Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-11-29
ECLI:NL:RBLIM:2023:7027
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,167 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10535109 CV EXPL 23-2320
Vonnis van de kantonrechter van 29 november 2023
in de zaak van:
STICHTING WELLER WONEN,
te Heerlen, eiseres,
gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen
PARKSTAD BEWINDVOERING B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [naam onderbewindgestelde] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] (aldaar werkzaam).
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Weller Wonen’, ‘Parkstad Bewindvoering’ en ‘ [naam onderbewindgestelde] ’.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties van 22 mei 2023 van Weller Wonen;
de conclusie van antwoord van Parkstad Bewindvoering;
de conclusie van repliek met producties tevens akte van eisvermindering van Weller Wonen;
de conclusie van dupliek van Parkstad Bewindvoering.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
Feiten
2.1.
Tussen Weller Wonen en [naam onderbewindgestelde] heeft een huurovereenkomst bestaan. Op grond van deze overeenkomst is [naam onderbewindgestelde] aan Weller Wonen nog achterstallige huur en kosten na oplevering verschuldigd. De vordering bedraagt momenteel € 1.272,85.
2.2.
[naam onderbewindgestelde] is op 21 december 2021 onder bewind gesteld per 16 januari 2022. Parkstad Bewindvoering is tot bewindvoerder van [naam onderbewindgestelde] benoemd.
Geschil
3.1.
Weller Wonen vordert, na eisvermindering, om Parkstad Bewindvoering bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling van:
de hoofdsom van € 1.272,85;
de buitengerechtelijke incassokosten van € 236,45;
de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding (22 mei 2023);
de proceskosten.
3.2.
Parkstad Bewindvoering erkent de vordering van Weller Wonen, maar voert – kort gezegd –aan dat deze procedure nodeloos is gestart. Zij heeft aan Weller Wonen medegedeeld dat [naam onderbewindgestelde] in de zomer van 2022 geen inkomen had waardoor de aflossingen niet konden plaatsvinden. Inmiddels heeft [naam onderbewindgestelde] sinds april 2023 weer werk gevonden en heeft zij de aflossingen hervat. Zij voert dan ook verweer tegen de bijkomende kosten, omdat deze kosten het totaal af te lossen bedrag voor [naam onderbewindgestelde] alleen maar (onnodig) verhogen.
Beoordeling
De hoofdsom is toewijsbaar
4.1.
Nu niet in geschil is dat [naam onderbewindgestelde] een betalingsachterstand heeft, is de hoofdsom van € 1.272,85 toewijsbaar.
De wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten zijn ook toewijsbaar
4.2.
Omdat Parkstad Bewindvoering met de betaling van de huur in verzuim is, zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf datum dagvaarding.
4.3.
Weller Wonen maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Weller Wonen heeft [naam onderbewindgestelde] aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, zijnde € 231,02 inclusief btw. De gevorderde wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf datum dagvaarding.
De proceskosten worden toegewezen
4.4.
Parkstad Bewindvoering zal, als de in het ongelijk gestelde partij, met de proceskosten van Weller Wonen worden belast. De door Parkstad Bewindvoering aangevoerde betalingsonmacht, waarvan Weller Wonen op de hoogte is gesteld, vormt - hoe betreurenswaardig de omstandigheden waarin [naam onderbewindgestelde] verkeerde ook aren - geen grond voor afwijzing van de proceskosten. Het feit dat Weller Wonen op de hoogte was van die betalingsonmacht brengt ook niet mee dat Weller Wonen het recht zou verliezen in een procedure betaling van het verschuldigde bedrag te vorderen.
4.5.
Omdat de vorderingen worden toegewezen, wordt [naam onderbewindgestelde] in de proceskosten veroordeeld. Parkstad Bewindvoering heeft nog aangevoerd dat Weller Wonen nodeloos proceskosten heeft veroorzaakt (artikel 237 lid 1 Rv). [naam onderbewindgestelde] heeft namelijk geen afloscapaciteit, hetgeen Parkstad Bewindvoering kenbaar heeft gemaakt aan Weller Wonen. [naam onderbewindgestelde] betaalt zoveel en zo vaak als zij maar kan betalen, aldus Parkstad. Door het starten van deze procedure, neemt de schuld alleen maar meer toe. De kantonrechter volgt dit standpunt niet.
4.6.
Bij toewijzing van de vordering hoort in beginsel ook een veroordeling in de proceskosten, tenzij er sprake is van een in de wet genoemde uitzonderingsgrond (HR R 30 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8376). Dat is niet het geval, omdat de procedure niet nodeloos is gestart. Weller Wonen heeft onderbouwd dat zij meermaals betalingsregelingen is aangegaan en dat zij het betalingsgedrag van [naam onderbewindgestelde] heeft aangekeken, maar dat dat onvoldoende opleverde. Daarbij is uit de door partijen overgelegde stuken niet gebleken dat Parkstad Bewindvoering aan Weller Wonen inzichtelijk heeft gemaakt wat de inkomsten en uitgaven zijn van [naam onderbewindgestelde] , terwijl dat wel van haar verwacht kon worden (vgl. HR 20 september 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0338). Ook heeft Parkstad Bewindvoering geen indicatie gegeven wanneer er wel een concrete aflossingscapaciteit was. Bij concretere informatie had Weller Wonen een betere afweging kunnen maken bij de vraag of het nodig was om deze procedure te starten. Weller Wonen had – op het moment van starten van deze procedure - dus onder deze omstandigheden in alle redelijkheid geen andere keus dan haar recht om een executoriale titel te halen, uit te oefenen. Van haar kan ook niet verwacht worden dat zij een betaling afwacht, zonder enig idee wanneer die zal komen. Dit is vervelend voor [naam onderbewindgestelde] , maar er kan onder deze omstandigheden ook niet voorbij worden gegaan aan het recht en het belang van Weller Wonen.
4.7.
Wel zal de kantonrechter, gelet op het feit dat de vorderingen van Weller Wonen erkend zijn en er dus geen uitgebreid procesdebat heeft plaatsgevonden, het salaris gemachtigde matigen tot 1 punt (in plaats van 2). De proceskosten aan de zijde van Weller Wonen worden dus als volgt begroot:
explootkosten: € 130,48
griffierecht: € 365,00
salaris gemachtigde: € 199,00 (1 punt ter waarde van € 199,00)
Totaal: € 694,48
4.8.
Voor kosten die Weller Wonen maakt na deze uitspraak moet kader een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend, maar in deze uitspraak hoeft hierover niet apart te worden beslist (HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853);
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Parkstad Bewindvoering om aan Weller Wonen een bedrag van
€ 1.503,87 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2023 tot aan de datum van betaling;
5.2.
veroordeelt Parkstad Bewindvoering in de proceskosten, aan de kant van Weller Wonen begroot op € 694,48;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2023.