Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-11-08
ECLI:NL:RBLIM:2023:6562
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,270 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10585334 \ CV EXPL 23-2761
Vonnis van de kantonrechter van 8 november 2023
in de zaak van:
het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid
CAK,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
gemachtigde drs. M.D. Brouwer,
tegen:
[gedaagde]
,
wonende op een geheim adres in de gemeente [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna CAK en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de aantekening van de griffier op de rol van 30 augustus 2023 dat aan gedaagde partij ambtshalve uitstel is verleend voor het indienen van het originele exemplaar van de conclusie van antwoord (per post en voorzien van een handtekening)
- de aantekening van de griffier op de rol van 13 september 2023 dat gedaagde partij niet heeft gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
CAK vordert – samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 22.276,49 te vermeerderen met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] verblijft (of heeft verbleven) in een zorginstelling en heeft (maatwerk)voorzieningen en/of persoonsgebonden budget ontvangen. Op grond van artikel 6.1.2. Wlz of artikel 2.1.4 lid 1 en lid 6 Wmo 2015, in samenhang met artikel 3.3.1.3 Besluit langdurige zorg en artikel 3.1. Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dient [gedaagde] hiervoor een eigen bijdrage te betalen aan CAK.
2.3.
[gedaagde] heeft een bedrag groot € 20.670,44 onbetaald gelaten. Voorts stelt CAK dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van € 85,06 voor buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw verschuldigd is. Daarnaast is [gedaagde] betaling van de wettelijke rente verschuldigd. CAK berekent de wettelijke rente tot 20 juni 2023 (= datum van dagvaarding) op € 1.520,99.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft, na ambtshalve verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering ten aanzien van de hoofdsom staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
3.2.
CAK maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien de grondslag van de vordering van het CAK in de wet en niet in een overeenkomst is gelegen, is voor de toewijsbaarheid van dit gedeelte van de vordering niet noodzakelijk dat het CAK een zogenaamde veertiendagenbrief aan [gedaagde] heeft gestuurd. CAK heeft onbetwist gesteld dat zij werkzaamheden heeft verricht die niet kunnen worden beschouwd als werkzaamheden ter voorbereiding van een procedure, zodat de kosten voor deze werkzaamheden als buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking komen. Het gevorderde bedrag van € 85,06 wordt dan ook toegewezen.
3.3.
De gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken worden toegewezen.
3.4.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van CAK worden begroot op:
dagvaarding € 129,86
griffierecht € 1.384,00
salaris gemachtigde € 529,00 (1 x tarief € 529,00)
totaal € 2.042,86
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan CAK tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 22.276,49, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 20.670,44 vanaf 20 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van CAK gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 2.042,86,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10585334 \ CV EXPL 23-2761
Vonnis van de kantonrechter van 8 november 2023
in de zaak van:
het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid
CAK,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
gemachtigde drs. M.D. Brouwer,
tegen:
[gedaagde]
,
wonende op een geheim adres in de gemeente [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna CAK en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de aantekening van de griffier op de rol van 30 augustus 2023 dat aan gedaagde partij ambtshalve uitstel is verleend voor het indienen van het originele exemplaar van de conclusie van antwoord (per post en voorzien van een handtekening)
- de aantekening van de griffier op de rol van 13 september 2023 dat gedaagde partij niet heeft gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
CAK vordert – samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 22.276,49 te vermeerderen met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] verblijft (of heeft verbleven) in een zorginstelling en heeft (maatwerk)voorzieningen en/of persoonsgebonden budget ontvangen. Op grond van artikel 6.1.2. Wlz of artikel 2.1.4 lid 1 en lid 6 Wmo 2015, in samenhang met artikel 3.3.1.3 Besluit langdurige zorg en artikel 3.1. Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dient [gedaagde] hiervoor een eigen bijdrage te betalen aan CAK.
2.3.
[gedaagde] heeft een bedrag groot € 20.670,44 onbetaald gelaten. Voorts stelt CAK dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van € 85,06 voor buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw verschuldigd is. Daarnaast is [gedaagde] betaling van de wettelijke rente verschuldigd. CAK berekent de wettelijke rente tot 20 juni 2023 (= datum van dagvaarding) op € 1.520,99.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde] heeft, na ambtshalve verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering ten aanzien van de hoofdsom staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
3.2.
CAK maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien de grondslag van de vordering van het CAK in de wet en niet in een overeenkomst is gelegen, is voor de toewijsbaarheid van dit gedeelte van de vordering niet noodzakelijk dat het CAK een zogenaamde veertiendagenbrief aan [gedaagde] heeft gestuurd. CAK heeft onbetwist gesteld dat zij werkzaamheden heeft verricht die niet kunnen worden beschouwd als werkzaamheden ter voorbereiding van een procedure, zodat de kosten voor deze werkzaamheden als buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking komen. Het gevorderde bedrag van € 85,06 wordt dan ook toegewezen.
3.3.
De gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken worden toegewezen.
3.4.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van CAK worden begroot op:
dagvaarding € 129,86
griffierecht € 1.384,00
salaris gemachtigde € 529,00 (1 x tarief € 529,00)
totaal € 2.042,86
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan CAK tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 22.276,49, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 20.670,44 vanaf 20 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van CAK gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 2.042,86,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC