakte, en een gelegaliseerde huwelijksakte van haarzelf en van haar ouders niet door haar kan worden overgelegd. Dit betekent dat de geboorteakte niet kan worden ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage.
4.6.
De ambtenaar heeft kenbaar gemaakt in dat geval geen bezwaar te hebben tegen vaststelling van de geboortegegevens van verzoekster. De ambtenaar heeft voorgesteld om op grond van artikel 1:25c BW de geboortegegevens van verzoekster als volgt vast te stellen:
KIND
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]
Voornaam : [voornamen 2]
Geboortedatum : [geboortedatum] -1959
Geboorteplaats : [geboorteplaats] , Sovjet-Unie
Geslacht : F (vrouwelijk)
Bij toewijzing van het verzoek zal een latere vermelding betreffende voornaamswijziging aan de in te schrijven geboorte akte worden toegevoegd, zodat verzoekster ‘ [naam] ’ zal gaan heten.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel van de ambtenaar kan worden gevolgd en zal daarom de geboortegegevens van verzoekster dienovereenkomstig vast stellen.
4.7.
De rechtbank zal bepalen dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de gemeente ’s-Gravenhage, dit met het oog op het opmaken van de geboorteakte en de toevoeging aan die geboorteakte van de latere vermelding betreffende de wijziging van de voornaam.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
stelt de volgende gegevens vast voor het opmaken van een geboorteakte van verzoekster:
KIND
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]
Voornaam : [voornamen 2]
Geboortedatum : [geboortedatum] -1959
Geboorteplaats : [geboorteplaats] , Sovjet-Unie
Geslacht : F (vrouwelijk)
5.2.
gelast de wijziging van de voornamen van verzoekster, in die zin dat haar voornaam ‘ [voornaam 1] ’ wordt gewijzigd in ‘ [voornaam 2] ’, zodat verzoekster zal komen te heten:
‘ [naam] ’;
5.3.
bepaalt dat de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, in verband met het opmaken van de geboorteakte en de toevoeging aan die geboorteakte van de latere vermelding betreffende de wijziging van de voornaam.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. B.C. Groen-Witvliet, griffier op 16 september 2024.BGW
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.