Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-12-13
ECLI:NL:RBLIM:2023:7315
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,000 tokens
Inleiding
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10564009 \ CV EXPL 23-2537
Vonnis bij vervroeging van 13 december 2023
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: eiser,
gemachtigde: Stichting Univé Rechtshulp,
tegen
E-ENERGY EUROPE B.V., T.H.O.D.N. EASYENERGY,
te Maastricht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde,
gemachtigde: mr. J.D.A. van Lynden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1-4 - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Eiser heeft sinds 16 mei 2018 een dynamisch energiecontract met gedaagde voor onbepaalde tijd.
2.2.
Eind 2021 heeft eiser zonnepanelen gekregen waarna er saldering heeft plaatsgevonden. De zonnepanelen van eiser leveren met name energie aan het net in de tijd dat eiser niet thuis is en energie wordt gevraagd in avonden waarin de zonnepanelen geen energie opwekken. De salderingsregeling van gedaagde voorziet niet in jaarlijkse saldering, maar in saldering per uur. Naar de mening van eiser is de gehanteerde salderingsmethode in strijd met de wet.
2.3.
Op 14 december 2022 heeft eiser een klacht ingediend bij de Geschillencommissie Energie (productie 1 bij dagvaarding), hierna: de Geschillencommissie. De klacht is (digitaal) behandeld op 22 maart 2023. Eiser en gedaagde zijn daarbij verschenen en hebben hun standpunten toegelicht.
2.4.
Bij bindend advies door de Geschillencommissie van 22 maart 2023, verzonden 5 april 2023 (hierna: het bindend advies), is de klacht van eiser ongegrond verklaard.
2.4.1.
Onder het kopje “Standpunt van de consument” staat - onder meer - vermeld:
“Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.”(productie 3 bij dagvaarding, pagina 1 van 3)
2.4.2.
Eiser heeft op 24 januari 2023 en 16 maart 2023 drie documenten aan het klachtdossier toegevoegd, namelijk “Jurisprudentie Uitspraak Geschillencommissie 22 nov 20”, “Uitspraak 1 maart 2023 rechtbank Midden Nederland.pdf” en “ECLI_NL_RBMNE_2023_788 Rechtbank Midden-Nede” (productie 2 bij dagvaarding).
2.4.3.
Beoordeling
“Er bestaat tussen partijen kennelijk geen verschil van mening over het feit dat de overeenkomst tussen partijen gebaseerd is op het door de ondernemer beschreven concept waarbij gewerkt wordt met dynamische prijzen.Dat die wijze van verrekenen in strijd zou zijn met de wet, wordt gesteld maar niet deugdelijk onderbouwd. Ook de stelling dat die wijze in strijd zou zijn met de bedoeling van de wetgever en in het nadeel van de consument zou uitpakken, is naar het oordeel van de commissie onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De commissie is met de ondernemer van oordeel dat de wijze van verrekenen die de ondernemer hanteert, niet in strijd is met de wet.
Ten overvloede merkt de commissie op dat het de consument vrij staat een energieleverancier te kiezen die een verreken methode hanteert zoals de consument die graag zou zien.
Op grond van het vorengaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.” (productie 3 bij dagvaarding, pagina 2 van 3)
Geschil
3.1.
Eiser vordert dat de rechtbank – bedoeld zal zijn: de kantonrechter – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, oordeelt:
dat het bindende advies van de Geschillencommissie d.d. 5 april 2023 in zijn geheel wordt vernietigd omdat gebondenheid aan deze beslissing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van artikel 7:904 BW;
dit alles met veroordeling van gedaagde tot betaling van de volledige kosten van dit geding, daaronder begrepen het salaris en de noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van eiseres (bedoeld zal zijn: eiser).
3.2.
Gedaagde voert verweer. Volgens gedaagde is het bindende advies op de juiste wijze tot stand gekomen en inhoudelijk juist. Daarom moet de vordering worden afgewezen, met veroordeling van eiser in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.1.
In deze zaak ligt de vraag voor of het bindend advies vernietigd moet worden.
4.1.2.
Vernietiging van een bindend advies is alleen aan de orde als de wijze van totstandkoming van het advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 7:904 lid 1 BW). Alleen ernstige gebreken geven aanleiding tot vernietiging. Fundamentele beginselen van procesrecht moeten gehonoreerd worden.
4.1.3.
Een fundamenteel beginsel van procesrecht is dat beslissingen voldoende gemotiveerd moeten worden. Daar schort het aan in deze zaak.
4.2.1.
Motivering
4.3.
Het antwoord op de in deze zaak te beantwoorden vraag (zie hiervoor onder 4.1.1.) is daarom “ja”: het bindend advies van de Geschillencommissie moet vernietigd worden. De kantonrechter zal dat hierna in de beslissing zo opnemen.
4.4.
Eiser vermeldt in de conclusie van repliek uitdrukkelijk dat geen oordeel wordt gevraagd over de inhoudelijke juistheid van het bindend advies. Omdat partijen de omvang van de rechtsstrijd bepalen, zal de kantonrechter geen gebruik maken van discretionaire bevoegdheid die bestaat op grond van artikel 7:904 lid 2 BW. Niet relevant is daarom ook met welke motivering het bindend advies van de geschillencommissie wel toereikend gemotiveerd zou zijn. Al hetgeen ter motivering van de juistheid van de wijze van verrekening door gedaagde is aangevoerd, zal niet worden besproken.
4.5.
Gedaagde is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiser als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
129,14
- griffierecht
€
86,00
- salaris gemachtigde
€
398,00
(2,00 punten × € 199,00)
Totaal
€
613,14
Dictum
De kantonrechter
5.1.
vernietigt het bindende advies van de Geschillencommissie d.d. 5 april 2023,
5.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot dit vonnis vastgesteld op € 613,14,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2023.
MD