Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-12-06
ECLI:NL:RBLIM:2023:7159
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
758 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10596838 \ CV EXPL 23-2856
Vonnis van de kantonrechter van 6 december 2023
in de zaak van:
de maatschap
[eiseres]
,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde M.P.A. Roelands,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] .,
gevestigd [adres] ,
[vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
verschenen bij [naam] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
Eisende partij vordert – zakelijk weergegeven - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 6.825,14, te vermeerderen met rente en kosten.
2.2.
Eisende partij legt nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomsten van opdracht voor juridische dienstverlening aan haar vordering ten grondslag.
Gedaagde partij heeft een bedrag van € 5.834,00 onbetaald gelaten. Voorts stelt eisende partij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 666,70 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Daarnaast maakt zij aanspraak op de wettelijke handelsrente. Eisende partij berekent de rente vanaf de vervaldata van de facturen tot 13 juni 2023 op
€ 324,44.
Beoordeling
3.1.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
3.2.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
dagvaarding € 109,44
griffierecht € 514,00
salaris gemachtigde € 330,00 (1 x tarief € 330,00)
totaal € 953,44
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.825,14, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.834,00 vanaf 13 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 953,44,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC