Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2023-09-06
ECLI:NL:RBLIM:2023:5290
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
888 tokens
Inleiding
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats: Maastricht
Zaaknummer: 10665059 CV EXPL 23-3566
Vonnis van de kantonrechter van 6 september 2023
in de zaak van:
[eiseres] , h.o.d.n. [handelsnaam 1] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam onderbewindgestelde] wonende te [woonplaats],
gevestigd en kantoorhoudende [adres 1]
[vestigingsplaats 1]
gemachtigde mr. S.X.J. Zuidema,
eisende partij,
tegen:
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam 2]
gevestigd, kantoorhoudende en wonende [adres 2]
[vestigingsplaats 2]
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Eisende partij heeft nagelaten te stellen met ingang van welke datum gedaagde partij met de betaling van de hoofdsom in verzuim is. De wettelijke rente over de hoofdsom zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
2.2.
De vordering komt de kantonrechter voor het overige onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze behoort te worden toegewezen.
2.3.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
dagvaarding: € 131,58
griffierecht: € 86,00
salaris gemachtigde: € 132,00 (1 x tarief € 132,00)
Totaal € 349,58
2.4.
De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.
2.5.
De gevorderde nakosten worden, met inachtneming van de richtlijnen van het LOVCK, toegewezen op de hierna in het dictum te vermelden wijze.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 858,10, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 2 augustus 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij, tot op heden begroot op € 349,58, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan bovenstaande veroordelingen voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 66,00 aan salaris gemachtigde,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.