Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-10-30
ECLI:NL:RBLIM:2023:7103
Civiel recht
Wraking
1,038 tokens
Dictum
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/322613 / HA RK 23-164
Dictum
op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. M.M.T. Coenegracht, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.
Procesverloop
Op 26 september 2023 is tijdens de mondelinge behandeling van de zaken met zaaknummers ROE 20/ 2683, ROE 21/ 1327, ROE 21/1764, ROE 22/ 903 en ROE 22/ 1221 tussen [verzoeker] , als eisende en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, als verwerende partij door [verzoeker] een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter.
Op 27 september 2023 heeft verzoeker middels een digitaal formulier een aanvullende toelichting verstrekt op het verzoek tot wraking.
De rechter heeft de wrakingskamer op 5 oktober 2023 schriftelijk bericht dat zij niet berust in het verzoek tot wraking. Nu de rechter niet eerder beschikte over de aanvullende toelichting die verzoeker op 27 september 2023 heeft verstrekt, heeft de rechter daar pas tijdens de zitting op gereageerd.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van de wrakingskamer op 19 oktober 2023 waar verzoeker en de rechter zijn verschenen.
2De gronden van het verzoek
Verzoeker wraakt de rechter omdat zij de gemachtigden van verweerder niet wegstuurde uit de zittingszaal. Hij voert daartoe aan dat de machtigingen van de gemachtigden van verweerder niet meer geldig waren nu er op 20 september 2023 een nieuwe burgemeester is geïnstalleerd in Roermond en verzoeker stelt dat de rechter de gemachtigden van verweerder daarom om nieuwe machtigingen had moeten vragen.
Beoordeling
Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Daarvan is sprake als de rechter jegens de procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechtelijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
De aangevoerde wrakingsgrond ziet op de beslissing van de rechter om de gemachtigden van verweerder niet weg te sturen uit de zittingszaal, met als reden dat zij niet over een geldige machtiging zouden beschikken. Dit is een procesbeslissing van de rechter. Een procesbeslissing kan als zodanig geen grond vormen voor wraking. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van zo’n beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die, in geval van aanwending van een rechtsmiddel, belast is met de inhoudelijke behandeling.
Ten overvloede wijst de wrakingskamer er op dat ter rechter ter zitting van de wrakingskamer nog heeft aangevoerd dat zij werd gewraakt op het moment dat het gesprek tussen partijen over de geldigheid van de machtigingen nog gaande was.
Omdat er geen andere gronden zijn aangevoerd, is de wrakingskamer van oordeel dat het verzoek tot wraking ongegrond is.
Voor zover verzoeker ter zitting heeft verzocht heeft om een vergoeding in de gemaakte reiskosten merkt de wrakingskamer op dat deze kosten in een procedure als deze niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Schreurs-van de Langemheen,
mr. R.C.A.M. Philippart en mr. H.H. Dethmers, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen,
als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2023.